AFR Thelma De Jong in me
of Gerrit De Jong
ij
M YOUN
FANT AM
HN
$ 1197 23204
en
Kerk’ van Jezus Christus
van de ;
à
UITGEGEVEN DOOR A
NEDERLANDSCH- BELGISCHE: ZENDING <
CROOSWIJKSCHE SINGEL 165. Bee
ROTTERDAM.
RE
VOORWOORD.
„De behoefte aan liederen, geschikt en doelmatig voor de
Heiligen der laatste Dagen en die aan de beginselen van
het Evangelie beantwoorden, deed zich reeds vanaf het
begin van het zendingswerk in dit land gevoelen, doch
hierin kon redelijkerwijs slechts voorzien worden, naar
gelang het werk zich uitbreidde. In 1872/38 vertaalde
Ouderling S. vaN Dijk eenige van onze liederen uit het
Engelsch, en op verschillende tijdstippen sedertdien hebben
sommige der Zendelingen in Nederland hunne talenten en
pogingen in dezelfde richting besteed. Tweemaal is er een
liederbundeltje gedrukt en uitgegeven, zonder muziek.
Gedurende de administratie van President EDWIN BENNION
(1898/4) werd een begin gemaakt aan de vergrooting van
het toen in gebruik zijnde liederboek, en dit werk werd
voltooid onder het bestuur van President Asa W.Jupp en
met de bekwame medewerking van Ouderling W.J. pe BRIJ
en verscheen in December 1895 met 1387 liederen op eon-
steramige muziek.” (Uit het Voorwoord der uitgave van 1899.)
De volgende uitgave was die van 1899. Zij was een
aanmerkelijke verbetering op de vorige drie, daar zij ver-
scheen met vierstemmige muziek voor al de liederen en
er aan de verzameling ongeveer 40 nieuwe zangen toege-
voegd waren. Deze waren door Ouderling ALEx NIBLEY
voornamelijk uit de meest gewilde liederen onzer Kerk
zorgvuldig gekozen en voor het meerendeel uit het Engelsch
en het Duitsch vertaald door Ouderling PauL RoOELoOFs.
Onder het bestuur van mijn voorganger, President ALEx
NIBLEy, werd de taak ondernomen om wederom een
uitgaaf te bereiden, daar de vorige nagenoeg uitverkocht
was. De gelegenheid werd benuttigd om den liederen-
bundel met een 5Ûtal nieuwe zangen te vermeerderen,
waarvan de wèlgeslaagde keuze voor het grootste deel door
President NiBLeEy was gemaakt uit onze beste Engelscho
kerkzangen. Van dit aantal zijn er 17, waarvan wij de verta-
ling te danken hebben aan de welwillende medewerking van
Ouderling FRANK I. KOOYMAN; die liederen hebben wij bij
de titels met *,* aangeduid, alsook 6 of 7 liederen die
reeds in het vorige boek gebruikt waren, doch waar wij
de voorkeur gaven aan latere vertalingen van Ouderling
KoovyManN. Ongeveer 30 van de nieuwe gezangen die in deze
uitgave verschijnen, zijn vertalingen door Ouderling PAUL
RorLors; deze zijn bij de titels met * * gemerkt, alsook
„de liederen reeds voorheen door hem vertaald en in de
laatste of de laatste twee uitgaven opgenomen zoowel als
in de tegenwoordige. De gedichten en versvertalingen van
Ouderling W.J. pr Brij, ten getale van 20 in deze uitgave
overgenomen uit de vorige, zijn met * gemerkt. Wij zijn
niet in de gelegenheid gesteld om te weten, wie de ver-
talers zijn van de overige onzer liederen, die uit onze En-
gelsche boeken zijn overgezet, met uitzondering van lied
no. 70, waarvan Ouderling Everr NEUTEBOOM ons als de
vertaler bekend is. Omtrent 25 liederen van het vorige boek
zijn bij dezen herdruk vervallen, omdat zij muzikaal te weinig
verdienstelijk werden geacht voor den standaard waarop wij
getracht hebben deze nieuwe editie te brengen; zoodat deze
dan verschijnt met een net aantal van 200 nummers.
Vele van de oude liederen zijn herzien geworden, met
het doel om eventueel gewenschte verbeteringen in uit-
drukking, rhythmus of rijm aan te brengen. Doch wijzingen
van eenig belang zijn niet gemaakt zonder raadpleging
met de oorspronkelijke vertalers der betreffende liederen,
wanneer die vertalers ons bekend waren +- of met den
President der Zending. En wij zijn van gevoelen, dat hoe-
wel de veranderingen in de liederen enkele maanden lang
gedurende den geleidelijken overgang in het gebruik van
het oude boek op het nieuwe eenigszins bezwaarlijk mogen
schijnen, men de gewijzigde liederen — om des vooruitgangs-
wille en als men zich met de veranderingen eigen gemaakt
zal hebben — veel meer zal waardeeren dan de oude.
De bewerking dezer uitgave werd, evenals die der vorige,
opgedragen aan Ouderling PAuL RorLors, die geen moeite
of zorg gespaard heeft om, zooveel in zijn vermogen was,
het werk aan de eischen te doen beantwoorden.
Wij bieden, met het volle vertrouwen dat zij gunstig
zal ontvangen worden, deze uitgave aan de Hollandsch
„sprekende leden der Kerk en hunne vrienden ten gebruike
aan, wetende dat zij een keur en keus van onze meest
gezochte Zionsliederen bevat, met liederen over de meest
uiteenloopende onderwerpen in verband met het Evangelie
— lofzangen in groote mate doordrongen met den Geest
des Heeren. Mogen deze HEILIGE LOFZANGEN, met hunne
groote verscheidenheid, dan in huis en Kerk onbeperkt tot
nut worden, tot opbouwing, vertroosting, aanmoediging en
vreugde strekken in de verschillende en afwisselende
omstandigheden des levens en in den goeden strijd des
geloofs, en velen harten recht dierbaar worden. Zulks is
onze innige wensch, en daarin zal de beste belooning
liggen voor het vertalen door de verschillende gewaar-
deerde medewerkers en voor alle werk en zorg aan het
boek besteed. |
De Nederlandsch-Belgische Zending,
Sylvester Q. Cannon, President.
Rotterdam, September 1907.
VOORWOORD
BIJ DE NIEUWE UITGAVE.
Onze zangbundel heeft bewezen aan de eischen te voldoen.
De liederen daarin vervat zijn ziele uitingen van blijdschap
en dankbaarheid voor de zegeningen die God in deze be-
deeling des tijds door de herstelling van Zijn Evangelie den
mensch heeft geschonken.
De liederen zijn een onmiddelijk tot God opstijgend ge-
bed, geuit door de ziel die Hem zocht en zal met zegeningen
op de hoofden dezer beantwoord worden. Zoo luidt zijn
openbaring en zijn deze liederen dus Hem aangenaam en
dientengevolge washet ons een groote vreugde weder eene
nieuwe uitgave te zien verschijnen.
Wijzigingen of verbeteringen zijn niet noodig geweest.
Geen bijvoeging of verwijdering van liederen werd geoor-
deeld goed te zijn, Behalve No 133, het beter achtende om
de oude boeken gangbaar te houden.
Wij uiten de hoop dat deze uitgave spoedig weder blijkt
te klein te zijn, wat een blijk zal wezen van het succes en
vooruitgang van Gods koninkrijk, waar deze lofzangen zeker
zeer veel toe zullen bijdragen.
De Nederlandsch-Belgische Zending,
John. P. Lillywhite, President.
Rotterdam, Dec. 1920.
0
ral
0d
ee
kr
ER
de
k
HEILIGE LOFZANGEN
‚No. 1.
De Dag der Bevrij
dag der be-
2. Als ber-gen ver-zin-ken en da-len ver-
1. 0 vol-heid van ze-gen! de
3. Laat rol-len de don-der en brui-sen de
Ì ken den Hee-re voor Zijn o
„pen-
j dan
af -val van
nood meer ont -
zon- di- gen
nie-mand in
=
opd
R=
Kea)
Î
ord
NS
a
=
=D)
ui
ee
(eb)
el
5
Ss
>
ua
es
©
5
5
keb}
Î
(eb)
(<b)
[|
Se
Sa
0 _…
55
TS N
LE,
aaf
-lig door
voert onssteeds vei
ba - ring; Zij
tGod-de- lijk woord Brengt licht en ver-hooging, ge-
zul-len de boozen zeer
Dan
er - mag,
Vv
ord. Met vreug degaan velen naar
ids-o
e
5
ko-min
’ vei- li
lij-den en nood. In__ stormen ge- varen zorgt
ie
be -…
e-ven; Doch wij we
he-nen, Zij
Hij voor be- wa-ring; En Hij EN
steu - nen op
-ving Aan
Fe
na-de en ver -
dren en
Zì- on nu
sid -
id BN E: Dh
tin & En
kif Uil
: NN
aj BE u
Oh an
Il
\ |
hit
WEN „EA
EEE
B SEE
, ZEER
ve -ne woord,
wint aan het eind hel en dood.
ddAd
groeten dien ko-menden dag,
WEES
LL”
enn
Ee
vol-kren en na-tiesen oord
'sHee-ren ge -ge
‚ Der
ge - ven
î
®
eo
pn
8
Ss
5
Î
=|
®
(<p)
e=
S
E
en
5
tn
©
©
ann!
on zijn,
gen woonplaatszal in Zi
-li
Hei
©
aje
5
5
E
ee
Dj
(sb
ze
De
keb)
B
(eb)
|
wat niet uit God is zal
sdaar bo-ven een
a
zal _— an
ijn.
S Z
ip
Ier.
ns Bani
10
/
nacht vliedt heen, En
en daagt, de
1. De mor-g
SAS
em
SE
8
Eme)
SE
] >
ie ©
Do
e= Ee.
had >
Te,
D ea
5)
zen
Be!
ESS
Tr >
=|
Ant 0
8 ©
e 805
er
md DD
Zom
vi El FS
SD 0 0
EAA
in,
is ont- huld; In
licht der waar-heids-zon; De
thel - der
1
mer
BS
Tr
8E
den
L]
o 2
ke
| |
0 ©
fide)
Î
À
SE
E
as
u
nd en |
0D ad
EE
es
Li,
s
SE
d: Als
dag, Die
laat - sten tijd Ver-
glans, Haar
schoo -ne
ze - gen lang voor-zeg
rijst die
de - zen
blinkt met schoo-nen
glans van
Zi … on
{ den
glo -
ve - ler hart met licht ver-vult, Die
nieuwt de vol - ke - ren al - om, Ver-
roem weer-galmt van oord tot oord, Haar
erf - deel het be - loof -de land, Als
Ad
ed ed
rarr. EE, BERNE Wi TRE
Ge CX) GAN ES 5 B EEE
ALE r EEE A Ô ED LEET
Ee Et EEn DEE HN EE KEE
Ver - nieuwt_—_
Haar roem___
Als: erf -
, = EN Ke ndented L e\
Eert Ce ER IE EN (ON EEN EEN ON) (FEEN ROSEN REEN EED |
TN EEN OE ER OU NEEN En EEN GERE (GSE PN END CAE REN GRS |
EEEN Me OI U OE MI EE ED VELDEN ESE ICONEN EENS |
Rr NA MEG DEN ON SED GD ED EE EAD |
ve der hart met licht ver - vult.
nieuwt de vol - ke - ren al - om.
roem weér- galmt van oord tot oord.
erf - deel het be - loof - de land.
nas nd Len
laire gee dd JR EREN KERS |
He 2) fe Bedek
Ee CE EEE EN ME AE WEEREENS AEDES)
ENE 0 EES EEE TE BERNE GAN NEEN EN EN OVEN OM EN EN |
4
ons ler hart met icht ver - vult.
eha vol - ke - ren al - om.
weer - galmt van oord tot oord
„ deel het be - loof- de land.
5.
‘tRecht van omhoog, het woord uit daard,
Getuigen saâm, zooals voorspeld.
Heft aan een lied, zingt Gode lof,
Wijl aard en hemel heil vermeldt! (&zs)
NS
Leid ons, Goede Meester!
1.Leid ons, o Gij goe-de Mees-ter, Vei-lig
Zi- ons bron-nen, Dat haar
zal gaan sid- dren, Geef dan
2. O - pen, Je-zus,
3. Als deze aar-de
land. Wij zijn zwak,maar
gen ruisch.
et
tbe - loof- de -
naar
=kÔ :
vuur
Laat de
Ze -
deel
Als Uw oor-
b|
rust
_
sal ‚
ars
ae Ore
ie 288
IJIJ …
Ii 8e
mm 5
ss
et SES
Ii 288
| es 0
5 1 Bp
Bee
hi
ed
kt
1
| Sad
SS © ©
EE
Een
SS © P
Es)
ii | EE ®
HE
Red- der,
tui - gen
Red- der, Groo=te
ms
rt
Keb)
“Pr
le}
©
©
Ln)
ES
|
kb)
eg
el
©
en
a
_@
“
ua
©
es)
el
Er
keb
ao
an
|
LD)
am,
rd
5
3
mn)
Groo -te
Huis.
kust
. ’kZal dan jui-chen,dankbe -
Voed ons tot de Hee- re komt, Heil-ge Trooster,
Breng ons dien ver-wach-ten dag, Groo-te Red-der,
U- wen grooten naamter eer, ’kZaldan jui-chen,
IN
EE
Ik 88
LS
©
$ (b)
Ik sf
fa
and
. Eef
Bt 8
BE mum nn
ih SE
tie EE
> AÔ
TO EE
eene
ij © ©
&=
ie
| 58
a F$
ge
N=
d
(bj
© han
Et
sn
EE, ui
8 Ui
8 Ë
8 Ï
&b ua
5
1
4 ulhe
5 hi
sl
= haus
( |
5 en
= UE
eg
ge)
rn
God is Liefde.*+*
T. C. GrraGs.
- mer -
“bloe
met haar
1. D'aar - de
2.tZoet ge - luid op
berg
wel — len
hoop die
»
lacht
ge - schal
bron,
zon - ne
blij
har Ste
len __
rei- ne__
‚ waar de
voog-
’t Lucht-ruim
Van der
Uit een
ruimt’
op_— de kreek,
- de
R
ij
al
ap
Î
®
rd
bries- je
Van het
Al
's He - mels
A
ddie
de vreug
de
bruist en schuimt
der beek,—
op aard,
len
tui - ge - nis,
lief - de
geeft ge - tui - ge - nis,
geeft ge … tui - ge … nis,
Ei
ap
jn
=
8
mur-me -
geeft ge -
Hee … re
het
eer
de___
Al - les__
Äl - les
Dat__
/
, ‚e - ven stil, o Rood-huid, Zeg
2. Ik was eens ’tblij- de E - phraim, Dat
3. Zij leef-deh slechts van ‘tja- gen, In
4.Mijn lang ge - bon- den broe- En | ke
ì &
d
mij, wat is uw lot? Wäarrichtgij. u - we
zijn pro-fe -ten had; De gunsten Godsver-
plaats van werken vlijt, Dus werdons ras ver-
ee - nen zich te zaâm, Ver - la-ten'twil-de
/ )
schre-den, Hebt gij geen huis, geen God? Met
dwe - nen Bij '‘twij-ken van het pad; Eer_-
wil - derd,Zelfs tot op de- zen tijd. Maar de
le - ven, En lo- ven Go-des naam. Dan__
vee -dren en met
dat uw volk ons ken - de, Nu
„hoop zal in ons blij - ven, Als
_ zul - len weal- len jui - chen ‘
fie - re dracht ge-kleed, Met hou-dingrechten
eeu-wen lang ge-leên, Toen zon- dig-den onze
of de Geestons zei: God komt tot on- ze
Je- zus rei - ne leer, Ver - kon-digd van den
Zì & TES ebde
STA EN Ma EEEN EEA ESTER on EN EE GEEN |
EA on CEE CE ON GEEN UE" EEEN 0 CEERD CE CED" EAT |
ARE EEN ALE OEE LEEN MN S Î
id
/ LED
sta - tig Was het dat hij be - leed.
ou - ders En dwaalden van God heen.
red-ding En maaktons we-der vrij. —
_ he - mel. Tot lof van on- zen Heer. _
No. 6
_ Vast als een Rotssteen.**-
vast als een rots-steen is,
‚In ie - de - ren toe - stand,’ zij
. Vat moed! Hij is met u, ©
door bit - ter lij - den Hij
zie … le, Gods Woord! Geef acht, volg het
krank of ge . zond, Of ar - moe-deu
wees niet ver-schrikt, Want Hij is uw
u__roept te gaan. En gij veel ver-
EN el _&
_ na, gij die het hebt ge - hoord: Wat
zoekt, of ge - luk_ gij hier vondt, Te -
God, die uw lot hier be - schikt; Hij
driet on-der - vindt op uw paân, Zoo _
de
meer kan Hij zeg.-gen,dan Hij heeft ge-
huis of op weg, of op land, zee of
sterkt u en helpt u, ver -nie-tigt het
zal Hij in smar-ten van u geens-zins
ir 3 BEEN FEE wen enn en
{A EEN EN MEP NEE dB
U Ten VG OGS NEP EN ON DEN REDER EN LEN, FEE AE ESES A
B |
daan? 0, sluit u aan Je - zus, o
meer, Naar u - we be - hoef-ten, naar
kwaad, Als gij vol ver - trou-wen, als
vliën, Maar bij standen hul- pe, maar
OE TEE ESE
sluit u aan Je … zus, o sluit u aan
u - we be - hoef-ten,naar u- we be-
gij vol ver - trou.wen,als gij vel ver.
bij - standen hul - pe, maar bij-stand en
Je - zus,den Red - der, toch
hoef. - ten zoo geeft u de —
trou - wen op Hem u ver - laat.
_hul - pe in Ì
Bn
Indien door de jaren uw haar is vergrijsd,
Zoo is ttoch de Heer, die u liefde bewijst;
Als toog is verduisterd, de kracht u ontvliedt,
Gedenkt u de Vader, en minacht u niet.
Het hart, dat op Jezus graag steunt en vertrouwt,
Is wijs, als ’top Zijne beloften steeds bouwt;
En als helsche machten ook woen om u heen,
Zoo zijt gij toch nimmer, neen nimmer alleen.
No. /. Ze
\L Jezus werd eertijds veracht”
ARE) VER RONDEN ERROR DOI MEE TTN NERD VEN CEST Ee TEK
VG TUD TE EP BERNE RE OEE OLIE SEEN LED IEEE SET A
ABEL CART: EEEN" AS BD SN FERRE EN ETEN NEN
BE TAN WL EEEN BEN UN Ee
î. Je - zus werd eer - tijds ver - acht,
2. Eens een nee-drig Lam op aard,
3. Eens heeft Hij van smart ge- schreid,
4. Eens ver - la - ten,- smart als loon,—
.
fa cm MOER ACLTRER KERSEN
EERE AE DE UREN LEET DN TERRI VERN BET ESE HOE ME ESLT
No. 8. À 5
_ Uw Dienst is zoet. |
ira ENE EEE DEFENCE |V
vii ann nr eam
BIE ee HE ENEN OR ME EL B EES ER EERE. EN
jj
. dienst is zoet, mijn God_F en
2.Zoet is de dag van heil - ge
3.Mijn hart zal win-nen in— den
4. Hoe groot zal deer gi en ’k U
£ Eeen en
lele ze
Heer! Ik brengUw naamsteeds lof en eer;
_ rust;Geen aard-sche zorg ver - stoort mijn lust;
Heer, Het prijst Zijn naam en geeft Hem eer.
breng Als on- derd’ Heil-gen_ ik mijmeng,
ds d
En
’kGe-tuig van Uw ver - los - sings plan,
O0 dat mijn hart, gansch on - be - klemd,
Hoegroot,o— God! is toch Uw werk
Wan neer mijn oog— meer hel- der ziet
‘kSpreek van Uw goed -
Als Da - vids har - pe zij___ ge-stemd,
Uw raads-be - sluit, on-ein - dig sterk,
Uw
Hoe Gij in ’*tganschheel-al___ ge- biedt,
’kSpreek van Uw goed - heid waar ik kan,
Da - vids har - pe__ zij ge-stemd.
raads-be - sluit,_ on - ein-dig sterk.
Hoe Gij in ‘gansch heel - al ge -biedt.
Ee
De zonde eens mijn vijand sterk,
Zal mij niet storen in Uw werk;
‘Inwendig kwaad zal niet bestaan,
Noch Satan mij met smart belaân.
6.
Dan zal ik weten, hooren, zien
Wat ik begeer dat Gij zoudt biên,
_Dan leef ik in de reinste deugd
Te midden van de hemelvreugd.
DASS
No. 9.
Verlangen naar God
- men,
ne - der?
komst ge -
©
ed
Lj
>
=|
©
ME)
5
c8
hhm)
5
"5
’
ziel! wat buigt gu
uit
Heer zal
gend hert
2. O mijn
de
3. Ja,
*Hij-
1.
ven,
Van de
‘in mij ont-rust? Voed het
-not
Hij die ‘sdaags Zijn gunst ge-biedt; 'k Zal in
ker naar ’tge
zijt g
Waar - om
men
we - der;
le - ven,
ter - stroo
sche wa
oud ver - trou -wen
dit ver - trou - wen.
fris
Bn le
ED 8 5 Kas
5d NR ; Il Ss 2 5
=S en ee
Ze ON Es 5 |
an es ES e
©
de Ii &
me ZE.
Aen hijle os É
aps md 1 nn Mm
8
Se iN Eed 5
Es (ee)
Bi | ee
G rS #5 re N 5 > 0 =
e 5e î n ! &
SAS N SEE "5
des NT SAS à
SE dee
de a ME rs
Chalk GF EES
ge ES 8 8
iS SEE
ao '
Om he er Si
Ss © 8 D
SEE SSS b 9
Ke]
luk. Hoopop God; sla toog naar bo - ven,
wacht, …
En mijn hart,wat mij moog tref -fen,
$_
@
5
ao
5
„5
8
:
Eel
5
Ë
|
5
is
lo - ven.
hef - fen.
pi
zal Zijn naam nog
mijns le - vens
Tot den God
Want ik
tot U!
mijn God,
| Nader,
5 Jr God,tot U, na -der tot
Ja -kob eens, nacht om mij
Na - der
Ist, als
bij
-„waarts zeer
dan meldt mijn
op
le pad
L
eel
£
en
keb)
p=
rl
ee)
Er
©
eed
A,
ori
ei
5
=d
hd
5
oef
5
©
4)
Je
Ge
5
ga
wa
heerd
„mer neêr,
he - mel heen
den nacht
kom
tot rust- plaats vind
mij ook
ik
“*Leidt naar den
Drukt
En
Dat Gij ook in
— 20 —
in
ín
En - glen zoo
Ui:
zal
zal
na-der tot Ul__
Dan
zach -ten toon:
-heugd en blij:
Toch
na-der tot Ul__
na -der tot Ul__
na-der tot
steeds ver
_d
U,
tot U,
Na-der, mijn God, tot U,
Dit steeds mijn wachtwoord zijn:
tot
mijn God,
tot ons
KEN
om
|
5
om
>
t
sh
c8
eo
©
el
En)
keb
42
1
|
2
SI
el
Kn
=
Ë
)
E
dreigt men mij
ook__ slechts een
licht en schoon Fluis-tren op
deel ook zij, ‘kZing
Na- der,
Na-der, mijn God,
Na-der, mijn God, tot U,
en
kruis en pijn
Vergadering.
1 u
sE 62 Ee
Pos ® De PO
he ij allin mea
oss
D ed
[nd ka
nek EE
2857 ARES
Ln |
ns en 5 LO -
8 ua
SAS ESS
=| sl Et: kt
SS 5 0 ©
Ep & saas Seg
sa 20 me 5 se .8
jn | me en ua
gene ih: gesn
Ep © 388 Te
weed
CER: oh ee, es AR
EE, STe ne
=R: s8 rg EN
Ee 5 Ene SSES
=| a En En
1 ad
De À red SEE
SHA & ESS 5 5
CRC re, Dt EAD te
in a S sed 5
. es Ds F0 een SW
EN ads BES
zij,
ven,
u,
be - treên
he -
brengt
dui - vel
ver -
en
LJ
pad
is
vrij,
__ nu
u
denkt, dat mensch noch
smal - le
arm
maakt
zen hun-nen
prij
daard aan-schouwen mag ‘tVer- ga-dren der' op-
Zij
jag,
hun be -
4
eer IS
Naar Zi-óns dre-ven
Sa-tan ook ver -mag,
reis ver - hin-dren kan,
al-
God-die is
Als
ep
8
ks
=
>
ua
'
KE
dd
=
®
|
!
KP
5
Hei -land In
rech-ten In
de -zen laat-sten dag.
de -zen lhat-sten dag.
mach-tig— Ge - zegd heeft:„Gij zult. gaan.
he -nen In
No. 18.
Strijdt voor het Recht!
Ee
1.Strijdtvoorhet recht; de dag is aan-bre-kend,
2.Strijdtvoorhet recht; de ke - te-nen bre-ken,
3. Strijdt voor het. recht; weest trouw steeds en moe-dig,
Hul-digt een toe-komstvanvrijheiden licht.
Geen slaaf-sche vree-ze ver-vultmeerons hart;
Voorwaarts,spoedt voorwaarts,dekroonis in ’fzicht!
En-glen daar-bo - ven zijn zwijgend acht-ge-vend
Sterk door de hoop,gaan wij voort naar die stre-ken
U - we ver-los-sing die na-dert zeer spoe-dig,
P
- richt.
gij ver
zijn van smart.
— strijdt voor het recht.
d'ling, die
im - mer vrij
han -
- ke
ge-ning wacht u:
Op el
Ze -
Waar wij voor
Ea
5
ap
5
|
nl
keb)
ee
an
cy
onl
5
em
ke)
a)
„5
45
©
keb)
Bel
>
©
in)
Bs
S
>
5
oi
Es
ne)
ua
ac)
1e
ee
pn
dt voor de vrij-
| Strij
naar den mor-
En in ge-loof ziet maar uit
EN
er)
5
Á-b
La
®
Hi)
Se
s
=d
3
E
ua
|
=|
>
is)
5
5
ua
LJ
(sb)
Pe}
Ci
pd
(eb)
|
a)
©
do)
Vergeet niet t Gebed
Voor
„- la - ten,
wo- ning hebt
k)
uw
8
2. Toen uw hart met toorn ver - vuld was,
3.Toen be-proe-ving was ge -
ko - men,
bed? Badt gij in den naam des
Dacht gij aan tge- bed?
’tge
Dacht gij aan
Badt gij toen ook om ge-
Toen uw ziel vol was van
bed?
sd
tge
Dacht gij aan
PPP Pp
…
we - ren,
te,
5
l-sem voor het har-
à
5
ze
‚©
Ae
dE
[=D
e=
5
De
1
®
Ee
5
>
®
ES
Or - heil van u
Hee -ren,
na hid de,
smar -te,
Vroegt gij b;
zet?
à
took zet?
Voor u had ge-
Hem die helpt en redt?
Waar g'uw voe
t niet
P
gee
Ver.
—
No.14. | |
Glorie tot God omhoog.**
EVAN STEPHENS.
| ,
1. Glo-rie tot God om-hoog, Dat Hem 't he
2. Je -zus, die voor ons stierf, Ge - nà voor
3.Dat uit der en-glen rang Weer-galme een
) '
al verhoog; Prijst Zij-nen naam, Prijst Zijnen naam!
ons ver-wierf,Prijst Zij-nen naam, Prijst Zij-nen naam!
eN Tot Zijnen naam, Tot Zijmen naam!
Zijnliefd’ heeft ons be-reid Eeneeuwge za-lig-heid;
Zegt wat Hij heeft gewrocht,Hoe duur Hij ons ge-kocht,
Voor Hem heeft God be-reid Den Troon der ma-jes-teit
EEEN
Voor al-le eeu-wigheid, Het waar-dig Lam!
Ons heilsteeds heeft ge-zocht: Het waar-dig Lam!
E
e3
ted
&o
be
E
5
5
E
ba
Fom
> ©
5
ion.
ij opgaat naar Z
Als g
_ JOHN TULLIDGE.
©
&
5
kee)
t
apt
el
ben
__ &
8
|
KE)
es
i ap
e=
3
|
es
©
e=
5
Ei
=d
2. Denk niet als gij op-gaat naar Zi- on, Dat
3. Denk niet als gij op
Dat
’
naar Zi - on
gaat
pl
= ter
hei - lig en
“werk is voor im - mer ge - daan,
Dat
Dat
Dat
zijn,
goed,
zal
is
niets u meer bit
al - les
Ver -
ven,
dwe- nen, Geen
1} -
ver -
de zult le
al - len zich daarsteeds be -
18
.
gij steeds in vreug
zonde en be-drog
vren Om
Ge -
Neen,
be - laân.
len -
vij-and gij daar meer ont -moef.
lost van el
zich met uw zorg te
neen! want een. vu
o - ven Ïs
ge
„
ed
St
'
lijk ook de Heer, uw Ver - los - ser, Het
neen! want de Hei - li - gen wer -ken Ver-
zijn.
be - staan.
‘tgraan,
-richts- dag Het
stroo, hout en stop - pels; Ge -
on
zal tot den groo-ten ge
en zal hetsteeds zijn,
in Zi-
verd als goud moet gij
al - les wat God heeft ge-spro- ken, Zal
kwa - de
e=
"5
S
me}
Î
=|
end
àS
5
|
(=|
%
©
De]
ao
5
t
©
©
Eu
ua
an,
emd
5
©
[}
bb
©
pian!
=5
E=
&
zi
(>)
Zi - on
zui -
No. 16.
Joseph Smith's eerste Gebed Nl
.‚ 0, hoe lief-lijk was de mor-gen, Hel - der
2. Need'-rig smeek-te hij om wijs-heid,—’tWas zijn
3. Plots-ling kwameenlicht van bo-ven, Hel -ler
4. „Jo-seph, dit is Mijn Ge- Bi de ee En
seheent de zon om- hoog, Bij-én gons-den, vo-gels
eer - ste luid ge - bed— Toendoor duis-tre zon- de-
dan de mid-dag-zon; In een vuur-ko-lom zóó
EE zi hoog ge - bod: Jo-seph, die zijn beë ver-
d_
zon-gen, Len-te-bloe-sems streel-den ’toog, Toen in -
mach-ten Hem hetspre-ken werd be-let; Maar toch
heer-lijk Dat hijtniet be - schrij -ven kon, Stond een
ie rn DN a met stil ge-not. 0, pie
lom - mer van een bosch - je Jo-seph
werd zijn vast ver - trou - wen Op den
twee - tal he - mel - we - zens: God, de
vreugd dg in zijn boe - zem, Want zijn
voor den Heer zich boog,loen in’tlom-mer. vaneen
Hee - re niet ont-zet, Maartochwerd zijn vastver-
Va - der,en de Zoon,Stondeentwee-tal he mel-
oog aanschouwde God! O, wat vreugd gloeide in zijn
bosch-je _Jo-seph voor den Heer zich boog.
trou-wen Op den Hee- re niet ont - zet.
_ we-zens: God,de Va - der, en de Zoon.
boe-zem, Wantzijn oog aan-schouw-de God!
N = ì
IN as
fe he Ef EEN ERE EAT :
Ei TE AE ZE EE … ATEN B L_ | ER P_i
EE GEREE SEN REEN CRAEN EL EERE EE |
fe EEDE BEN VERE EE BE EI REE EE |
Nef vi
No. 17.
ij, Ouderlingen Israels!
G
HiB E 2 a
Ve
1
gs s BSL
>
-als
NEE
eend
pe
En
er-een
il
oogst is zeer groot,maarde wer-kers niet
Ei ‚200
N
pe 4
dd
am
za
Qu-der-lin-gen Is 5 rels, v
gaan tot
En redt’tvolkdes Hee-rên‚waardat dan ook
‚ Doch zijn wij ver-eend,zoo is Godskrachtons
veel;
deed
d
mij,
d
5 EN treu
d
sE
k,
Op ber-gén in da - len,op’tlandof de
zij,
tar - we,wij la-ten'ton-
m-len de
deel. Wij zaa
leed. Wij hee
en He
- len en wg
Sas zi |, 5 ZZE ee
Eeen ME ett
A © Ss ke Tan v i Hij
KE IE
ved 5) % ©
Sew EE a
5 a En | TAN 5 i
Pel 5 5 u He | el ° il
a Se I= Ss kt
SS sy ZL st: HE
tm ï aN a) Zy BN
De Rn
Ee dj | 8 Ti Ke
BE 8 LEE
nn dn es
NN $ ë IND
zE il 2 Se
85e ke OT
S 0 Ji 5 il
SA tie 3 en
Rn | sin 8 TN
isin Sr HT
deg MI © nas
Ban HE A
an ed «+
=s ui en RT
IC be
DN _ én
No. 18.
Daar mag de Getrouwe zijn.
s
BP ALOE ARN ROEM MI PENNE KART PERRE SER EE EEE
NP Es MD K BEIRED" MEREN RENE" OREEEN BESS BUELDS DEIN PEEN
EF .n WR, L__@ En
en
\
1. Waar men vriendschaps—stem - men hoort,
2. Waar de moe -de rus - te vindt,
3. Waar. al tem - pel is ge - wijd,
[Bel EK ME EE 0
si
| )
ED ZEN PEET LEEN WOR EEE
fi & > Ee
a BATE PE SEE
ars, A ME DN pe ar ian 3 EEE
Ruischenzij als zan -genvoort. De - ze to - nen
De be-druk-te vreug-de wint,Waar'tge-boom-te
En men Je-zus’ komst ver-beidt,Waar het Pries-ter -
| | de &
vol van Ìust, Vul-len’thartmet liefde en rust.
vruchtbaar groeit, Rij - ke oogst uit taardrijk vloeit
schap re - geert, Broe-der-lief- de wordt ver- eerd,
hd
IS ,
PA 01 \ \
Weme à pe 5 Ee Gp zn
Ah = BUEN. MIER BERTA AED
B Tan Td EE ETE En
EC TT A NN EE CN NE
| |
| Als men steeds zijn plichtver-vult, Met Gods Geest en
| En het vee, zelfs zon-der tal, Ze-gent Zi - ons
Waar de be - ken klaar enschoon Ruischen voort op
Ep de
met ge-duld, Zijn Gods kin - de - ren ver-eend,
berg en dal, Waar ver-jaagd wordt vloek en pijn,
zach-ten toon, Waar menwordt ver - lost van pijn,
Ee
en VE DAE
jn en meme eam - II
Pe À
Ren EENES NE EREN TIDE
Wordt hun ’tLe - ven eens ver- leend.
Daar mag de ge - trou- we zijn.
Daar mag de ge - trou-we zijn.
No. 19.
Het Goede betrachten.
koen het___—_
een droom,
s
Lb)
2
Le
Sn
Ee)
ui
<
ie)
De
le - ven
Ook —__ weer in
tijd als een stroom, Gaan — spoe
goe- de steeds doen,
-dig voor -
k Heb den strijd hier ge -
bi
bh
-gen mag:
komst zeg
jaar En__- nooit blij- ven staan,Voor ons
En al - les vliedt heen,Niets wacht
Werk heb
bij,
En vol
- bracht,
ik vol
A
en,
stre
8
met den
is ge-
klaar. Op dat wij
Zie, de nacht
A
werk hier Is
of mij.
hard in ge- been: O dat dan wordt ge -
GE
ger
Ë E] Ke Ee | 5
ent pe
Ee 3 Ti D Ù
zee N= S 0 | ech 50 60.5
2 5 SA
Ì SO IJ 8 oo
ES SES es ses
Ee | 5205
en e. PES id
A5 TS TS
G ® 8 Oo |=) me Oa
HH dai en ERR
B 2 5 AD
ij ie 28 Kuit ee
Ö ® n
i En ile
1
| Hi A +
Ia: 48 EN OQ 88 En En Ss 5
©
Ass A
U ) | sis ll EE
waas Sk et
MSS Wit Seg
1 , WV 1
eel ERE
NRD Te
Wiee ES
Sai À
1m | onse É De | == eb)
; mes en an 5
AA ESE
© ro n
| ; Ds 5 7 5
Ò 8 p= 5 OS a
ue ee es
Rean En Od
EN HE BER
Cin An=4 CIN
un Ee 1 ' 5 PS de
D 8 8 <0 Es
Es bD id ê_ eo.
° © 0
B 6 | mn a
En en &
Sr & Tie Er
dte ER:
4) Sa S ©
a 5.5 es 28
Be E TS TS Ee
| kad
em TI B © ey 2 a Sa
SD zak VD om ©
BSP 5 n' © He
IS
EEE
tge -
Door
heid, Komt ons
En be
et U
eni
25
ul - len
moet, Én wij
rijk Nu
he
en
een)
|
KAT
àl
»
En
Nu
A
spoen,
zin,
_No.20. Avondmaalslied.*
Tros. Mc. INFYRE.
Ee E gij er - eén
2. Dit a- Boud -mnaal wijst ons te - rug ' Naar
3. Het broodzegt ons, dat Hij Zijn vleesch, Zijn
4. Het wa-ter of de kelk met wijn, Dien
5.Weest dan ver-eendvan hart en geest, Doet,
> de
de- zen he Esen stond, Neemtgij van d it ge-
d'hei- li - ge of-fe - rand’ Van ’t vlekloos Lam op
le - ven voorons gaf, En voor des menschen
men u hier nu biedt,Zegt, dat door Zijn ver-
zoo-als Hij eens deed; Op - dat gij aan gal,
RE 7
DAN WZ f
Been brood,Brengt be- ker rond?
Gol-go-tha, Aan ’‘thout van vloeken schand.
zon-de enschuld Ter - ne - der ging in ’tgraf.
eg ten bloed Ge- na-de ons is__ ge - schied.
- vond-maal U zelf geen gene eet.
EJ
No. a.
De Groote Redder stierf.”
Adagio. GEO. CARELESS.
1. Aan-schouw, groo-te Red-der stierf,
…2. Door snood-aards werd die God ge - hoond,
3. Hoe- wel in doodstrijd Hij daar hing,
4.„Heer, spaar dien bit- Bt je; - ker mij;
Be- vre-dig-deeen ge - bro- ken wet,
Zijn hand en voet en zij door - boord,
Ont-viel Zijn tong geen mor-rend woord,
sie ie En ii Uw wil ge - schieds
Waar-door ver - zoe-ning Hij ver - wierf,
Met door-nen werd Zijn hoofd ge - kroond,
Zijns Va-ders wil en vor- de - ring,
Eind van mijn werk is nu na - bij.
Waar-door ver - zoe - ning Hij ver - wierf
Met door-nen werd Zijn hoofd ge - kroond,
Zijns Va-ders wil en_ vor - de - ring
‘tEind van mijn werk
n ons van dood__ en zon-den redt.
Wijlsmaaden las - ter werd ge - hoord.
Om te ver- vul - len kwam Hij voort.
Ont-vang mijn geest, die tot U _ vliedt
5.
Hij stierf, en bij dit wreed gezicht
Beeft d'aarde, bang zucht de natuur,
In schaamte onttrekt de zon haar licht, (bís)
Want ’tis eens Godes stervensuur. - ie
6.
Hij leeft — en needrig buigen wij
Om deze lijdensteek’nen hier,
Trachten Gods wil te doen, als Hij, (bes)
En volgen immer Zijn banier.
Bron van Geloof!**
De is
ua =| a
pi Ea
MNS ES
5 Be
o ag
8 TME Ee
(5: vra te
8 2S
ha js
}
ui
Ò
5 =S ép
a t2
Se
SA
| 1
=.
GES
| t
3, [cb]
3 le
S ee
KS SE
IS aA Z
NN as
n
i
die
’
— Uw naam ge - looft,
Wiens Geest ont steekt de
4, Aan hem
Uw
sl
c8
med
De
LJ
u
5
5
Ee
5)
+
Er
(29)
eb]
ag
'
eb)
ee}
+2
S
zn
zzÀ
es)
1
©
sb)
&,
ur
1
=|
F=)
Heer;
sl
Gij hebt macht;
le - ven,
P!
red - den
eeuw - ge
on -
Dat om te
Geeft Geens het
en Heer,
zoo klaar,
dat hei - lig vuur;
-komst wordt voor ons
ons
En hij ont - vangt v
Als zijn Vol- ein - der Zelf
Ver-meer in
De toe
Pet
en
LSA ERN DEE EN EE DEE KELE) B CE CNNNCNGER: Mton GOT BENN CREEL
Odon ENDS EN CE EEN WE AN OO EES KN BE MEE EE
tGe-loof nooit tot ver - an - dring kwam,
Door waar ge - loof wordt Gij ver - eerd,
tVer-le- den weêr tot ons ge - bracht,
En glo-rie, hei- lig - heid en eer,
4 8 SZ al d
ER EEEN
Bf LAER EE EN EP EN ET Ze) ZEE
EEA EEN EEEN MENEN NS BG EN EN Bz A |
NA EEN ER EA ED EN EN EDE EN EEE x
_ ’tGe-loof nooit tot ver- an - dring kwam.
Door waar ge - loof wordt Gij ver - eerd.
#Ver-le - den weêr tot ons__ ge - bracht.
En glo-rie, hei- lig -— heid en eer.
EE
De
Hetgeen het zwak verstand niet kent,
Der rede flauwe straal niet vindt,
Wordt overtuigend duid’lijk door
Den Geest, die ons met God verbindt. (475)
6.
Door het geloof gewordt ons licht,
De wolk verdwijnt, de schaduw vliedt;
De Ongeziene wordt aanschouwd,
Des sterv'lings oog den Heere ziet. (Bis)
- 45 —
No.23.
God is met ons.”
1.Zi - on staat om -ringd met ber-gen—
Z.Aard-sche ban- den sla - ken dik-wijls,
3.God mo- ge udoor vuur be- proe-ven,
Ae
Wordt be-waarddoor on - zen
tHa-pert vaak aan vrien-den-trouw, Moe-ders
Daar-na blinkt gein meer-der pracht, Hij zal
Ì ì
ha-ters zul-len val-len Hoe de vij- and
ha - ten somshaarkin-d'ren Maar wat wiss'ling
im-mer u_ be- min-nen, Daar Hij u zeer
dis dd ee aa
sa - men - tot; ief-lijk Zi-on, _ lief!lijk
men aan-schouw, Go- des lief-de, Go-des
dier-baar acht. God is met u, God is
Zi- on, Hoe ge- ze -gend is uw lot.
lief- de Kent ver- an - d'ring noch be- rouw.
met u, Gij ver- wint in Zij- ne macht.
Het Graan en het Onkruid.”
N
1. Wijl m in ’sHee-ren Kerk op aard’ Wat
2. Zal het ver-zach-ten hun - ne pijn,t Her-
3.Neen; dit ver-er-gert nog hun lot, Want
4. Wan- neer men ons ziet saam-ver-gaärd,Zijn
5. Hij spaart het on-kruid met een doel—Som-
# pi een .
_Mj ENEN RRS WERD METEN DGPEN EE MRE LIE EA ANT
4 ble BME AD" BR OO EE MA ECE OON EN LD" EE
B fan WAAN? 2 GEEN. EEN B B DE ETE Ee Td
mas Ps BDD VRON RAE nn GN
4 ope Ne de
on -kruid groeit bij ’te - del graan, Zal
_den-ken hun -ne stand-plaats hier, Hoc
zij ver - wier-pen Gods ge - nà; Voor
weal-len licht ge - lijk aan’tgraan;Doch
_ tijds om - dat Hem bidt een vrind, En
eee, EEE Ce Cd
FV VED REE EN KEU BANE LEE LG NET EEN
DE OUNL ETEN VERE AEN EV BREE BEAN B EEN ET
Seeker
- ZEN 7 ZEN MICESTORSNEN COPD A EOD DONNE U MENEREN MOES SAE DT
SEE
Mr MEE EE
Sd
_eer'- lang wie - den d'oogst, In-
veel zij hoor-den, wis - ten toen Hier
de - ze werd het Le - vens- woord Ben
'sHee-ren al - door-schou-wend oog Kan
an -dren doet de Heer Zijn wil Ver-
on - der’tgraanzij groei-den fier.
in- stru-menti.van dood en _schä. , Want
nooit eens men-schen hart ont - gaan.
vul -len,schoonsoms on - ge - zind.
En dE
LS TetiS ED HELEN BENEN | EU
Be Mn LD EER MW nm VE me Bes nea
zeen net varen En me ntt 3 Rh Menen en!
glen gaan,
El ee
EE /
gaan
En
‘graan.
ENZ.
Want weldra, eze.
Want weldra,
= 4)
Zoon
„Koor.
Moet ieder mensch door d'oogsttijd gaan?
Behoeft Zijn plan hun dienst niet lang:
Hij oogst de Zijnen dra, terwijl
Het onkruid branden zal eerlang.
Iselk een graan of onkruid, Heer? —
Bereid mij voor den oogst van
TEEN
WEBER RE
EKE R
Pi |
A an rn
Hoewel zij groeien, groot en sterk,
1. Zal zulks dan zijn hun vreeslijk lot?
AN NN NK -
nn rn ne
| Als van Gods troon de
SN en
en ma nm
6
N N= LING
Verlossing.
bo
el
®
Ef
5
eN
5
Of
=
Wel - kom
Ziet den
zal __ eens
and
zon — gaat
vij
Rn
uw
|
Op den berg-top neemt hij
dat ver - druk-te
Je - zus zelf toont Zich uw
vlie-den zeer
Zi - on,
Van u
ko-men,
Zi - on, —
glo-rie,
zwichten
ge-
AT
tj}
HEAR
le
"
dh
a}
ND TN
REP EUN
stand
re Troost,‚ge-boei-de! Troost,ge - boei-del
50
P',
God__ ver - breekt uw zwa-ren band.
Is_ wat gij —_ — aan ’tein-de vindí.
d
Men zal u niet meer ontrusten;.
Al het leed u aangedaan,
Wordt gedekt door uw verlossing,
Door uws Redders groote daân.
Na uw strijden, na uw strijden
Vangt een tijd van vrede aan.
No. 26.
O, mijn Vader!“
Árr. van E. STEPHENS.
£ 3
ib |
Ile) EEn
-
af
1. O0, mijn Va-der, die daar bo-ven Woont in
2. Meteen wijsen heer-lijk oog-merk Zondt Gij
3.'kHadge-leerdte zeg-gen ‚Va - der, Door Uw
4. Magik als mijnproef-tijd om is, Alsmijn
(/ e EN ha & - En in
L_a alan Meded
DTR DEDEN PEN ON ORO AEN ONO END
Bf WAR RENE EEE EE U AS Een
AUC CC EE
Dr snee Gi p ef
heer-lijk-heiden licht,Wan-neer,ach!herwin'k Uw
mij naardaarde heen,En onthieldt mijde her-
Geest,die werkt al-om, Maar voor-dat der ken- nis
stof tot d'aarde keert,Va-der, moeder, U ont-
PT
| ‚8 led dek eh akk yes
4 he 8 BS MEE
Bet NAT CU EE OE OT OE EEN ORE
LV MTD A DEN EENS MN 50 BEN ENE MJ BE EE NEIEESS NN EEL Ze
AEN AD p DA Diercek ENNE GEEN VEEN AES
bij - zijn En_ zie ’kweer Uw aan- ge-
in- n'ring Aan mijn toe - stand in — ’tver-
sleu - teì Werd ge - bracht, wist ’k niet waar-
moe - ten In het rijk — waarGij_ re -
zicht?
Woon - de in U - we heil-ge
leên;— Maar toch: Gij zijt hier een
om. Zijn daar bo - ven en - kel
geert? Als ik dan ge- heel vol -
wo - ning Een-maal niet mijn geest? Werd
_vreemd’-ling” Lisp-teeen fluist’-ring soms zoo
va - ders? Neen, dit schokt de re - de
bracht heb Al mijn werk door U ge-
Be Ih zijn eer - ste vroeg-ste
En ik voel - de mij - ne
ant de re -deen d'eeuw-ge
boôn,- Wil dan toe- staan dat ik
ted
in Í y Dv,
kinds-heid, Niet ge - koes-terd aan Uw zij?
her-komst Uit een meer ver-he-ven sfeer.
waar-heid Zeg-gen:’k heb een moe-der daar.
ko- me En voor eeu - wig met U woon.
)
ke
HI
or ann mann EE
DE LEERD U ELEN
. O,mijn Va-der, die daar bo - ven
2. Meteen wijs en heer-lijk oog-merk Zondt Gij
3.’kHadge-leerd te zeg-gen ‚Va - der, Door Uw
4, Mag ik als mijnproeftijd om is, Als_ mijn
heer - lijk - heid en licht, Wan - neer,
mij naar d'aar - de heen En ont -
Geest, die werkt al - om, Maar voor-
stof tot daar - de keert, Va - der,
dat —_— der ken _ nis sleu-tel Werd ge -
3
À aa
ach! her- win’kUw bij-zijn En zie
hieldt__ mij de her -inn-ring Aan mijn
moe - der, U ont-moe-ten In het
mr
kinds-heid Niet ge - koes-terd'aan Uw zij?
her-komst Uit een meer ver-he-ven sfeer.
waar-heid zeg-gen: ’kheb een moe-der daar.
Ei
aem
WA
dh
1. sed aard! de Heer ver - schijnt Als
2.Weest ‘dan ver-heugd als Hij re - geert; Gij,
3. Pijn, leeden vloek zijn dra niet meer, En
4. Wees dan Baene in’sHe-mels. Heer, Gij
DS |
ereso. N maki te
VAN T a Wen
TN TEENS DE EEEN EN B MER SRE OBE Me SL ed
p EEE:
L) y, et ) SES w
Ko-ning van’theel-al,_—_ Als Ko-ning van’ heel
heil-gen, zingt ver =blijd _ Gij, heil-gen, zingt ver-
zonde en kwaad ver - dwijnt, Ja, zonde en kwaad ver-
Is -rel nu ver-spreid,Gij Is-rel nu— ver-
A A … A A …
B ORE EN AREN RE EEN U AES … ORN MEERDE ZETG!
ES AR “CHAN ENE TIEN UE PEELEN ANETTA ALDEN NER TRUE 17 (TE!
(EE AL GO (5 EN AE AN
cresc |
al. Ba-zuint het rond,maakt u be -_
blijd._ Het vreug-de - lied _ langs berg en
dwijnt, Als God zal bin den Sa -tan’s
reid, _—_ Ba-zuint het rond,maakt u_—_ be -
dal, — Het vreug-de - lied langs berg en _—
macht, Als God zal bin - den Sa - tan’s
heir, _ Ge -lijk het eind - loos ster-ren
reid, En groet Hem met ge - schal.
dal, Weer- gal - me wijden zijd.
macht, Nu ’the - melsch licht weer - schijnt.
heir, _ Loof God in eeu-wig - heid!
d.
No.29.
Het Verzoeningswerk van Christus.”
GEO. CARELESS.
m Je - zus’ disch zijn wij- geschaard, Zijn
2. Zijns Va - ders woon-plaats Hij ver -liet, En
3. O God, helpons om te— ver-staan Het
4. Hij kochtons, Hem be - hoo-ren wij, Zijn
pe
rd
liefd’ heeft ons tot nu— be-waard;tGe-
smarten dod ont - zag Hij niet Om
groot ver - zoe - nings-werk ge-daan Door
le - vens- bloed, prijs, gaf Hij. Wij.
in Zijn ver - zoe - nend bloed Is
ons te red - den van de straf, De
Je - zus, Uw ge - lief - den Zoon, Den
trach-ten Zij - nen wil te_ doen, Te
}
wat tot God ons na - dren doef.
macht te — bre - ken van het graf.
Le - vens - vorst, een God der goôn.
hou - den al - le_ Zijn ge - boôn.
5
Gods Zoon — des Vaders Evenbeeld,
Met eeuwge heerlijkheid bedeeld —
Om t overwinnen kwam op aard,
Redt ons van ’t graf, van zonde en smart.
6.
Om Jezus’ wil, schenk zegen, Heer,
Opdat wij waardig nemen weer,
Verheugd in Uw gemeenschap zoet,
De teek’ nen van Zijn vleesch en bloed.
No.30. V/ s %
Ion.
waa Adler PE ed
am ) EE Da DLS ON EEE EEE ENE
EN ak ber - gen zoo hoog, Waar der
2.Schoonde we - reld u haat En uw
8. Door de ber - gen be-hoed, Zal God
4. Ja, wij zin- gen hier nu Blij ter
N
je Raaf
ek S En an a
AE î
ET EEE AE CEE EN a TE
he-me -len boog Zichstrekt o-ver uw da - len zoo
schoonheid versmaadt,Voor de oprechten van hart zijt gij
ster-ken uw voet, ’sVij-ands nek zultgij ze - ker ver-
ee-re van u, O gij Zi-on,ge-vestigddoor
\ ete E \
ED AED EE a NCN Ek MOEEDREEN où RT
am ok Re EOD. „MUTE AEDES. GOOR Lt |
an VAREN VNT EERE TTB a
NN AE EREN U ESP EA NT ted KEI MS
P)
ARD,
vrij, Waarde bloem lief -lijk bloeit En de
tal. Hoe de trotsch-aard ook lacht, U de
treên. U-wer vij - an - den pracht Wordt eens
God. Uw ver - los - sing breektaan. Uw ver -
stroom heerlijk vloeit, Gij zijt hei-lig en dierbaar voor
zon-daar ver-acht, Ik tochprijs al-tijd gaar-ne uw
tot u gebracht, Als voorspeld door pro- fe - ten voor-
druk-kers vergaan, Al - le volk'ren be-nij-den uw
mijn Zi-on, land vrij en
mijn Zi-on, be-mind van
Zi-on, mijn Zi-on, land vrij en
ons Zi-on, land vrij en
y, PW
rein, Gij een toevluchtvan vree, Ju, voor u ismijn
God,Schooneensdwangu be-woog Om te vliedenom-
rein,Gansch ontdaan vanuwdruk,SchenktuwGod u ge-
„rein, In uw tem-plente gaan, Voor uwrechtente
a Re \ n R\
A\
Le OEE EE
ET LE EN ESE CEERD EEP VEE CHE VEE ON NEEN … ES U EE 0 KEN
Z EE vs CEE … CRE OD RED … EEE … OR AEN 5 PUREE DN IG EE AE
eê, Op u zal al mijnho - pe steeds zijn.
hoog Naarde ber-gen, ik deelgraag uw lot.
luk, En uw glo-rie zal eeu-wig - lijk zijn.
staan Zal ons voorrecht (d42r! eeu-wig - lijk zijn.
| No.31.
Vriendelijke Woorden.
LJ
®
en
5
kel
8
7
2
4,
®
2
u
5
5.
fs
S
5
a
1. Laat ons vriend-lij
2. Als de stra- len der zon in den morgen, Die
NE, EE
huis of waar w'ook mogen zijn; Zijzijn als de ge-
roepen tot nieuw le-ven weêr, Zoo-als ’t zachte ge-
200 vroolijk en
ijk,
ee
zan-gen der voglen,_ Zoo liefl
kab-bel van’tbeekje,_ Zijn zij decho uit rei-ner
Lb]
ao
Ld
poa)
5
1
S
asf
=|
®
|
be)
®
er
u.
©
©
haf
se
jar
nr|
Laat ons dan met vriend’-lij - ke
il
LR
je
mi
loe-den als van om-
De vriend-schap ver-nieu-wen, nu
In == V
Met
stem-men _—_
Waar don - ke - re wol- ken ver-
Tot d'een met den an - de - ren
el]
al |
eeds
5
In liefde,‚in vriendschap eneer.
iend’-lij - ke woor- den st
Yi
©
E
5
5
eed
GS
e3
ee
DE)
a)
5
Kef
nl
Pe
sel
NI
Laat ons vr
in - stemt,
schij-nen…—
hart;
smart.
droef-heid en
el
$o
A
1
le
De Splinter in het Oog.**
heid spreekt tot
2. Ben ik need’. rig
1. Waar
’
„der
DP)
en zacht-moe « dig,
- de
Ten
tot __ mijn broe
tg
wi
’k, iN lief
s
5
Kee,
5
En
Is
rd
ei
a
©
jd
ze
3e
KS)
1
ad
@
EN
aes!
:
A
5)
Em
en
4. Eer
-
ì 5
BEE
TEE Hil
B 88 EN |
5 be il
N AE Jm
5 Ker el
ASEE el
er a Ean
Be |
ESE
dees
eik | ELN
1 EL
oBAS» Hi
= 5 EG Kn
AESS ® ET
ai chah
ENG ii
er 098 II
EN
ols
tE
| EE
en smar-ten,Weet dat hij zich wee vergaart.
nis
WE
33E
dE
osE
AS8
Se >
8
A8
u Se
Eee
ri
Ae
ESS
Aa
EE
Oms
zes ®
mrd 0
SEE
arr)
SAE)
„Vel - geen oor - deel,
|
or) Pe |
_® © © ©
B ea
+2 dd Ne)
) =
1
VW u 5
KEES
t |
=|
2858
sta - dig wer - ken,
splin - ter
ik __ zoo
niet, want
dik - werf:
or
Er
28E Mn
EE
8285
ed OD
ken
SEE eel
AAS YI
ee and |
ed n= |
SET Í
ltr lr.
1 tel)
S ols Vie
© ir. S
SSEW
d ua
„38E D B
Elei
DO >
ged
a tg Wij
Bee] Sm
©
EAS
| so) )
die _ gij uit - meet, Zoo ver-geldt
tot den naas - te Houdt mij op den
ei - gen oog wees Dat een balk m'ont-
balk eerst weg! Nu Tra -nen van be -
y,
eens de Heer, Zoo vergeldtu_ eens de Heer.
weg tot God, Houdtmij op den_ weg tot God.
nam het licht, Dat eenbalk niont-nam het licht.
rouw ge-schreid, Tra-nen van be,- rouwgeschreid! _
_
a s ee PPP En
Bet Pat
LL
Reine liefde is algenezend,
Heeft een grief vaak bijgelegd;
Toen ik zag mijns broeders fouten,
| Was ik niet geheel in ‘trecht._
Neen, ik wil geen aanstoot nemen;
_ Jezus zelf gaf mij den wenk -
Splinters zijn zoo onbeduidend,
Als ik eerst den balk bedenk. (ss)
en
„Toen eerst het licht der waar-heidkwam Op
„Zijn ve -len op Mis -sou -rìs grond Ge-
| te Nau-voo, de stad, al - waar de
dood ont-ziet ook niet ons land,Maar
aard’ in de-zen tijd, Hoe wei-ni-gen wer-
dooddoor ruw ge- weld, Zij ble -ventrouw aan
tem-pel vreug-de gaf, Ook daar vond me-nig
gaatsteedsmaaiend voort, En ve -le van de
PERES
zee
neen an eens
den er door Met hart en ziel ver À
kun ver -bond, Zijn nu niet meer ge -
Hei- á - ge Een kil, maar rus - tig.
Bei - ki - gen Gaan naar een be - ter
iss ss es
blijd! Maar ook van hen hoe ve-len__ Zijn
kweld! En zijn zij toen in droef-heid_ Of
af. Zij rus-tendaar in vre-de,_ Van
oord. Als dood zijn zij be -gra-ven,_ Dat
dede Ne
DE Sn
„er niet heen-ge-gaan, Die in hetgraf nu
is: tot rust ge-gaan. ie an
TEE le DT TER EEEN NET MEERN BUEN ERS aan mame
7 8 ne a ho Hp cl
EE NEE DEN LPE MET GES UAE ETEN v VAD CODEER EN ENDE OEL: BEL
IEEE ESES Kn EN WGE ME (HETEN VRDS NRE NE AAE OEFEN U
EAA GED CH EE EN CED A ; le GP |-
A DE ED EN MCH TUD CDE P_| £ Ë Cr |
ub ar y | dr
sla- pen, Om __ een-maal op te staan, Om
vreed-zaam, Om __ een-maal op te staan, Om
glo-rie __ Uit stof op zul-lenstaan, Uit
mor-gen,_ Dat_ zij op zul-lenstaan, Dat
BET EBEN
ennn
"ef
Die ín het graf nu
een-maal op te staan, O__ neen,‚zij rus-ten
tstof op zul-len staan, Tot - dat zij eens in
en dh zul-len staan, Maar spoe-dig komt de.
sla-pen,_ Om__ een-maal op te staan.
vreed-zaam, Om ___ een-maal op te staan.
glo-rie__ Uit _ ‘tstof op zul-len staan.
mor-gen,— Dat zij op zul-len staan,
sen |
ed e ed A }
ER CRI REET ELEN CEA IE |
RD 8 8 8 2: 8 1 id SEN
BP LE TE EED AE METEEN ESS NEE IE ES EEE) EEEN |
EEN OE ee PERRCR EREN
Wat treuren wij, wanneer zij gaan
Van aardsche smarten heen?
O zalig hij, die in den Heer
Ten einde heeft gestreên.
Wij allen zullen volgen,
Naar hooger oorden gaan,
Om eens in eeuwge glorie
Vernieuwd weer op te staan, (bes)
_Om eens in eeuwge glorie
Vernieuwd weer op te staan.
No.34. Avondmaalsgebed.
Andante. GEO. CARELESS.
groo-te Heer, wij bid - den nu, Wij
wij dan steeds in-dach-tig zijn Uw
e-reid ons oog om steeds te zien Dien
ne -menbrood en wijn, Om thar-te te ver-
lij -den o zoobang,Vol-bracht voor ons op
rijk-dom van ge-nà, Die za - lig-heid ons
éé - nen band ver-eend; Ver-ge - ven- zoo-als
ad a
…
ee SE
AI LV P) DEE EEEN BAN
El Laa CRA TEN EEN 44 LE OP EEL EET NEN ON EEN
LENGTE CES) CEN (OEE A ON DS BES Dc Ve BE EE RT OE
vul - len met Dien Troos-ter god’-lijk rein.
Gol - go-thas-De lief - de was Uw drang.
heeft be-reid—-Dat elk- hem ga - de - sla!
Gij vergeeft-In ’tle -ven ons ver-leend.
S
waar - heid? De _
waar - heid? De _
ont - valt dra des
Ì waar - heid? Het
aen -ste schat; Aardsche weel - de 14 hem ast ge-
schoon -ste prijs Voor het stre-ven van go - den en
dwinglandshand,Als hij te-gen ge-rech- tig-heid.
laatst en'teerst,Zij is bui-ten de Gre Tan den
PO et
NSD ELEEENNERER nn
MRE
lijk; -. On - schat-baar zal waar-heid voor
mensch Ga, zoek in de diep -te, of.
strijdt; Maar d'eeu -wi-ge waar-heid zal
tijd; Moog he - mel en aar - de ook
ze CSE UN OTE | N … & ni
he | je { EN GEEERE CALE
en en en Cn nn MR
WAR EEE SCENE TEN LONEN CORE AR ORONNNEREN DI ROES 0) ORNE LADIS Et EEH AEL
GENE WETEN SPEEN LIE ONEETRIED ”AEEEN / AET) WEER) PANT
vans od EER en
ie - der eens zijn, Als de vorst-lij -ke troon wordt ge-
ze daarook zij, Of __ stijgnaaromhoog in der
staan im-mer pal, Niets kan haar ver-an -dren of.
een-maal vergaan,Wat_ er ook ge-schie-de,blijft
Ne
| AN
id
el. | |
rekend slechts s … _re-kendalsstof en als
En-ge-len rei,Z'is het voorAwerp van d'e-del-sten
bre ten val, Zij weer-staat zelfs den tand van den
waarheid be - staan,On-ver - an-der-lijk in eeu-wig-
er
s 2 EN 3 hd ; 2
ra un 7 : PEN ERWAN B PETA DP OEE EEN WEEG: Kij IE GBZ
Me TEV ME OEE EENES RAN …. N … ES EEE SRO AE EN OD ENNE NEN 7 NE
ALT EES TV B FP ENE ORNE VD me PV ANN EE GE
EA LEN VEEN REEN 7 EEEN WEES EES |
® / ® \
\ ON
LTM MEN ALT EN B EE U ge 2
jl) Oe ns ge
_ slijk, _ Wordtge - re-kendals stof en als slijk.
wensch, Z'is het voor-werp van d'e -del-sten wensch.
tijd, __ Zij weer-staat zelfs den tand vanden - tijd.
heid, __ On-ver- an-der-lijkin eeu-wig-heid. —
an Nh
Tt (8
LEN AE Ei _Á BE EED ARN EEEN | (3
LL EEN EN B ESE OEE BEREN AEN … GON LI EE WV ZE OE ED EEE EDER
L A A el
7 No.36.
Wat is Waarheid?
is waar - heid?
zeg, wat is waar - heid? De
scep - ter ont - valt dra des
groot -ste schat;Aardsche weel-de is hem niet ge-
schoon-ste prijs Voor het stre-ven van go-den en
EK KEN
/ 5
lijk; On - schat-baar zal waar-heid voor
mensch. Ga, zoek in de diep -te, of
strijdt; Maar deeu -wi -ge waar-heid zal
ie -der eenszijn, Alsde vorst-lij-ke troon wordt ge-
ze daarook zij, Of stijgnaar om-hoog in der
staan im-mer pal, Niets kan haar ver-an - dren of
rekend slechts schijn, Wordt.ge re-kend als stof en als slijk.
En-ge -len rei, Z'is het voorwerp van d’e-delsten wensch.
brengen ten val, Zij weerstaat zelfs den tand van den tijd.
JON SEF ERD)
Zeg dan, wat is waarheid? Het laatst en ’t eerst,
Zij is buiten de grens van den tijd;
Moog’ hemel en aarde ook eenmaal vergaan,
Wat er ook geschiede, blijft waarheid bestaan,
Onveranderlijk in eeuwigheid.
U.
ij komen tot
W
Heere,
_No.3%.
NL zes IN eee Uh ear
dE IL EE EE
/ e ee \ 5 eef 5 Ss SD
ligt ie hk Eke
Ke) | Rois | ,
BI Es Ì Il Be RACE
5 Iik E58 LI BEES EEN
dk: | His Sa | EP :
NGSEFS WN IN SAE U sees
Ee 38e Ì | HN ble IN 4
Li oe GN lijm adhedhile Bae
tie TE '
hl DEE ERI Wiens: EEEN
Rn:
VITE en zalle + VEER Zaag
ie EEC) U: 7 Ho
Ipse Ie hari: ek:
EENS ( ze nj
, EE ERE Di © s
je ed od sf Ie Ii ES NES
EN Ees Sl
Ni EN | Ki
bud an Bn
Se EN EN EU PEN) EERE |
fh EE ET EN CE ELN NE GERE DEE EEN NEN TE
ENDE EAN FU EEN EUN EEN ENCI PEEN BCE
A EEE as DOI
Net"
O0, Gij Hoor-der der ge - beên.
Voor wij we - der huis-waarts gaan.
Liefd’ en vre - dein plaats van smart.
0, ver - hoor die … be - de nu.
nnee
No.38. | g
| _ Vat Moed! Alles is wel.*#
£ hA Lj Nn LA
Ear BEEREN a ON a EE RE EN REN EEE a WAGEN A REEN EO EEE EEN
ECE TE EN EEEN B BEE G L_À te EE]
EAR WZ Af è Ean EEn eea
AV EEE
1. Komt, Heil:gen, komt,geen werk nochstrijd gevreesd,
2.Waar-om getreurd, of moei-lijk 't lot ge-acht?
3. Wij vin-den wis in ’tWes-ten, ver van hier,
4. En ster-ven wij al - vo-rensdaarte zijn,
EB nn en
kr RE, mn
LPA aaa A 5 EERE
HNE d Nel
ed
B)
ss
oe - bracht!
tIs niet zoo; geen ge - ween!
Land, door God ons be - reid;
zis - de dag! on - ge - hoord!
s eN
4 Ae De VE
„ Schijnt ook de tocht wat zwaar,zijtkloek van geest,
Waar -omeengroot en _heer-lijkloon ver-wacht,
Daarwordtde Kerk den vol-kren een ba-nier,
Dan zijn wij vrij van al -lesmarten pijn,
eN Nn
EE RORE ICANN OTE TRAGEN CEE BORRE B
FRE
\m/
\ ola : en
Ennn ennn
A Ze
Naar kruis krijgt ge-kracht. ’tIs _
Als er niet wordt ge-streên? Vat __
Als wel -eer is voor-zeid. Dan _
In het schoon he - mel-oord. Maar
Nd Leh
3 En Bf EEDE
TRE nii BW ed Te
jn
)
schap voort te gaan,
Zij -
y
moed en _blijd
Dan
Op -
Bij
nen niet;
zijn ver-gaard. Dan
de
God ver - laat _
- zen Heer en God,
eer van on
weens in Zi
on
kwell’:
har - te
dra ver - tel’:
ons
lof - lied
de
dat
dat
sna - ren - spel:
luid
zorg
ons
=|
=
&
Lj
©
asl
'
Dom
eb
>
Ï
©
ord
nl
klinkt de
schel;
en
juich - kreet
Di
les wel!
les wel!
les wel!
ORO
_No.89.
| Bn
1. Er isschoonheid in het es Als er lief-de
2 _El-ke wo-ning is volvreugd,Als er lief-de
3.Vriend-lijk blikt de He-mel neer, Als er lief-de_
heerscht; Vreugd ver-vult dan hart en mond,
heerscht; Haat en nijd ver-dwijnt voordeugd,
heerscht; Niets verstoortden vre - de meer,
Als er lief -de heerscht. Vre -de, voor-spoed
Als er lief -de heerscht. Ro-zenbloei-en
Als er lief -de heerscht. Schoo-nerbloem ziet _
TET EEN EE TAN CREE 0 à ë
Zine Ol Ze : 8 ET OG ET Pe
Zl
ke zij,
5
La-chend zoet aan
.
’
el
®
©
nn
&
„2
E
&
©
ba
Es
5
5
ee
ä
©
5
ER
8
EE
zl
©
8
©
fs
2)
De
5
cd
Ee
es
ed -
=)
©
5
a
1
‚3
vin-den wi
he- mel-boog,
de
is
kc >4
5
ee
5
=d
5
5
5
5
les
Ent
5)
<
z
Ë
vd
5
®
4
Ke)
Pan]
„u
=|
ved
Si)
pe
®
=|
Ee,
8
De
emil
©
5
5
Sa)
®
He |
Dn
®
<
&D
5
ess!
t
=)
I=)
5
G
ved
=|
et
d
ào
8
a,
Tijd gaat aan - ge-naam voor - bij,
lief - de
IS
D ® ©
® © ©
tE
RK)
WW WM
SES
-heerscht;
lief-de heerscht;
lief- de heerscht;
heerscht,
heerscht,
heerscht,
Tijd gaat aan- ge-naamvoor-bij, Alser liefte heerscht,
Vol van heil zijn 5 le-vens schreên, Alser liefte heerscht.
d’ En-glen jui-chen daar om-hoog, Alser liefte heerscht.
Gods wonderbaar Werk.
Lerghetto maestoso. EVAN STEPHENS.
A,_A
Û)_& ja ì
5 AT ME VEREEN NLENEE OL BA BETTEN WIED E EEN EEE
DER LJA LE NEE" "SG ONE: NRE MEN ORDENEN UD A ON Mn
Ee WD a OEE KN RADEN BREMSE IE
s laf
1.Godswerk is ons zeer won-der- baar n
2. Zijn wijs-heid is on - peil-baar groot, Zijn
3. Gij, kin-dren Gods, strijdt moe-dig voort; De
‚Hoe nie-tig, klein is uw ver-stand— Be-
ke - ken en in vorm. Hij drukt Zijn
macht is «… on - be - perkt; Zijn heer- lijk
__wol- ken, die gij vreest, Zijn vol van
oor-deelt gij Zijn daân? Zelfs als gij
oet hd
voetstap op de zee, Be-weegt Zich hak den.
plan vol-brengtHij steeds, Daar Hij _ met al - macht
lief -de; wel-dra blijkt Zijn mil- de ze - gen
slechtshet don-kre ziet, Doet Hij _ het licht ont-
storm, Be - weegt__ Zich
werkt, Daar Hij met al - macht werkt.
meest, Zijn mil - de ze - gen ’tmeest.
staan, Doet Hij ___ het licht _ ont - staan.
5.
Zijn doel bereikt Hij zeer gewis,
‘tGeen Hij volbrengt is goed;
De knop mag bitter zijn van smaak,
De vrucht is zeker zoet. (5ís)
6.
Blind ongeloof dwaalt immer voort,
Het kan Zijn werk niet zien;
God is Zijn eigen meester steeds, -
Niets kan Hem weerstand biên. (bis)
| No. 41.
Luister en Glorie!
bel | it
Be So &.®
tE SEE
BEE
Sa ze
“Le ZE
EES
va wa
DD SEAN
Lj 1 el
SE
©
2 OO
SSU
ov ©,
EE
ie Rd ®
588
ml A ©
238
338
55
lt 5
het
- fe-ten voor < speld;
Heil tot elkland dat in don-ker-heid
Lang reedsdoor Is-rels pro
9.
heugd!
ok p\ zijn als ver -
ik
Een HS da
Ber
d
Nu zwijgtde kla-ge van droefheid en
zor-gen,
je]
&0
pa
kee]
el
E
5
ei
=l
dr
5
a
=
8
5
E
sl
>
AN
8
el
A
Merk op,hoe hel-der de stroo-men daar vloei-en,
ver - meld.
chap
-der-nis op-springtvan vreugd.
- zen dag.
B
Een
El
‚©
4
RE
B
B ©
SS
88
=|
ke
Pl
E
re
8
Ml
ä
rwarring.
Te midden van Ve
_mid- den van ver- war- ri
en
in
neg
en
i
- daar z
in Go- des kin-dr
me ook wilt ont - hou - den, Schenk
1
ij
smacht hier om
Gi
-den ge-
ps ej
-E
‚B
ES
Ë
5
A
=|
=|
K-0|
>
L|
g
5
OD
5
t
Om
5
=
Waar ons
3
’
toch Uw. ge - nâ,
zwak
mij
heel be-vrijd te zijn,
— 85 —
le - ven met kin-dren Gods, naar wensch, Barm
Je - zus Zijn krach-ten steeds ver - leent. Mocht
troos-ten,Gij slaat mij al-tijd ga. Leer
vre - de, be - rok- ke - nen mij pijn; Maar
)
har -tig-heid te vin-den,’tont-vlièn het aardschge-
soms mijngeestookdwa-len, door zon-den af - ge-
mij dan ook ge-duld,Heer, bij al wat hier ge-
als RS ben ver-re-zen door Je-zus, mij- nen
druisch, Met Je - zus aan te zit-ten in
leid, Toch wensch ik,Heer, te wo-nen bij
schiedt, Op - dat, al-reeds op aar-de, ik
Heer, Breng ik met he- B scha-ren Hem
EE EE CREE EEDE |
0 SS OP nn NN
Ï Á EED NEEN LIMA 5 EAD BN REEN NE EA EEEN Sel
ME IP pd CON EN ED MTN ESE EMD
eeu - wig-heid.
ge - niet.
en eer.
of
in
Vr
Lôf
a
5
-
L|
5
=|
1
c8
je
M=)
(Dl
127]
emme
keb)
=
1
Leb}
El
rd
he - mel
eeu - wig
Ont - vang
huis!
Be mon
ETEN SEEKER
nn
Bava
the-melsch Va- der - huis.
| N
ELEN RENE ARE REE
LA EE VEE VERE
=S
ar
Hei- land, In
ZERE
mene
__Het Loon der Volharding.
Andante Cantabste. E. StePHENS.
Sopraan-Solo. De
„0 - ver - win - - naars nu zijn
den troon re -
17
. Wie zijn “die, in
ì zij zijn door ver -
- ver - win - naars
Hij. die op den
| Pe
| ER 5.
a nn en en EP EEN KT ELN EEEN rl
En DEE OS ME HED HO
DA VEE AN EEE NED nn EDEN "AE WE
kleed, Schittren als de mid-dag-
heen, Rein ge - was - schen door Zijn
zij! Geen be-proe - ving voor hen
geert, Geeft al Zijn ge - trou-wen
y, Pe
t wit ge- kleed, Schittren als de -
| druk-king heen, Rein ge- was - schen
nu zijn zij! Geen be-proe - ving
troon re-geert, Geeft 2 ijn ge -
he kn en EER \_ A ge
GE Gn A EN ID EE EE En GER BEN TT |
a iii
zon; Diedaar zit - ten zon-der
bloed, Za-lig door ‘t ge -loof be-
meer! Pijn en angst is lang voor-
loon. Wijl zij zijn wat Hij be-
Erven ns nn DEE Ed A KE
NEUE CES CALE VN MENEN GN FN EN LEED. GTE
nm nn ne eenen
nk ver
| mid-dág- zon, Die daar zit - ten
door Zijn. bloed, Za-lig door ’tge -
| voor hen meer! Pijn enangst is
| trou-wen loon. Wijl zij zijn wat
d
ee In
a, En e ) | |
leed, Naast Gods heil-gen,eeuw’- gen
neên,— “Werk van Zij- nen lief - de -
bij, Dorst noch hon-ger kwelt ooit
geert, Voedt Hij hen van’sle - vens
zon-der leed, Naast Gods heil’ - gen‚eeuwgen
loof be-neên;tWerk van Zij - nen lief-de-
lang voor-bij, Dorstnoch hon - ger kwelt ooit
Hij begeert, Voedt Hij hen van’sle-vens
+ el
CEE EEE A AN LL EDEN WEN MANO AEN
erp DE een AAE at B 0
troon? De- ze droe - _ gen’sMee-sters
gloed. Daar-om staan zij naast Zijn
weer. Bo-ven - ma - te koud noch
boom. Al hun smar - ten le - nigt
#
Ma dee EA JAN ET
ae BE PE
troon? De-ze droe - gen
gloed. Daar-omstaan zij
| weer. Bo-ven-ma - te
| boom. Al hunsmar - ten
5
me AT Ep Ad © VEA A EE CER TEE CEA ET
fd Pt dze Ennn mt TE A 4
4 VEEN IE OEE FABEL EE EEE
kruis, Roem-den in des Hee- ren
troon, Lo - ven Hem steeds dag en
heet, Is hun he - _melsch-schoon kli-
Hij, Hun ge-bre - ken vliên vóór
CRE PET NNS 5 u se
’ / / : 2 / 7 W Y p/ 6
s Meesters kruis, Roem-den in des Hee- ren
naast Zijn troon, Lo-venHemsteedsdag en
koud noch heet, Is hun he-melschschoon kli-
le - nigt Hij, Hun ge-bre-ken vljen voor
N N lj . \
ram k TS Dn ee
We OET 2 AA EL CEE GEE WEU ONE EN VIEREN 2 EEE AVEN EL ANNEE A
% me wed ZA NEE Á
an a orn Menn en EN OE
Sopraan.
naam; Schoonom - ringd____ door aardsch ge -
nacht. Eeu- wig vrij van al - len
maat, Ko- nink- lijk zijn zij be-
Hem, Leed en twij - - fel is__voor-
k 7
naam; Schoon 0 fenn door aardsch ge -
nacht. Eeu-wig vrij van al - len
maat, Ko-nink-lijk zijn zij be-
Hem, es À twij-fel is voor-
druisch, Volg- den zij het ster-ve fa Lam.
hoon, Prij- zen zij Zijngroo-te macht.
kleed, Waar hun glo- rie nooit ver - gaat.
bij, Want zij olen den’sHee-ren stem.
mm « ln eN
LAT EEN EE OR ee U EEEN CROO am REAR MD WROTE HD SEI NE
ls | CER EP LE COEN CORNE EI MEE CPN KE SEL LEEN il
Li EN Cn nn: Zim mn!
druisch, Volg - den zij het ster- vehd Lam.
hoon, Prij - zen zij Zijngroo - te macht.
kleed, Waar a glo- rie nooit ver-gaat.
si een sHee - ren stem.
Ps PRA \ N
Be FA ARENA IRT ED
_ Fe ze vi an van ann EEEN BEAR
ij/
No. Ak.
De schoone Toekomst.** 3
Gro CARELESS.
|
2. Heer- lijk vloei- en vreug-de-stroo-men
ee 7,
ne EN HEEN NEEDE AST ETET
DD EN EE CM EE | ERE KEN UD IN SNEDE! MEE EN EA
PEPE ILEen
Ad
Van den Dag van dui- zend jaar, Komt den
Uit des he- mels eeuw’- ge ron, Langs der —
Haas-tig-lijk ver-dwijnt de mist. Sa- tan
Waar deez'aard ge- niet haar rust; Is - rel
kin-dren Gods be - rich-ten: tEin-de van den
ber- gen gou- den zoo-men, Stra-len van de
zoekt nu nog de vol-ken; Wel-dra ein-digt
dient dan al - ler Va-der, VanZijn ze-gen
waar-heids-zon, Stra-len van de waarheids-zon.
zon-deen list, Wel-dra ein-digtzonde en list.
| __gansch be-wust, VanZijn ze- gen gansch bewust.
EE 3
nacht is daar, tEin-
EIN EEE EREN RAN EEEN Nee eeN
EEN GEN ORDE WE AL MP EE OEE WES TREE CANE
WR a nm EES ES OS ODS EN àl
en Td
Ld
5.
D’ atmosfeer vervuld met geuren,
D’ aard, met ’tschoonste groen bedekt,
Prijkt in vroegre pracht en kleuren,
Uit haar slaap dra wordt gewekt. (bis)
| 6.
Eens in den verrijzingsmorgen
Zullen wiallen zijn gelijk
Gansch ontdaan van strijd en zorgen,
Schoon bekleed zijn in Zijn rijk.(5is)
7.
“Oog heeft niet gezien de schatten,
Die de Vader voor ons koos,
Die de grootste vreugd bevatten,
Zelfs het Leven voor altoos. (Gis)
8.
_ Heil'gen, hoe uw lot ook weze
In gevaar of leed gehuld,
Dat uw harte toch niet vreeze;
Draagt beproeving met geduld. (öís)
— 93 —
No. 45.
De Trouwe Vriend.
Hei - land,
k
‚be - la - den,
on -
be - last
ep
Ss
ord
pel
'
(=P)
©
EI
t
5
P
Del
©.
kee}
a)
ua
jz
©
ua
8e
z
5
een Vriend is
wij zwak,
plaats wil
in $strijd -uur
in on - A
ons hart
ter-
oor
ge- drukt d
neer
door Hem
strij - den
á
recht, dat
Gaan wij dan met al ons
Welk een voor-
b)
vlucht
toe
Ze
-land!
bre Hei
Dier -
ft |
Oe
De
/
God mag gaan.
Hem, die ver-los-sing geeft?
Ee
P
ijd vrij
Borg.
eeN
zijt on- ze Hulp en
5
=|
1
ao
a}
5
asen |
5
5
e=
2
5
>
LS
5
5
ui
ed
Es
1
le
ee
A
we - zen
een vriend ooit trou-wer
Kan
neer,
Heer;
lij-den draagt?
die ons
bid- dend tot den
wij
Dik - wijls drukt ons zon-de
Hij,
Dan
Gaan
05 —
vei - lig,
Ak
nr
om-dat wij ‘tal niet bren-gen
zus wil onssteeds ge - ne- zen, ”
Zijn ar-men zijn wij
ì
ESE
dl
Juist
Je -
In
„ Zen
t, die ons schraagt.
ns tn - meer.
„leen is’
ver- laat o
Ai
No. 46.
EVAN STEPHENS.
kee}
de
58
>|
|
ie)
5 5
NS
E
3
:
Verlossing voor den Zondaar.
Moderato.
Igt den
g mijn
n
Tie
in wee
ke
J
leeft
ze NN ) p :
leidt tot in den doed;Slechtsin den dienst van
* licht des mor-gens daagt, Ik dank God in__ den
eeu - wig-liefd-rijk Heer; De zon-daar vindt den
on zichbui-ten nood, Hij vreest Uw woord niet
on-zén God Ont- vliên we bu gen |
mid-dag-stond,Aan - bid Hem in den nacht.
vre-de niet, Als hij veracht Uw. leer.
_of edt ee de Be dood.
5. Maar ik, met zorg belaän,
Vertrouw gestaäg op God;
Die redt en leidt mijn paden recht,
Mij troost geeft in mijn lot.
6. Zijn arm is trouw en sterk,
Om ons in Zijn verbond
Te doen volharden tot het eind,
Gebouwd op vasten grond.
/. Dus blijven wij gespaard
Tot in der eeuwigheid,
_ Door Christus zelf zijn wij gered —
0, zoete zaligheid!
— 7
No.47.
1. Werk, want de nacht komt da - len,
2. Werk, want de nacht zal da - len,
3. Werk heeft uw Heer be - vo - len,
: Pp) 7
Werk in het mor-gen-uur! Werk vóór uw licht gaat
Werk,wijl gein’tzonlichtstaat;, Laat nooitdemoedu _
Alsg'eensin Hem ge-looft: Wil niet in twijf Sing
Ee N
fa - len, ‘tLichtis kort van duur.
fa - len Voor uw taak op aard;
do - len, Volg uw godd-lijk Hoofd.
ue zon - ne
be
zal u
In’tlicht dat God nu geeft; Werk, want de nacht komt
Als God Zijnrust u geeft, Werk daar-om zon -der
’
geefs! Werk
en geen nacht kan
Die nu eentaak u
| da - en,
Die geen dag meer heeft.
Vlij- tig, trouw ge- streefd!
leeft.
Waar uw ziel eens
oe len,
dra - len;
da
eu
Gods Geestbrandtin’thar- te als vuur en als
Ge-zich-ten en ga - ven vanouds kee-ren
Den Hei- land te vol- gen zij im-mer ons
Gods ken - nis en machtwordtal-om-me ge-
id
P an esinnnde
2.
mna)
EN EREN Vern WED CEI BAD KEPER EEN NEOS EN DES MONG ETET EEL
Ge En: ERGEN SON EENS ennn CRA. MEA BREE PEP 0 EAD Sel
Ld ABE l___@ EREN MEREN DE EL BEE EL
A
vlam-men, De glo- rie der laat-ste be-
we- der, En eng’- len be - zoe-ken dit
stre- ven; Zijn prie-ster-schap leidt ons, niet
pre- dikt, De slui - er der aar-de wordt
Cd
dee - ling komt voort;
ster - ve - lings- oord. Wij zeen
lan - ger - ge - treurd! \{
o - pen ge - scheurd.
.
eeu - wig en
Pp)
Voor
ie
el
ad
©
el
Ke,
ee
®
=)
t
©
5
hen met
na, Ho - zan - na! den
ge ge - ge - ven,
jui-c
zan -
hoo -
.
3. Gods Geest is in onze gewijde vergad’ring,
Wij breiden het Koninkrijk Gods uit op aard.
En door het geloof zullen wij eens ontvangen
Gods glorie, met gaven en zegen gepaard.
Koor. Wij zingen en juichen, exz.
4. tVerbondsvolk van Isrel, gevloden voor vrijheid,
Keert weêr, in vervulling der Heilige Schrift,
Geleid door een Mozes en priesters als vroeger,
Gevoed door het manna, de hemelsche gift.
Koor. Wij zingen en juichen, ex.
5. Gezegend de dag, als de lamm’ren en leeuwen
In vrede te zamen neêr liggen geschaard;
„Als Ephraim gekroond is met zegen in Zion,
En Jezus in glorie daalt neder op aard.
Koor. Wij zingen en juichen, exs.
1.Een en - gel uit den he - mel had Zijn
2. De waar- heid was het, die hiijbracht;De
3.Hij riep_ met ee- ne groo-te stem:Geeft
vlucht naar daard ge- richt; Hij
blij - de ma - re klonk, Dat
Go - de heer-lijk-heid! Het
zon-den van om-hoog;Ge-wich-tig zijn be- richt! |
ge-lie was her-steld, In vroeg’ren lui-ster blonk.
oordeels is__ na - bij, Vreest Hem in eeuwig-heid!
Die schiep den hemel, aard en zee,
En alles wat bestaat,
Aanbidt Zijn naam en geeft Hem eer,
Daar Hij te komen staat.
5.
Die blijmaar nu hersteld, gaat voort
Tot ieder volk en land,
Gepredikt tot getuigenis —
Op t einde wijst Gods hand.
= 103 =
No.50.
Voorzichtig in het spreken.
J.S. BRAMWELL.
fou - ten wilt be -
Á. hâ
’
deel
in_— uw oor-
pen,
amer;
ris-
den nim.
tig
gij
À
ij
ie
En
Ee
LJ
8
3
©
©
7
©
Ea
ua
pt
S
pe
ua
Ei
E
es
E
ua
ä
5)
rf
=,
Ee
en
5
E
aa)
eN
4. Wees niet haas
an - dren ziet,
vriend veel
nt eer. fi
den naam,
’
wijls smart
goe -
dik -
ders
Die_ ge-soms in
Zoek een an - der
Ker uws broe
Want het eind is
-deelt,
=woord
ijd als___ een klei-nod,
eer_—_ giij oor
toor - nig ant
EN te,
uw har
al keerteen
8
Acht dien al - t
Vraa
Vaäk wordt
Veel
ge kwaaddacht,
van wien
ee
?
3
Stad
=|
60
î
E
K-) [=|
=| T
= Z
8825
|
s 42
2508
zE
Cad
ö
(=|
Pl }
|
Es
ED
ei
8
d
ap
5
ao
t
5
=
zelf _ die
plaats van
E - ven - als uw
Eens het
‚Heb ik
Naar de
deelt:
keerteen toor-nig ant -woord
Acht dien al - tijd als een klei - nood,
eer giij oor
Veel -
Vraag uw har - te,
al
zelf die
Vaak wordt hij, van wien ge kwaad dacht,
Naar de plaats van
-_gen faam.
fou - ten niet?“
uit - gang weer.
„Eens het dier-baarst tot uw hart.
ei
Uw
E - ven - als
— 105 —
No. 51.
Volhardt in het Goede!
N.
J.P. OuszE
die Heil- gen wil - len 4
hen,
1. Laat
2. Laat
u
om
stor - men loei - en
nim -
als
don - kren
dor-schen is
3.Vrees
4. En
mer voor een
id
het
àn, Maar
drer da
zien op
… trouw o
wen (od, Houd
tig- heid Tot
u
p
met voor - zich -
En …
les schoon;
B
zeef maakt al -
lief - deen eer, Maar
wa - re
Elk an
steedsuw oog ‘op Hem ge- richt, Houd
_doch-tend daagt,
Tot
En
pad,
daan,
op— uw
Se -
en
- ten
is
het zif
als__
elk_ in wa - re lief - deen eer, In
steedsuw oog op Hem ge - richt, Want
doch-tend daagt,en op— uw. pad Het
als het zif - ten is ge- daan, Ont-
2d
-_de__ voor-waarts: gaan.
_ be - stuurt uw lot.
zon - licht zich ver - spreidt.
vangt gij u - we kroon.
Ro
In ’s Heeren tijd dòet Hij u recht,
Hij zegent die Hem dient;
In liefde is’t, dat Hij kastijdt, @zs)
_ Omdat gij zijt Zijn kind.
ie
Blijf in de waarheid u gebracht,
Wees deugdzaam, — dit maakt vrij;
Neem niet op u het slavenjuk, Gs)
Maar Godes heerschappij.
— 107 —
_No. 52. |
Vertrouw op Gods Beloften.”
- GEO. CARELESS.
1. Hoe-wel be-proe-vingkwel-len mag,
2. Wordtsomstge-luk hier on- der - mijnd,
8. Ver-heft uw hart in lof tot God;
4. Schoonhoon en smaad-heid op u daalt,
‚
|
: ei f
ai Gie ai
PERS
Houdt stand, gij Heil’- gen, in.’tver - bond;
De tijd ten lang-ste is_ niet lang,
Voegt u in ’‘sHee-ren handge - dwee;
Gij voor des vij-ands woe-de vliedt,
wend 5 hee in en tin Gehe at naderen nl amhali
pe vn
ars Sate
| | ver-rij- zitigs- dag
Als glo-rie-rijk de Heer ver- schijnt,
. Als pla-gen drei-gen hier uw_ lot,
Je - ho-vas woord heeft nooit ge - faald,
dende
Sprei-den zijn le - vens-licht in ‘trond,
Ge- pre-zen door der en-glen zang,
Zegt Chri-stus: in Mij vindt giij- vreë,
Denkt niet dat Gods plan is te niet.
Sprei-den zijn le - vens-licht in ’trond.
Ge- pre-zen door der en-glen zang.
Zegt Chri-stus: in Mij vindtgij vreê.
Denkt niet dat Gods plan is te niet.
Sj Ed 5 El
GR 2D BEE GEEL VERS AREN 7 EELDE WEE CEE |
Md OPS. BEET EEEN KELTEN EER 5 CE |
ENE HEN DEV ENE OREN ERE) NE |
LEE (EN IDEEEN GEGEN BENN WN AK ENDE EN 7, 9, Ï
5. Zijn werk, der grootste wijsheid blijk,
Met kracht en teeken gaat gepaard,
Der laatste dagen Koninkrijk —
De „Steen“— vervult weldra heel daard.
6. Hoe Satan woede of tiere fel,
De woorden door God zelf geboôn
Herroepen kan noch mensch noch hel,
Zij blijven. vast als Godes troon.
1. Prijst dan de groote liefde Gods,
Wijl Hij Zijn trouwe knechten zond
Om ons te trekken tot de Rots
Der Zaligheid, Zijn Heilverbond.
109 —
_No.53.
Laat uw Licht schijnen. D
_A.0. SMYTE._
AVP NTS TTT
INS el el
am-pen hel-der lich-ten,
_lam-pen hel- der lich -ten,
zijn der zon -de dre - ven,
4. Broe-ders, ‘tis door Gods ge - na - de,
Schij-nen ook voor voet; —
Heil- gen, u_ is_ deer ge - gund!
Zwak-ken steeds ten nächt;
_ Dat wij kin --dren lichts.
EEEN BOD WE 7. OT LEDE UE END ETA CIBER ELT
WEEDE ELEN KEU WEE LR ERD BEER, UETAAE PA IEEE ONE TS
LS eis te 1 EDE EE 7 DER EEEN
RD NAE REN ED U 7D OTA EEN” ZE REN
“Is een heil- gen dienst ver - rich-ten,
Waar-om zou een moe-de zwich-ten, —
Laat uw licht haar schijn- sel ge - ven,
Waakt dan! eer - lang tan tte _sta-de,
No.54. | À
Heere, schenk ons Uwen Zegen! Á
Moderato. id O. PRATT Jr
2. Dank be- tui - gen wein aan - bid- dine
3. Broe-ders! moe-dig ‘tkruisge - dra-gen, |
hek om - ne ge - sla- gen
ul ons hart met vreugde en lof, delpons gaan op _
Voordes E- van- ge - liesstem. Dat de vruchtvan
Zelf-verloochning schenkt ge-not. Vroolijk toog om-
tEn-ge kruis-pad voert tot God; Moedig Je - zus’
Ee
_Re 0 dd BEE GEE LE
L_ _elÁ WEE MOE NRS EEDE LDA TT
EE Rl
U - we_ we-gen, Rei-zen n.naar het he - mel-hof.
on - ze_ red-ding Zichtbaarzij tot eer van Hem!
„ hoogge - sla-gen! * En-ge kruispad voert tot God.
last ge -dra-gen! Za-lig is ’tons wachtend lot.
n ij D s/ ei 5
A OENE RBE CN ENG 5 EVN MENE OE
0, verfrischons, o verfrischonsSteedsin de-ze
O, dat wij steeds, o
dat wij steeds TrouwaanU-we
Wilt gij sHee-ren kroon ver-wer-ven, Me - de-zitten
geeftdoet ons er-ven, Met er
Die onskruis
ie en II? Sopraan. i
RE
NNP
zl
O verfrischons o deibar: ons
O datwij steeds, o dat wij steeds.
op Zijntroon,Leerthettooi-sel wil-lig der - ven
Zoon, Reikt met va - der-hand na’tster - ven
dzijn,
1
“waar-he
n
ads re
L der nis,
F
&
de ml
\
wil - der - nis.
ii
en
3
waar- heid zijn.
de - ze
de we-reld spreidt ten_ toon.
‘het eer-kleed
Dat
Ons
Steeds in__
Trouw aan U - we
Ii
— 113 —
No. 55. Geen, abe,
Wees oprecht in uwen Wandel.*
EET ZU BBE
GNS EEN EDEN PEER OEE WED EE EEE
z EER RG ede
—N
—_Ò
1. Wees op - recht in u- Ee det
2. Weet, waar-toe gij zijt ge-scha-pen,
3. Zij uw_ drijf-veer en - kel lief - de;
4. Wordt gij_ soms be - spot, ge -sla-gen,
Doe wat goed is in. Gods oog.
tÍs om eens als God te zijn.
Doe geen goed uit vrees voor straf.
Bid voor hem, die u zulks deed,
Ar í WEE ENE @ LEDE
LS DD E FZ 5 MENEER U BEL
WL PG BEU MEE UIEN ROES 7 MEDE MENEN IEEE)
A
4, ; 5 :
Aere Ten
TE on WAP AED 5 EN PENS EEK AN LOER EEE EN Hol
DAT TRUE ED 5) Pz ge
Drijf met_ gods-dienst toch geen han- del,
Zij ge - rech-tig - heid uw wa - pen,
Als een_ an -der u soms grief -de,
Wil een_ an-ders las-ten dra - gen,
REEN AE î A gd dd
raam 7 BRETENK ° OEEDNE REUI ZATEN LES 7
: — Pr fd df „EES AEN EDR PORT ee
ce
Waar - heid sléchts voert
Haat het_ on - recht ve … nijn.
Grief niet_ we - der, dit is__ -laf.
Le - nig u - wer broed-ren_ leed,
EEEN CAREER ENE CRAS) ONTEREN LEREN
EERS SEK (RSE BN EEEN OGER
RE ED": OAN OERS OA 7 MENTEG 7.
Min steeds waar-heid, min steeds waar-heid,
Wees kloek-moe-dig, wees kloek - moe -dig,
Wees een_ voorbeeld, wees een voor-beeld,
Hoed de_ zwak-ken, hoed de zwak-ken;
Ee S
Weet, dat_ Je -zus nim - mer loog.
En weer van u al - len schijn.
Men - schen-min zij steeds uw _ staf.
Een is__ er die al - les weet.
%
Legenbede.
Op-rech-ten
os -telschaar, Be-hoed hen
1
spreid, Als in Uw
alrein AlsZoon en
ver
er
rijk
een -ma
8
5
&o
Lj
=|
®
&
2
WIJ
gen dA
3. Dat zich Uw
‚ datwe ook
4. 0
aan hun
de |
t Wer -
-S
’
eer, Geef
’
ree
Heer
tred;
zin. Ge
g
den
et snel-len
En één van
Ì
Ze -
bid-
ij
Wi
M
dank tot U Voor
gevaar,
voorzeid,
_ Va - der zijn,
voor
Woord
trou - wò band
Wes - terstrand, Eèn wa - re,
en
Hd.
Dat rasch des
Dat Da -niël
den wij
en hand, Hou
woor - den kracht,
„beeld ter-neer,
… hart.
sa - tansmacht —
zag wel-eer,
Ba: eeu - wi He d
) .
— M6 —
zing:
eer!
bed
min,
— zijn ge -
n broeder -
U__ ee -re
zij gebracht, Uw naam ter
- nen Heer
ken band
zij
nen ster-
E
®
E
‘
>
8
©
kn)
=)
5
@
5
fa
Ao
L<b)
TS
Hd
sg
8
©
Dooree -
De wederkomst van Christus.
EVAN STEPHENS.
Animato assai.
God
spreidt
stem klinkt door
Mij
ver -
dan eerst
licht
ster - ken
4.Brengt tot
4
- des
d ge -
jk-heid breekt
r
ez aa
de
ekt weer van om
APS,
re
eer - li
Ì
Go
8
E
©
EE
e
©
=
LJ
ms
®
>
42
3
ai
E
E
5.
ke)
©
d
=|
k:2)
ee)
5
80 ®
==
we - reld hoort Zijn
Ziet, komt— maar niet in__
hoord, Heil - ge we - zens da - len __
__ bond, Die in oot - moed naar Mij
roep - stem; Niets, neen niets ont-gaat Zijn
stil - te— Vuur en wol-ken gaan Hem
ne - der, En het sla-pend stof komt
zoch - ten, En ge - rei-nigd zijn van
Ss s ® À
14 Um: E) BOE 1 GIR MIE + JNR annen nnn
Au Le ______—
oog. Aard, aan-schouw Hem! aard, aan-
voor: Aard en he - mel, aard en
voort. Komt nu al - len, komt nu
zond’ Door den Hei - land, door den
N N
d. #4 EEE à
od EDA, OON LEMON OREERT
aar: mmm WL Pr RE
nn nn ha Te En ae
TE EE MN SN AN 7 SN 7
schouw Hem! We - reld beef van pool tot _
he - mel Mel - den, dat. Hij komt in
al - len! Hoorttrechtvaar-dig oor- deels -
Hei - land, Die als’s menschen Midd'-laar
&
De EN LN CERN … AP, CN PE WEE ALLEZ
Bal OPI EEEN EEEN 0 EEG TE "AIRNER EEE GELET
WE EEA 0 EEE EEEN EREN 5 ENE
Es a AE
# zE ; L\ N
ID EP Nie CT EERDE GEDE $ ani ° : EA
Es CED SRE 3 5
De ED EER WREE SEN S : ESKE WZ be
INST - En B
pool! Aard, aan -schouw Hem! aard, aan-
gloor, Aard en. he - - mel, aard en
woord, Komt nu al- - len, komt nu
stond, Door den Heéi- id door den
schouw Hem! We - Ean beef van pool tot. en,
‘he - mel Mel - den dat Hij komt in gloor.
al - len! Hoort'trechtvaar-dig oor-dels-woord.
Hei- land, Die als ‘smenschen Middlaar stond:
dd Pd J
: SEE |
Bn PIL Dj 8 L
TEEN LEES NED EEG ID LAER ED do eel a EEN es !
EEN EEE A NEN" RE ZEER EE EEN EEN KD |
. Nu aanbidden Hem de heemlen,
Roemen Zijn rechtvaardigheid;
Zondaars worden daar verbannen,
Maar Zijn volk erft heerlijkheid.
Recht is't oordeel, recht is ’t oordeel. | bis
Schaart u om Gods troon verblijd! si
— 19 —
Heere, kheb U van noode! /
£ \
me EN WERT: MEE EG REEN
ij Ds bi
4. Hoe zeer heb ík, dier- bre__ Heer,
2. Gij schenktons uw__ dier-bre_ leer,
3. Hei- land, blijf ons__ steeds na - bij.
(A
LD CEN ONNIE KEE LE EN ES ENE EE
Re (à | Pe el EET EN EN NRS) ANDRE RE OE
». KE BEER: RER EEN TE
EE EEE REE CEN NEEN WREE MEDE LEE ERE TN
U van noode tal-lentijd, Je - zus, die al-_
Ons zoo noodig op ons pad. Slechts Uw Geest geeft
Ja, meer dande zon-negloed; Dat Uw Geest ons_
leen mijnsteun, Mij - ne hulp en schuilplaats zijt. .
ons het Licht, Leidt onsnaarUw vre -de-stad.
eeu-wig-lijk Voor het wan-ke - len be-hoed,
KEN
A
ons___ meê,
woord en___ hart,
lig zijn
is tge-schied!
S
za -
5
Ë
|
E
®
Lj}
‚2
È
En wig,
372
voor eeu
is
al
RER
een heil -fon -tein, Zoo-dat wie ook
gaät die maar
prijst ons
Heer, hoebang de weg ook zij, Woont Uw vre-de_
rt Be
En weldra’tver-los-singslied: Gij hebtheilvoor
Erman
î
8
B
>
Kz
Sj
E
sl
ea
E
ons ge-wrocht; Voor den ste
Slechts
Ja,
men 5
Ja,
2 En
X LRT NEE
bij U
pr zn dE
) EEE EEE EE MEG
UCTE MEE ER
tot U komt, Zal,
— 121 —
NoB9. AR
Vergeving door Jezus bloed.** _
Eee A A CARELESS.
vj) Ee.
A. Rijs op, mijn ziel, houd stand, Werp weg uw.
2. Hij. leeft voor im - mer daar; Met tee-dren _
3. Vijf won-den gaf men Hem Op den Cal-
4.De Va - der hoort'tge-bed Van Zijn ge-
schuld-ge vrees; De bloe - den
lief - de - gloed Pleitsteeds die
va .- rie - berg Ge - lijk der
zalf - den Zoon; Hem weig'-ren zulk ver-
fn UAE ES B ize
5 LFONERES ENIGE KOEN Bin USE LIN EBRE Ei GF HE EE A A OE A |
rand Tot mijn be - houd ver-rees; Voor Go - des.
laar, Wijst op Zijn dier-baar bloed, Dat ons_ ver-
stem, Zijn zij ge -be-den sterk; Zij roe - pen:
zet Komt niet van Go - des troon; Zijn Geest ge
Een
staat Je - zus pand,
van zon -den-loon,
et 8 ver-geef, vergeef, Dat
ra um
tuigt als-ook Zijn bloed, Dat
PPP. ddr
5 EE Wo
mcn ns me ms mmm dm cam cas”
e A
Voor Go-des troon staat Je -zus pand,
Dat ons ver-lost van zonden-loon,
Zij «roe-pen: „0, vergeef, vergeef,
Zijn Geest ge-tuigt, als-ookZijnbloed
naam ge - schre-ven in Zijn hand.
spren-kelt den_ ge - na - de - troon.
de_—_ ge - los - fe zon -daar leev!
MR ge -… bó.- ren ben” uik God.
E Ce Cd Gd :
Un CO EE ADEREN AN EN EN EINER EES à
Es LYRP AES SARENA (SE ELEN BEE GEEN ° OEE) Ô
krt token
ED EI ELD EEN EE LI
5.
Ik ben met God verzoend,
Vergeving schenkt de Heer:
Zijn kind word ik genoemd,
Ik vrees niet langer meer.
Vertrouwend nader ik tot U,
Roep: „Vader, Abba, Vader!“ nu.
— 123 —
No. 60.
en Gids
heir, —
9
Geest ge-leid,
nd
5 0
RE
Gek
dae)
=S
ss
a®
de
emd
a '
Te
emd ,
=D)
Eis
ei Ol
melsch land
Dwaal ik nietaf in__ de_ woes- tijn;
-ken_ ’tHe_
die zoe
„Van hen,
B er
En ©
Ps e F
mij in De
nig - heid, Ik
aa
. So
BR
a
út „3
SS
TEE
EE WEES
°e__ _He
hd
Get
is 35
48 ©
Ï en
eee
| MB
WZ
aUN
he
— 124 —
| | Eel |
i ie Be Ï 2E
ie
WI | Eg
eb |)
bilt |
lof__
Tu
EES
de__
|
8 5
58
scha-
Re
E
e
E
d
8
3
ed
5
5
SE
EE
_
Mij sterkt Uw hulp, leidt
’kBen van ge-vaar en
meen
-te
noemgeen an -
Mijn einddoel is
| zach
— 135 —
No. 61.
!
U, o Heere
ee
Wij naderen tot
… GEO. CARELESS.
o Heer, Met
lof en eer Voor.
Ú,
el
el
eed
42
5
ze
Gd
E
'
©
|
dd
keb)
eb}
gen naam zij
na - de - ren tot
2. Gij woont daar in
3. Uw heil
1. Wij
IK daad
ee annae Is
STENS zn
dankbaarheid en lof; Wij we -ten, dat_— Uw
pracht en heer-lijk-heid, Den ee - re-palm biedt
HE - van -ge - lie-licht,Waar-door wij, na vol-
| HE
EE
liefd’ en gunst Ons geeft tot dan-ken stof. Gij
Gij ons aan, Als win-ners in
den strijd. Maar
brach-te taak,Weer zien Uw aan-
men
-zicht. Dan
5
Pe
— 126 —
-ven, …
Ver - he
Dat. Gij niet
g, En'thar-te
in ons oo
he - laas! doen nog zoo veel,
schieptons al - len naar Uw beeld,
fon - kelt lief - de
wij,
Es
lijk rein; Geef dat wij ook ten al - len
prij- zen kunt; Toch we-ten wij, dat door ge-
ons blij, Als wij dan gaan tot U__ om-
’
godd
IS
la _#
PRE
EEEN
TEEGEE
ap
me
en
8
4
ua
5
ad
\
5
tijd Die
aan Uw
Ver - los - sing wordt ge
rus - ten
hoog En
— 127 —
À No. 62.
van
om -
mers
„Zi - on
ij. Pe
ver -
der …
Kie |
ver- vol - ging
d
8
zi
E
5
8
8
AE
G-) |
zE
e
E=|
5
af
3. Zul - len
-wel ge -
vij-andiu
- del in
zijn e
gru
Al - weer valt de
Met wraak val-len
Zal stee
zulk een
trij - ders
Ss
Haar
zij— op ons
P
À 8 |
INE
en)
de - zus
-gers des
-ten zijnals di
ie, O
Zal men ban - den van pe - de steeds
sp
is
s=
> har
- loof
N
5
EN
5 EE
TE
be 4
) Pp
at
un ge
‚Wij zijns
Er hest
en El
Ne CAAS
pier
en Een.|
PEREN" SEREEN
— 428 —
… Jeeu-wen, Om moe-dig ‘tgo- vaar te weer -
ves-tigd, Wiens macht tot ver - los-sing is
bre- ken, Nooit ‘tbloed der pro-fe - ten ont -
_he- mel Wij zul - len hen spoe-dig ver=
Ge - denkt het kad van Mis -
sterk, Hun vij - an- den den-ken in
zien? Neen, wij zul - len nief im-mer
_ Wel „ dra Rn ons IE Ee af =
sou -ri, Ver- geet niet den moord van id -
hoog-moed Wel - licht soms, hun weer-stand zij
dul - den;— Op nieuw de ge-lof -te ge-
Geek Zal ie - der ver-baasdop ot
/ an Nl
J
(ih EERE NE ii
Et EEN
| pen
7 Bk
B DEE
WE BET GERED GEEN WANEER ELEN AS OA
. 4’
Ld
7 Vip D
voo. Als de ha- ters van God ver -—
_flauw;— Zij zijn klein in ge-tal,doch ver -
daan! En wij rus- ten niet voorzij gaan
AN
BET end Esp
druk-ken, Weest im - mer stand-vas-tig en _
. ee-nigd En im - merstand-vas-tig en_
‚vluch-ten, Wijl trouw en stand-vas-tig wij
he - ven, Door trou-we zal dit ons ge-
N
N
At PESEER GANERDEN vmrplk VENEES VALSE EN en
Ost dige EMR" MEAD TENEEEE APT
U fan ‘ Cd A UN
mas Ps TE
) Pp PA
trouw, Weest im - mer stand-vas-tig en
trouw, En im - mer stand-vas-tig en
staan, Wijl trouw en stand.vas-tig wij
A .
‚schien. Door trou- we zal dit ons ge-.
4 et \ N Ë \
em Áf Kamen ER
zien; Nu ver- acht, maar als - dan hoog ver -…
Weest and-vas- tig
trouw, En im - merstand-vas-tig en
staan, Wijl trouw en stand-vas-tig wij
Door trou-wê zal dit ons ge-
Als de ha-ters van God u ver-
trouw; Zij zijn klein in ge- tal, doch ver-
En wij rus-ten niet voor zij gaan
Nu ver-acht,maar als - dan hoog ver -
) d VAE Pint ke
druk-ken, Weest im - mer stand-vas-tig en trouw.
ee-nigd En__ im - mer stand-vas-tig en trouw.
vluch-ten, Wijl trouwen stand-vas-tig wij staan.
he-ven, Door trou-we zal dit ons ge-schiën,
ed see +
Lee AA ed
\/
1. Komt, hoort naar des_— pro - fe - ten stem,
2. De dik-ke duis-ter - nis ver-spreid Op
3. Ik __zocht niet in den mmemachnijnkeacitsk ion
A. De__ en land heeft een - maal ge- zegd: Merkt _
ùis-tert 1 naar Gods Haard: :Ver- heugt u
tgansche rond der aard, Ver-dwijnt allengs op—
niet op vleesch ge - „bouwd; ;Want vloeksprakGod op—
al Mijn noir den op, Dan zalt gij won-dren _
wa- Te leer, Ver - meld ver. De - voort.
ee bevel; Zijn werk wordt nu ver - maard.
- der uit, Die niet op Hem ver - trouwt.
zien op aa rd, Bu vast wordt u - we hoop.
NE
and
pro fe
s
Door …
ten wor
En
B
IN,
ad bg nt mj en en
Eken op aard be - tre
en an-der heeft ons
@
A
rd
5
gezalfd,
En
BO ie
EDS 5
sr
ASSESS
pes
el,
Boeg
we Ore O
“5 lS
Ei ee
© © ©
ES as
BEER
nit
Soes
5
+2 SS
PD ©
= A
15
’
gedoold
Sns
Niet meer het. juk getoest;
er door bedrog misleid!
Ontvliedt den leugenvorst.
8
6. Niet meer in slaafsche vrees
Niet lan
Koor. Wij vonden, ens.
7. Als heilanden o
der wet,
gaan
Niet voorwaarts konden
p Zions berg,
en waan,
jen zon
ing. bre
‚ gestorv
breng
_ Koor. Wij vonden,
Verloss
Hun die
enz.
— 133 —
À
É
Ë
Ì
EvAN STEPH2NS.
Ld
"Verhoor mijn stil Gebed!** _
_No.64
volk,
en mijn stem
bij Uw
d
ao
5
5
al
rd
„5
5
O God, ver - hoor mijn stil ge - bedie
2. Hoe groot,recht-vaar-dig, goed en wijs
Ik ben zoo gaar- ne
4.’kVer-hef mijn pi - den
iij zijt mijn hoo
Zijt Gij, mij
1.
3.
God;
leef.
„de. en lust;
en mijn
lijk aan-ge - zicht;
ik
bid - den
ie
wijl
li 3
n Va - der
En zoek Uw godd
Se
Uw knecht, Uw kind Zoo
‘kHebdaar Uw heer-lijk- heid aan-schouwd,Ge-
Dit werk maakt steeds
Uw naam be - dekt, Valt
mijn hart ver-heugd; Geef
die
— 134 —
De glo-rie,
Ik hoor U toe,
rust.
bloed.
licht.
U - we.
door Je - zus’
nig daar- aan kleef.
mels macht en
p
-ter- scha
ee % |
fals een
ze - gen
rak met Je -
stier
Sp
jn pries
os
eb
Ekel
e=)
® ©
2 ie
|
|
o - rie,zi
Û
]
gen man
- de
8
5 Blije he
2. Blijft hem
3. Groot is- An
4. Op - of-f'ring brengt ons
mer zijn
-len en
bl
de sleut
Die tot pro-feet werd ze-zalfd door
Groot'lijks ge - ze-gendzij im
Eeu - wig be-houdt hij
Eh dien godsman ver-geldteensde _
Hoan |
— 135 —
,
»
e
ho - va,
martelaar,
eind’-loos
f
Heer; Hij was dont slui - ter der laat - ste be- 4
-ter t'ont-
macht; Een-maal, ge-kroondnaastal d'ou- de pro-
om ij Rech
naam. Lang smet zijn bloed,door de moord'naarsver-
Heer. . We - reld, ont -waak,
ik
dee-ling, Eens ge- ven na- ties en vorsten hem.
-trou-we in'trijkdat hem
N\
- li-nois wijl heel d'aard meldt zijn
schdomkent„Broeder Jo-sepl®’eens
go-ten, tLand I1
fe-ten,Treedt de ge
moe-ten, Heel tme
Ee
Heil den Pro-feet,nu in he - mel-sche
— 136 —
| ch.
ders no
Thans door ver - ra -
EE
ie |
NS IE eN
ed
8
Zi
Ei.
a
ll
Eet
Ef ES
ET 5
RO
Sd
+ un
le
Ee Vil
Ea
ee
Hang
48 —
WED MCE ENE ERNOEGN KNOL BLOG ER WR MN OENE EN EEEN MO AE TEA EEE |l
Ver OL EN KN OD DT EK EK NP __ end
Vn Eon WI € AGE GM WS et
B LENERS. Er BK 50
1. Looft,looft den Heer! zingt Zij- nen lof!
2. Hij schiep de ster, wijst ha- re baan,
3. Zingt Zij - nen naam, prijst Go-de hoog!
4. Heuv-len ver-siert Hij met het gras,
5. O- ver Zijn volk is Hij ver-heugd,
À 5 ze )
Tot dank-baar-heid is rui-me stof; _
Weet haar ge - tal, kent ha-ren naam;
Hij spant de wol- ken als een boog,
Vel-den be- dekt Hij met ge - was,
Ziet op hen neer met va-der- vreugd;
‚5 EN CED GURU WED ERGEN (EEEN BEERS CIE EEN BEA Ae CL
ON GEEN MEN OD EAN NEE KEE OE DEE EE EREN Ee
B an WE OLNE EER EN AN KT 7 EE EE EN NEN OM WENEN ME
Ed ©
Zijn lief-de- wer- ken die Hij sticht, Zij
Zijn ken-nis is_ zeer uit - ge - breid En
Waar-uit de vrucht-bre re - gen vloeit,Waar-
‚De die-ren krij - gen spijs van Hem, Hij
Hij kent hun hoop, be- mint hen teêr, Ziet.
pj Pd
e (a Cd d
Ee
SEE
AS ®
as a 5
SOS & u
® é
SSS T
' NE B 1
>
sE
„D © ©
EEE
42 WM en iS
2RASS
Di
S mA
ES 8 Sd
] 7
DW +2
DoNSB.
Tr 3E
tt |
£ SE
5 oe
no
em
MRs. NORTON.
zóafe ten Ons tof
5 Wij danken U, Heere! **
Re,
B
el
OD
em Ì
be
|
(<0)
5e
oe .
oE5
PF @.
7
8 sE
m5 a
Ke
=S
85
mike
Sit
ES
5 5
ZR
ETS
zei et 5
Zoo —_
Ver .-
Wij
e - richt;
d
_ gaan,
deen ver
êe
en nacht zi
in deez’ laat- sten tijd.
zen vr
lei - di
haast on -
Hem dag
5 Te t
dan - ken voor trein E -van- ge-
houdt nog het an - ker der ho-
heugd zijn w'intschoon E- van - ge -
FEE
PE
LE |
TA EN KEE. RENES
Ser IRE ERLE
dn a van en u e meen Lt
Eman vam Gn Patos bbl. Ee ER
z)
licht on - ze zie - len ver- blijdt. Wij
dra breekt voor ons red-ding aan. Wij
koes-terd in zijn le-vens-licht. Zoo d
cen End dé
onmantemememn ne ree
K
} á |} 8 LN N
AIS Ne B EP, BEN ROER ELENA, mm
IE re an ann Cn en a En a mann mannen Eee el
mSv e S_—_ WGE on OENE oh OSR ENT OEE WE
jd
DCN ER een Ae
dan-ken voor ie - de- ren ze - gen, Dien -
twijf-len niet aans Hee-ren goed-heid, Wij
gaat tot een eeuw-ge vol - ma- king De_—
ur Cn nanne, RARE Le
RT BESS CTI RR
B vn ans m___— a item: MOINES EEE oen
Per 9 EE NE EN
zE Mdk rhenen zend Elie ok gaand haken
Guit- Ent val dee mil-den troon. Wij
| heb - ben Hem dik- wijls be - proefd® Zegt
| _ trou - we, d'op-rech- te van hart; Wijl
ach-ten het vreug-deU te die - nen, Ver -
| hun toch, die Zi - on be-strij- den, Dat
| hem, die ver-werpt de- ze bood-schap, Ten —
nd dS He
Er ETET EE zer -
men KIES OOR
TE ee =
nie ES
vul - len met lief - dew ge - boòn.
Gods wraak niet lan - ge ver … toeft.
„deel valt eens wroe - ging en smart.
® Zie Maleachi 3: 10, „Beproeft Mij nu?
| — A —
a: Het Evangelie teruggebracht” _
f GEO. CARELESS. _
ee mf ar an eet
bek PS | EE PT REED BETE EER ONDKEEN B EN BE EIN ES EN SALE
‚ EIGEN ON EEEN EOD WS ERE CEN NEET EE
EEDE … DEN Cp BEE BAE 5 OE" SD ELT ME 07
on-zen God ter eer, Wijl Hij in_de
heid der vol-kren tal; Doch ‘het licht is
al - les zwij-gend stil; Maar in — de - ze
die-nen van den mensch,Wij ook _ kun-nen
ma-king voort te gaan: Daar-om_ moe-dig.
: WT
Pd
« Ee Cek 7, er kan
Im De RT Bi BRENGEN MENT SER A EE
Be BU ZLLLE EE WE A
er Le nn a me Vn ma Se
vei WASE 85 CTITPE EN VRA SED)
B ij HT B DEET £ ee Bnn
ARDA: pj ER DR 19 MENE DN BA BATEN EED ERE OET AT EE
we KE OE ME GE mn EO
Nt ammn ere STe
laat- ste da-gen Brachthet E- van pe - lie
weer ont-sto- ken, Dat vooreeu- wig chii
laat-ste da-gen O - pen-baart Hij weer Zijn
zen Heee en, en et is des er A
voort -ge-stre- den, Straks zijn wij van strijd ont-
ad Dr ar, mr a a r PETE ed:
Bd erat
B Rie ver | Bit eam mna sean waan KE ADEREN SNS (NLF
AEL 3 ri RN WE a A OE
|
|
3
E
Ä
Betten dp rd ET
_dlkaf:
ATR Sers“ "rie VE an mt
En ST nn
Ta men EEA jd OE OE CEN
weer, Bracht het B - van-ge-lie weer.
zal, Dat__ vooreeu - wigschij-nen zal.
| wil, O0 - pen-baart_ Hij weerZijn wil.
1 wensch, Als___ het is des Hee- ren wensch.
| daan, Straks zijn wij van strijd ont -daan..
de
í 5 EE EN
Ed Plhlilk Ade | Ad EEEN WE LEE |
En mn B GWL EEN AES |
LE EE 0 Ge EE EE Os” SNT | ERIS B AETR EN EE EERE |
No.69. De Heere is mijn licht.*»*
: AN \ Em \ A
rue
Np Le Bi
JH | np es ) De
| 1. De Heer is mijn licht; waar-om dan gevreesd? Hij
| 2. De Heeris mijnlicht;'tge-loo-vi-ge oog Is
| 8. De Heeris mijnlicht, de Heer is mijnkracht, De
4. De Heeris mijnlicht,mijn eeu-wig-lijk goed, Zijn.
kp ) ee:
ERROR ) ver )
is_ steeds mij dicht na-bij_—_ door ZijnGeest. Hij
im- mer ge-richt op 'tZi - on om-hoog,Waar.
zon - de - lust zwicht,’kver-win in Zijnmacht.Mijn
vlek-loos ge- zicht D glans slechts en gloed. Hij
ole 1 S- BOEWENE BREE MOE EUN
teen BECRORENSE on EE
B
so ND MODE df Ô vem DRE Pr eee
ARA:
is mijn Ver-los- ser van zond'en van smart,Die À
„_Je-zus in glo-rie en glanszit ge-troond,Hoe _
zwakheën be-dekt Hij met tee-dre ge-nâ, En
is mijn Be-hou-der, mijn ko - nink*lijk Hoofd, Zijn.
£ \ N | . ì
heer U TL EN
Re IT Me ú WERD ED REEN
EE NEL ben 6 B MISE NONE MEE ENEE CEE)
nn OT BEEN EED KEEN KR
$ JW )
Lj ' Waza \ L\ Bz » Ke an 4
A NN EEE LED EOD DE AD BREN DOREN MENE Ee WEN „SCEE CA EERE LLT
VN HE KONNEN W BEUGEE U" ARO EIO DELEN EEK ID
LUT
zaal - ge ver-zeek-ringgeeft Hij min mijn hart,
kan ik dan blij- ven waar duis-ter- nis woont?
‘koogst Zij-nen ze - gen vroeg-tij - dig en spâ.
naam wor-de im- mer ver-hoogd en ge-loofd, -
„ea
De Heer ______ ismijn licht, — Hij is mijn
De Heerismijnlicht,de Heer is mijn licht
N\ | A
Dt Nn
. /
ACH: Eh BEP OEEE_TENE OTA kad
: eN EN EEE DEET
GE EE ie TED EEE RE pede
CEN (OE ME MET Bp EN Ii Ae 4
p ï | Zi
vmma EE nt vert nt
en ge-
mij mijn. —
en ge- zang;
Sens
EE
4
Ë
En
=S
E
ler)
E
en
D
a)
Hij is mijn vreugd
Hij
…_ vreugd
Ad
)
leert mij mijn plicht, Hij stiert, Hij stiert mijnen gang.
10
y,
„Komt, al-le zo-nen Gods, met’t priesterschap ge-
„Keer weêr: ‚ver-lo - ren schaap,keer we-der tot uw
‚ Be - keer u,wordge-doopt, dan is uwkwaadver-
„Als al-les is doorstaan, ge - ein-digd is uw.
Nid) d Ì dd
Bn GO DO
er - kon-digt'sHee-ren woord, uw
Her-der, Dan oogstgij ze-gen in, 0
ge-ven, Ont - vangden Heil gen Geest, dan
ee Zal van den dood de Heer uw.
plichtsteeds o - ver-we-gend. Het werk der laat-ste
dwaal dan tochniet ver-der. Pro - fe -ten za-gen
zult gij eeu-wig le-ven; Werp op denHeerdan
li - chaameens be -v An Loo ze Ais uw
ERD Ar e y ;
tijd vangtaan, Dat Is - rel huiswaartsheen zal gaan, En
t reeds voorheen Ver-meldden’tluid in _hun-ne reên, Dat
al - le zorg,Hij is ten al - len tijd uwBorg;Hij
Ko-ningzien,Hij zal u vreugdeen vre-de biên En
DD NN NNS
nn ns Ee
Ke
kee- ren weertot Zi - on,ter eer van ’tLam.
gij zoudtgaantot Zi - on,ter eer van ’tLam.
brengt u heentot Zi - on,ter eer Zijns naams.-
dui-zend jaar in Zi - on,ver-eend met Hem.
1. Zie den heil’- gen Engel vlie- gen, Ko-men
2.Hoor,o mensch, die blij-de bood-schap, Ga van
3.Hoor, o mensch,naarzij-ne bood-schap,Zie,de
4
„Hoe ge - va - ren u ook drei. gen, Zij des
Eje & sl Po) Er):
ge-lie, Zoo als ‘teenmaalwas wel - eer.
ge-lie, Wordt ver-zoendmet u- wen Heer. -
ko-men, Sluit u bij Godsvolk nu aan.
ein-digd, Gaat gij in Zijn eeuw-ge rust.
EA EP EEE ER KENG PCE HI
EF EISEN K EED UE LONEN ISEEN WEEK) BO BD ER WES Ee
EWA OD ED ON ED EN SE WL BT AN ED IE CERN
ESP U
AVENE Mit TU GI AE EEEN EN
1.Wie Godmint,heeftgeen stof Tot vreesvoor ijd’- len
2.Hij wei-gert Go-de lof Die Hem nietheeft ge -
3. Ja, God,die daar re-geert,WaarHij theel-al aan-
4: Dieheil-ge God der macht,Die Va - der,Bronvan
Bs
En en Eenes
hoon, Tot vrees voor ijd’-len hoon; Ver - ee-nigd zin- gen
kend, Die Hem niet heeft ge-kend; Gij,knechten van Zijn
schouwt Waar Hij ’t heel-al aanschouwd,Bedaartdenstorm,als
hoop, Die Va- der, stk hoop, Dieons totgidssteeds
wij Zijn lof, Aan - bid- den voor Zijn.
_He - mel - hof, Maakt Zij - ne kracht be -
Hij ’tbe-geert, Ver - lost die op Hem
geeft een_ wacht, Wijst on-zen le -vens-
BEEN P____{ 4
If ae enen Danen neen |
troon, Aan - bid-den voor Zijn troon.
kend, Maakt Zij-ne krachtbe - kend.
bouwt, Ver - lost die op Hem bouwt.
loop, Wijst on-zen le - vens - loop.
BANE KE ERG EN 0 Nn Bee
Ed EDEN KOE DE ARE A
EEN LEE ERLE EE RO MOEREN REE |
5
‚Wij staan dan eens vóór Hem,
Bewijzende Hem eer, (bis)
Door Zijn genâ klinkt onze stem:
Voor altijd met den Heer. (Aes)
| 6.
Eens zullen onzer veel
Genieten eeuw'ge jeugd, (bss)
't Vooruitzicht op dat heerlijk deel
Geeft ons voortdurend vreugd. Gis)
— 150 —
_No.73.
Heer! geef Geloof .**
H.E -GILEs.
15 In duis-ter-nis ge - bon-den
Z2.Heer,geef ge-loof om te weer - staan
3. Dat hier-doortwij-fel wordt ver - stoord,
sl bel
Het on-ge - loo-vig men-schen - hart.
Des monstersklauwen boo - ze list,
Tot- datmijn oog Uw glo-rie ziet;
Diep zinktde ziel, die smaadt het licht,
Een grootge - loof, waar - door wij gaan,
Leef ik op aard;in ‘tgees-ten - oord,—
el Ne 24
Der_ waarheid roepstem im - mer tart,
Van_ trap tot trap,tot U - we rust,
Uw mil-den ze-gen derf ik__ niet,
ds
EL ES EER KEY Ie
1) e
Der_ waar-heid roep stem im - mer. tart.
Van trap tot trap, tot U - we rust,
Uw _ mil-den ze - gen derf ik niet.
_No.74. En | Se Ee
De Verspreiding van het Evangelie.
1. Je - ho - ‘va, Heervan’tganschheel-al, Ver-
2. Met smachtend hartver - lan - genwij, Heer,
3.’t Werk rol - le voort,tot - dat hetwint In __
4, Een lied van al - le vol-k'rensaâmWeer-
LED KEEN EEP" LIE U EEG 5 E.E" EE
EEEN 7E 9" BEE AEK EE
ETAT
en EE LRE 7 BEEN ELS BEEN AREN EAU nan
klaar Uwrei-ne woord, Tot ‘tzij verspreiden.
naar Uw Ko-nink - rijk, — Dat d'aardeenszij van
elk ver-wijderd oord, Tot - dat een ie - der
gal-medan in ‘trond, En Uw ge-rech-tig-
fes? ri Or een Sien
) EN afd
o - ver-al Uw na - me zij. ge
zon - den vrij En in haarglo - rie
men-schenkind U een-maal toe … be -
heid en faam,Klinke uit een ie - ders
î N be
TCE CRD CTR 5 GS PED
PKD
De EEN EE EN ID KEN EEE EEE REEN RENDEN
WEL EE MEN CEE RE WE B jeden
er-spreid, en
prijk,—- daard eens zij van
Tot - dat een ie - der
Uw ge-rech- tig -
— 153 —
el
a EE enn nn
er-al Uw na-me zij ge - Snert
zon-den vrij En in haarglo-rie AE
menschenkind U een-maaltoe- be - ort
heid en bee een ie- ne mond.
\5/
No.75. KE
De Pinksterdag.
E. BEESLEY
jet TD
GE ee esin
1. Glbot was de vreug-deop 'tPink-ster … feest,
2. Zijn ga-ven,door geen menschge - dacht,
3. Met macht be- ‘kleed, in je - der_ oord
4.Die op uw woord ge - loof, wil_ slaan _
BEE
eh EENREGN BN ME DSE
Zea nn nen EL ze ELI
ET ON EE DE
En) ) e ed
“Toen vanGodstroon de Heil’- ge Geest
Be-za-ten o- ver - tui - gings - kracht;
Ver-kon-dig-den zij Je - zus woord :
En wordtge- doopt in__ Je - zus naam,
s «
GE
Eee EEE EES on
Door ie-dre ziel werd Go - des woord Al-
Pre-dikt het schoon ver - los - sings-plan, Het- :
Ontvangtver- gif - fe - nis van zond’ En.
ton-gen vuurs,_ door Hem be -
daar in ei - gen taal ge -
welk een ie -. der red-den— kan.
vindt het heil in Mijn ver - bond.
€
5.
Dat wijsheid trone of onkund’ bind,
De oprechte ziel wordt als een kind;
Mijn heil'gen Trooster, als een pand,
Zal Ik haar schenken door uw hand.
_> Satan beeft voor zijn nederlaag,
De zondaar ziet zijn wegen graag.
Maar gij zult als verwinnaars staan;
_ En volkren nemen waarheid aan.
— 155 —
_No. 76.
Verlosser van Israël!
„Ver . los - ser van Is- rel, onz’ ee-ni-ge
2. De Her. der ver- za-melt Zijn scha-pentot -
3.Lang daol- den wij rond in de zon-den en
4. Als kin-drenvan Zi-on ver-wachten wij
vreugd, Tot Wienvoor een ze. gen we gaan; Een
een, En voert hen naar Zi - on in vreê. Waar-
schuld, Én von-den geen vre- de daar-bij; De
Hem, wj ne - men Zijn tee - kenreeds waar.Vreest
f)_L Hen f Denen
PMD Eed BEE BLENG BER ens: D
BV MT TER EE BEZ Wi SNE ETT RN DE SON
Sl a en EN m
scha-duw bij dag en een licht in den
om lan-ger treu-ren in da- len des
vij - an-den lach- ten bij ’tzien on - zer
niet, blijft ge - trouw, want Zijn ko - nink- rijk
s „sss
| dwa-lingheeftHij onsont - daan.
__doods?-De__ Heer, hun Ver-los-sergaat meê.
smart, Maar Ís - rel is spoedigweer vrij.
tuurder ver.los-singis daar.
pmm Ed
No.77.
_— Ons hooger Doel.**
EVAN STEPHENS,
1. Gij dwa-ze ziel, die abott er if het
2.Dwaasheid,el - len .deen smart, Acht gij ons
3. Hoe-wel zoo arm en… klein, Aan u-wen
4. Rijk-dom on-schat-baar groot Biedt Je-zus’
Ô Kn |
Ì
pad der deugd, Gij zoekt ver- geefs een
le - vens-lot, En kunt niets groots of
smaad ge - woon, Zoo dwaasen nie- tig,
lief - deons aan, Met vreug-den uit de
an - dre weg Tot heil,: ge - luk__ en
heer- lijks zien Of goeds in on - zen
rij - zen wij Ver bo - ven u - wen
le - vens-bron Wordt on - ze ziel be-
SU
|
|
\
DP LR OPOE SRA Dane Ti:
Den & EED he en En
Ef. waan ee en ORE a GT om
PS NE MU OMEN EG UE EE ZON EN VN
vreugd. Waarom werkt gij het kwaad, En ijlt tot
dood. Als-of tot leed_ op aard, Wordtsomshet
hoon. Tot hoo-ger doel_ heeft ons De Heil-ge
laän. De Heilge Geestschenkt ons Ge-na-de,
ds dd
ed VAE EF A ED _
CUD AL EEN BETE VE EE AEN SEN LORE BE ENE eisal AG DRT
EEN ERD HEEE EE SED MEE KEEN MEE SEREEN ME ba El
uw ver - derf, En haatde wijs
hart_ door-knaagd, Wij le-ven, van
Geest_ ge - leid; Tot ko-nin - gen
wijs - heid, macht. Leidtook ons pad
van _— om- hoog, Ver - beurt_ uw he-melsch erf?
gansch ver- acht, En ster - ven on - be-klaagd.
pries - ters heeft Ons Chris - tus’ bloed ge - wijd.
kom - mer heen,„tIs tot___ons heil be- dacht.
Zar
BEEREN
el Sd Nelle He BE GE: |
A ELD REE EA EE ENEN LE GE ES En WEP SCES
een nn se am!
54
Gods Englen dienen ons,
Zij slaan ons altijd gâ,
Bewaken steeds met teedre zorg
De kind'ren der genâ.
Zij schenken al wat ons
Tot eeuw’ge vreugde dient;
God zelf is onze Vader trouw,
En Jezus onze Vriend.
6.
In ons wordt naar Zijn beeld,
Gerechtigheid ontplooid;
Wij zijn met glorie eens bekleed,
In vlekloos wit getooid.
Meêlijdend zien wij neêr
Op d'aardsche vorstenkroon,
Want ons geboorterecht is eens
Te heerschen met Gods Zoon.
— 159 —
De Morgen Zions. |
W. N.B. SHEPHERD:
Geef ons plaats om eens te zijn Waar zich
„Zie hoe licht de. mor- gen daagt,Schoon na _
„Zie, haar zon ver-dwijntniet meer, God is
. Zj - on, blijf be-staan en bloei, Schijne uw
EED
Br ODO a
E fan VK en Ben Ee tn ee ee
ga-dert Zi … ons volk. Zie haar kin-dren,
zulk een donk’- ren nacht; Zi - ons heer-lijk-
zelf voor haar een licht, Ha- ren weemoed
eerst ver-spreid, Zich ver-zaam-len als een
heid ont-luikt Vol ge-rech-tig-heid en macht.
weert de Heer, Eeuwge vreugdheeftHij ge-sticht.
van al - om, O - pen hun uw Konink-rijk.
ss # ge
No. 79.
_ Waarheen gaat gij?
y, ) | ) Fiad
6 Lj i
„Zegt ons, Heil-gen, wáar-heen gaat gij, ’tOog om-
„ On-heil,storm en ramp be-dreigt u; Zijt gij
„Zegt ons, Heil'-gen, wat ver -wacht gij Als uw
5 EN ons, Heil'-gen, mo-gen wij ook Met u
)
hoog en hand aan hand? Wij gaan op des Ko-nings
voor'tge-vaar be-stand? Waar-om zou-den wij toch
deel aan’tWes-ter-strand? Glo - rie-kroon en Pries-ter-
trek-ken naar dat land? Komt,weest wel - kom, volgt ons
ete ST TETTËE 5 5 s
mn nn nn ne en ZEE od van
8
Á ï
9, D, a e , f ì
ea vi | De
roepstem, Naar Zijn Zi -on, 'tVa-der- land. O -ver
vree-zen Als wij vol-gen Gods ge - zant? tPriester-
klee-ding—Bij vol -har-ding-uit Gods hand. God, den
al-len,’tOog op God en hand aan hand! jj der
En, Ò
zee en berg en da-len Gaan wijnaar de blij-de
schap zal ons ge-lei-den; God zal ons van ramp be-
Heil-gen, On - ge - zie-nen, Zul-len wij eens zien-de
Eng-len vreug-de- zan-gen Zal de Heer ons zelf ont-
de
za-len, Gaan wij naar de klij-de za-len Van Zijn
vrij-den, God zal ons van ramp be -vrij-den, Hij brengt
die-nen, Zul-len wij eens zien-de die-nen In Zijn
van-gen, Zal de Heer ons zelf ont-van-gen In Zijn
Me er zeer
Zi - on,‚'tVa-der-land, Gaan wij naar de blij-de
ons in tVa-der-land, God zal ons van ramp be-
Huis in tVa-der-land, Zul-len wij eens zien-de
Huis in tVa-der-land, Zal de Heer ons zelf ont-
za - len van Zijn Zi - on, ’tVa- )
vrij - den, Hij brengt ons in tVa- der - land.
die - nen In Zijn Huis in ‘Va- der - land.
van- gen In Zijn Huis in ’tVa- der - land.
dd
No. 80. za
Het Hart kent daar de zijnen.
„Als voor-uit-ge - reis-de vrien-den, Strij-ders
Heil, mijn zie-le! wat u tref-fe En in
en ver-moei-den, Heft in
. Komt, be - las -ten
‚E. ” PPD 5
Va -der-huis om-hoog,Vreugde ons al-les doet ver-
on -der Je-zus’ vaan, Die met ons den Hei-land
kommer bui-gen doe, Datdie hoopuw geest ver-
ho - petoog naarginds, Waargij uw aan -’tstof-ont-
et ned
ee ie dann aen En )
—_ 168 —
B ee EE Hil 2
Mb ol Wee
ml O2 RE
He B tn ied
ee ande
OE OO
zaal B Gh mn 5
bes h en A | | lin
5 ik 5 be hi E Cal | le
Ln ek Je | ë „Je Ô |
) 33 MEE GD
L, sk HO
hl 8888 - EL ®
Ik eo Ive’
4 it D
5 5 ie
53 B
E |
hart de zij-nen
kent de
en
IJ
P
EEEN
ijnen,tHarte kent de zijnen daar.
Uit: „Het Zand der Vreemdelingschap’”)
— 165 —
t kent daar de z
Boven de Sterren.
No. 81.
1 ster -ren zal ‘tlicht voor u
2.Bo- ven de ster -ren wordt al - les u
3. Bo- ven de ster-ren,daar ziet gij eens
4. B de ster- ren, daar Ee „schen de
Daar wordt uw ho - pen, uw
klaar-heid, Daar ziet gij ze - ker de
we - der Al - len, die ‘lot hier van
pal - men, ‘“tKoel-fje u toe, dat de
_ Je
| B
wen-schen ver-hoord; Hier moetgij lij - jeje
raads-len ont-huld, tWoord der be - lof - te, den
u heeft ge-wend; Daar valt de scheidsmuur, de …
sla - pen u kust. En-glenge- lei - den met
dul - den en dra- gen, Daar wordt uw _
Godd'-lij -ke waar-heid, Daar wordt het
sto - ren-de ne - der, Daar wordt de
hei - li - ge psal- men ‘tDogd-moe- de
ged add
vre - de door niets meer ver-stoord, Daar wordt uw
heer-lijk én eeu -wig ver-vuld, Daar wordt het
ziel doorde zie- len her-kend, Daar wordt de
har -te ter eeu -wi-ge rust, zee de
vre - de door niets meer ver -stoord.
heer -lijk en eeu - wig ver- vuld.
ziel door de zie - len her - kend.
har - te ter eeu - wi - ge rust.
sd
/ j
(Muziek: Neerbosch’ Zangen)
— 167 —
No. 82.
nu door
den geest van wen Zoon,
4. Laat ons dan Zijn i - gen zijn,
y y L/ / / d
Trouwe He-mel-va-der bo-ven, En mijn geest voor
Dietot redding is ge-bo-ren, Dat Gij van der
Onsge-lei-den, in onsbranden, Zoo - dat, wan-neer -
In Hem in-nig,trouw den Schenk js Zij- ner
ij Zen p/ D BEE SRr
U ver-schijnt Om met en-glen U te
waar-heid troon Ook mij, sterv-ling, hebt ver
Gij ons roept, Gij ons reikt Uw Va-der-
lief - de macht, Mo-ge ons niets aan Hem ont-
Eer
= zicht
Dan om-straalt mijn aan- ge
loo-ven.
ko - ren.
han-den.
roo-ven.
86 - lijk,
den nacht tot ’tlicht,
ik Hem dan ben
Als
Voer ons uit
Kd
- na - de rein
se
Maak ons uit
Dan om-straalt mijn
Als ik Hem dan
Waar wij zien Uw aan -ge-zicht, Voerons uit den
’
hemelsch licht
lig,
Welk een za-
»
Neemt Gij mij in ’tHemelsch rijk
uit ge-
PE
ons
r,laatons za-lig zijn! Maak
Va -de
d
| aan-ge-zicht Welk een za- lig, hemelsch licht.
ben ge-lijk, Neemt Gij mij in tHemelsch rijk.
nacht tot ‘tlicht,Waar wij zien Uw aan -ge - zicht.
p.
ee
na-de rein, Va-der,laatons za-lig zijn!
© ‚
__No. 83.
hdkaad
d mij
lei
Als een Herder,
“ont
U
det, mij
eeds vr
Dat mijn hart r
‚ Hei-land,als een her-der
- loof -
‚Gij be
bl
ae)
SS ©
ES
© S'®
Sm
“ | a
|
525
Ie
omst 6 ope
D em D
ES
mi 05
nen
|
Gd
©
„2 8
AO 1
an
RS
Es
DP
0
EE
es A
pel
©
er
p=
ed
leid mij,
zoe - ke,
Doe mij ken
= ||
84
„© &o
he
dn
5 5
en
sd
32
Î
rd ©
© ©
zs
EE
ne
1
UI ers
oma) ©
EB
„5
ke
Cm
5.8
6 rl
—R
es D
SS
5
Lief - de
- re,
gen lee
Dat ik_ van Uw we-
170 -—
)
emnnserd
in…- Dier-bre Je-zusl
U, o
na-de maak mij rein
boe -zem vull
rein mijn
plaats bij
En
ijn en
Leer mij nee-drig zi
Dier-bre Je -zus!
Dier-bre Je-zus! ’kBlijf in U
- vre-deen
-den
te
red
kep}
>
5
em,
bre Je-zus!
*
ier-
Dier-bre Je-zus!
D
„zus!
bre Je-zu
Dier- bre Je-zus!
Dier- bre Je-zusl
-zus! Dier
ier-bre Je
Dier -bre Je-zus!
stils___ Dier-bre Je-zus!
D
barman
je
klein
neer
A
te_ red-den kwaamt Gij neer.
Om
Leer mij
klein:
gijn en:
nee - drig
vre deen stil
te
kBlijf in
kl
Morgengebed
1. Mijn eerst ge-voel zij prijs en dank, Loof
Dat
- trou -we knecht, Steeds
2. Heer, neem mijn lot ge - na-dig waar!
ik, als een ge
3. Dat
4. Dat
In
-tijd
= vens
le
-luk der
d
À
’t
pi
God - za -lig, nee-drig,
‚ En dan loop in
zaan
y
iel! De Hee - re hoort uw
m
ziel!
U vol- gen zal. Wees mij een Red-der .
SEREEN
BETEN
ERD
mij - ne
lof - ge -zang, Ver - hef Zijn naam, o
y,
God, o
ik
naar de waar-heid streef,
U -we vrees ge- niet
mn nnn ann, nnn
ziel! Wees
val. Geef
biedt. Mijn
-vaar, Een Va-der als ik
aar-heid Be-sluit,als Gij ge-
in ge
kuisch en recht Door Uw ge - na -de leef. Dat
On en rn en annen mm en men
vn and
)
nu ge- pre - zen, od der macht, Ge -
mij een hart op deugd ge - richt, Ver -
ik om an-dren bij te staan Nooit
eerst ge-voel zij prijs en dank, Loof
Et
dankt zij U- we trouw, Dat ik na de - zen
vuld metlief-deen moed, Een wij- zen geest, die
werk of po-ging mijd, Mij steeds in hun- ne
God, o mij-ne ziel! De Hee- re hoort uw_-
A) |
N
A
Vik”
zach-ten nacht Het dag-licht weer aan - schouw.
zij- nen plicht Er - kent en wil-lig doet.
goe-de daân En hun-ne deugd ver - blijd.
lof - ge - zang, Ver - ai Zijn naam,o…_ ziel!
N N EE 3
Far ZN CE … K Ll
Ld LP iT EN EE EEEN DP CERES DE EE iS … GEEEEERN DS pe L
EEE Sh 0 EEN PEEN LEENE RESNCOONE SRS OE U RES 7 EEEN Ed
EG Deh EE CEE EEE ENEN VEENEN EN EEE MEN SD GG Ì
No. 85.
iele.
1, mijn Z
sti
ij
_Wees g
er-trouw op den Heer,
2. Wees dan blij, mijn zie-le, Be-rust in den Heer,
»
-le
mijn zie
b)
1. Wees gij stil
Pi
mer-meer.
‚Gods trouw neemt geen keer.
-zus nim
Je
„le,
®
5
‚® pens
de
ond
kend
ijkt
Wat u ook ont
wat w
Want,
Blijf on -ver-saagd. Want de mor-gen daagt,
»
Wie u ver-liet,
God be-geeft u niet
— 174 —
En uw zaal-ge toe-komst Brengt meer dan gij vraagt.
Uw vertroosting blijft Hij Steeds in uw ver-driet.
Dan smaakt gij vrengd.
dier- bre Hei-land, Kom spoe- dig,kom,
Nog slechts een wij - le,
0,
- heugt.
==
jee)
an
2e
Es
©
En
CRE
S A5
Oe
2 8
L|
s.S
zE
© S
2 4
Ee.
SE
e 1
TE
u
53
ern
35
5)
Zi
men
2. Niet in
No. 86.
ons daar we - zen,
zal het
eZ
A |
Edo
S8
à 28
5 N
K=, 85
Sd bs
RE
3 sE
® RENS
© a
do;
©
Gand
3. Za - lig
„nij, Maar naar Zi-ons
Die voor Zij -ne schapen stierf, En voorhen het
Mesechs woeste
Of in
Nureeds,voor er Je -zus is, Maar toch duizend-
Bens ed
REKER AE
Kd
in de
eeu-wig le-ven, Aan het kruishe
den,
dier-bre stran
ma-len meer nog, Eens
BES wl
ESS HI
688 Slk
En
ez He |
ES 3 HE
SES gaan
Bee Zeu
RS SE a:
Sól ui
ln
=
=118-=
her - der, roept Hij
ons me - de!
Je - zus!breng ons
met
de
len.
- ven- als
Komt, trekt al -
E
Zoo gij hoort naar
®
B
rn)
Lj
Ln
kn
5
©.
>
Lie -
Zij- ne schaapjes een voor een;
Luistertdan ook
En dat ras de
om God te doen,
_Spoedig,waar Gij zelfeens zijt!
bs het u
IN 888 IN
Hi SEE il
En ed DN
5 |
Ile EEA
A EEE 5 Kij
SEEN
| he SS Een
Bell
A 8 ©
hn 5 5 SK nan
Hls a Hij
Ë gee
H E38 U
AN Ss ed -® mn:
AL Ees Kil
ê SN te! N 5) î ®.
UT 255 Al
En tan
Spreekver - ge - ving op mij uit.
Ik ben vei - lig dan al - leen.
Nooit Uw kin - de - ren___ ver - liet.
besdan in ga: Ah: Uw’ vree,
, d zg, pl ET P ®
OR ma Hi
rik.
Ne)
No. 88. En hd
| Voor hen rijst mijn Bede.
SE.
niee Te tad
2 3» P |
ke,
1. Ik heb een Hei- land, Hij pleit bij mijn
2. Ik heb een Va - der; Hij heeft mij ge-
3. Ik heb een bruidskleed,zoo schit-trend,zoo
4. Ik heb een vre - de, die ‘thartdoet ver-
Gn nnn
ns
Va - der; En wie mook ver - la - te, Hij
ge - ven De ho - pe des le - vens, zoo
blin- kend, Dat heer- lij - ke kleed is voor
blij - den, Een vre - de ver- geefs in de
Pi
Jed zjn id
blijft mij na- bij; Zijn oogslaatmij ga-de in
za-lig,zoo zoet; Wel- draleidt Hij mij in het
u ook ge-reed; En als mij dat feestkleed ver-
we-reld ge-zocht;Mijn Hei-land al - leen stort dien
d
BP ol
tee- derst er - Aaen Och, dat mijn Ver-
rijk der ver - los- ten, Kom, zon-daar, ga
siert in den he - mel, Och, zag ik ook
vre- deuit in ’thar- te, Ge - loof, dat die
met mij den Heer te ge- moet.
u daar om-gord met dat kleed.
vredeookvoor u werd ge-wrocht.
Voor u rijst mijn
u.
“bid oak voor
hl
la)
Ù
5
1
keb}
le)
5
Hand
zj
>
Ae!
em
Sa
|
5.
En heeft de Heiland in liefde u getrokken, |
Vertel dan aan andren, hoe dierbaar Hij is; .
En bid, dat uw Heiland ook hen tot Zich trekke,
_Uw bidden voor andren verhoort Hij gewis.
Koor na het laatste vers.
Voor u werd gebeden,
9
Hij hoorde die bede
Uw bidden voor andren verhoort Hij gewis.
bundel.)
Wit den Sankey-
— 181 —
No. 89.
/. Hier ben ik, Heer,om te ver-vul-len, WatGij in
2. Be-wondrend heb ik o- ver- wo-gen, Hoe U- we
8. 0, dat ik im-mer op U bou-we, O Gijmijn
4. Nooit wil ik mijvoor spottersschamen, Wegensden
U - wen lij-dens-nacht, Naar Uw 6. nâ en
lief-deons heeft be-dacht; Hoegrootis wel Uw
rots,mijn heil,mijn Heer! U zeg ik on-ver-
dienst U toe - ge-bracht, Nooit mij tot ee-nig
heil-genwil-le, Alsplichten wel- daad ons aanbracht.
me - de-doo-gen, Dat U aan’tkruishout heeft gebracht.
breekbretrouwe Bij ’ta-vondmaal ter U- wereer.
werk be-kwamen, Datmijn ge- we- ten zon- dig acht.
Nl En ie eed Jed d,
Cd
Bn) | Pl a} Baer 2
df AE ME 5 EEE U
EPEN ROEMEN AGE WO ME TR Et RRS EED HE MERG IED PA EEE NE AES 14.
RET
O0, geef van ster-vens - smart
De U - we wil ik eeu- wig zijn,
Doorstroom mij met een stre- ven rein
ne dd
Gees- tes - kracht, Ux
Thans nieu-wen in - druk in__ mijn hart,
„Gij stierftvoor mij, ver - droegtdie pijn,
_ Omsteeds op - recht-ge - zind te zijn,
ds 273 |
Pi \
Ee
() 4 |
ED LEEN BEG GEENEN LEEN KEE SE EE KOEEROD MEN OKRES ENEN EEDE ETEN }
ien Eed Mp Ed BE EE a earn A OEE Mn ED |
ON a ND EE NP NE
LTE SD nl BA GD Emm Sa í
|
Mij U- we Gees-tes- kracht,Uw licht.
Thansnieu-wen in - druk in_—_ mijn hart.
Gij stierftvoor mij ver- droegtdie pijn.
Omsteeds op - recht-ge- zind te zijn.
eN EEE En LE
Ma CP. ESE GEE VE AG SEL CEE Pl
EAN EE ATEN ENE OE COEN CEN ENEN ND LE ED BEET CAE |
EED EE END REN KO B) KERES MEM 0 BS GE EN SCEE ANG |
_Vermurwd lig ik aan Uwe voeten,
_ In smeeking, Heiland, lof en dank.
Laat Uw genâ mijn strijd verzoeten;
’k Wensch— als des wijnstoks eedle rank —
Dat, om te sterken mijne trouw,
Uw Avondmaal mij zeegnen zou. (Bis.)
33
hek
ijk Land
Een heerl
| heer - lijk,
ZOO
top - pen straalt
_ hui - zen
ver - heft
ver-
2d
© ©
SE
|
>| fe
es
SSH
so
Sas
lS
1
À
ier ge-bouw-
fier
Pi)
zich
4
on - Zen
bloe - men -
sí
keb)
+
5
©
©
=
ua
©
S
met
tot
eeuw’ -
sierd
hoog
Wes - ten
boo - n,
zin -
re
de
der
in ‘tver -
-lijk in
-lijk on -
dui- zend stem -
ligt
lief - li
lief
da - len
me
8 ik
men
— 184 —
loofdaan’tzaad van
is
Aan hun-ne voe-ten
Hoe bloei-en daar de
Be -
Het
het huis des -
de,
"5
1
Oe
gs!
en)
&o
s
5
kn
kel
ke
>
en,
sn
>
=
©
DA:
erml
E
_
dan,
cr
© Ss ©
edo
EE
Sas U A
® ®
to
Et O erm
© es
SSP N
En pos
EEE
an Ër
oP 82
der prai-ri- en wei,
na - bij,
dd A
vel- den, voor-heen een woes-te - nij,
_ Hee-ren,waar Hij steeds is
_gra-zen, in
met vreug
roept ook u
- de,
scha - pen,
en
Chen
vre - de vee
__vroo-lijk jui -
loofd door de
aai Cm
kom daarheen met
kom daarheen met
kom daarheen met
kom
Kom
Dre)
ksb
s
et
DD
eb)
nl
Le)
Gr!
ae!
5
5
©
ed
o kom met mij Naar
mij, —
kom
ja kom,
kom, kom,
Pì
‚kom,
kom, kom, o kom met
Zi- onsheil-ge ber-gen,
Ren
©
B
5
©
el
©
|
ke)
2d
E
©
5!
5
PD
a)
Li
Sd
ke)
Me)
— 186 —
Kom, o kom met mij, je
O kom, kom,
kom, kom, kom,
kom, kom, kom,
oe
en, kom, kom o kom met mij
: «
DN KK ; e
jee
5. In zijne kostbre zalen stroomt nu het heil'ge Woord,
Als troost voor alle zielen, uit ’s Hemels gouden poort.
Ook zorgen milde handen, in deze dalen vrij,
_ Voor ieder wees en weduw,o kom daarheen met mij.
Koor. Kom,o kom, exz.
— 187 —
No. 91
En
Mijn Hoogste Goed!
dig
scherpste
ge- na -
blijf mij_— na
te goed,
hÂ
pel
Ò
©
&o
keb}
a)
in
do
©
©:
sl
00g-S
-
1. Gij zijt mijnh
°2.Gij zijt mijn
Uw woord
„Gij zijt mijnhoog-ste goed!- Uw lief - de
En
8. Gij zijt mijn hoog-ste goed!- de
van
Gij
En
bloed geeft
Uw har-te -
maak mijn zwak ge - moed
’
_ Uw ver-troosting zoet.
zwak-ken le-vens- moed
bij,
Pijn Maakt
macht Geeft
Heer!
Mijn ziel heeft U var
Penn
RE
er
D omt erm 3
DA
BP 5 4
||
“t W
ER:
RENS
tt [
bo 5
2 ae
P 8 N w
L
A
5. Gij zijt mijn hoogste goed!
er
=
Ee el
ua
©
kee)
D
an ad
zn
A
hel
p=
&
a Ne
am
ak
of
5
Har)
en
Á
kb]
60
DE
N
Gij, Heer, alleen!
‚ maak’ Uw Geest steeds meer
Met U mij een.
Och
_Verwachting.*
92
| No.
rens rij-
en zienden tem-pel! Zijn to
zen
2. Wij wil-len zienden Hei-land, Hem zien van oog tot
il-l
— 189 —
&
Waar
tig Naar.
stem; Wij
- zen sta -
Als Hij eenskomt in glo- rie Van
sten. zins
Zijn
- sen wij
ren Chri-
-ren wij
©
&o
©
©
5
Wa
5
©
©
2.
5
®
d
=
Za
ua
=
ve
N
it
he-mels blau
d'oorden daar om-
-_ men U
loo - en hoo
’S
ko
Hem.
in
- gen ons
- heu
ò d
land, Ontvangt een woonplaats in.…—
ze Hei-
on
krij-gen Vaders’ ze-gen,Ver
pn
-ZUS,
Je
d
No. 93.
Rusten aan Zijn Zijde.
zwak ben en ver-moeid,Heer, Kom ik
2. Gij zijt needrig en zacht- moe-dig, Dat ik,
8. Wees mijsteeds na- bij, o _Hei-land,Troostmij
4. Houdmij rein,Heer!maakmij hei-lig, Vul mijn
rus - ten aan Uw zij. Zie mij ko-menin ge-
Hei-land,van U leer, Laatmij nimmervan U
op mijn le-vens- reis. Maakmij rein van al - Je
… hart metvredeen lust; Leidmij voort,tot-dat ik
ded PEN
loof, Heer, k Weet, Uw bloed maakt rein en vrij
dwa-len, Houd mij aan_ Uw zij, o Heer,
zon-den, Leid mij naar_ Uw Gods-pa- leis,__
vei-lig Juichaan s'He - mels zaal-ge kust
@ id PRS , © NS
A CU CD GE EE ; DB —f
Et EE TEEN … CTI CEE … AG Lj
PE PE AEN WEE EEEN 0E ON OE ON OEE OU MRT
ED nere EERE AREN Le
zie mij
ko -men,
de
0
3
2
E
=>
et
-land
Hei
B
Sag
des EAS
mj ne
eel
© AS
et
° opd
p E
© Sn
© &:
Ela
le
Nie
LÌ
RE 8
5 EN
S rak EAS-
Gn ha enk
© En
v SS
= ËS
<s CU 615
192 ee
Dag der groot-ste heer-lijk-- heid!
glans,
van kleur en geur en
Hem, der Heer, voor wien ik
Vol
leef,
Als aan Zi-ons le-vens-stroo-men Mij mijn
Daar zijn en-kel zon-ne - stra -len Aan een
Waar ik, rus-tend aan Zij
©
n voe- ten, Eeu-wig-
dier-bre Hei-land weidt. Daar is dan de grens der
on -be-wolk-ten _trans.Daar sierteens een konings-
lijk Hem ee -re
,
geef, Heer! tot-dat die dag des
me ne
15
leed.
reid
Va-ders …
vol des Heil-gen
ge _ trouw.
;
mer angst of
ook een sneeuw wit Pries-ter 5:
Je - zus eeuw
U - we komst be -
Daar baadt zich ons oog en
Wie eens met des
Maak mij,
te In
'
8
ie)
4
8
fa
8
a
©
42
Zo - ne Hierschand en smaad-heid
Gees -tes, Voor
kroo-ne En
har -
smar -
— 194 —
No. 95.
De Zeven Kruiswoorden.
| JEN EVAN STEPHENS.
—r EN
smen Je -zus heil-ge han-den Aan den
‚Als de Hei- land aan het kruishout Tus-schen
3. Als de ne -vens Hem ge-kruis-te Aan Zijn
4. Als de duis-ter - nis den berg-top Met een
EON
B ATEN EE oe EEE CE ES SE ET CLE N _—_N)
PA be IVi} SEE BE EEE DEUS GED NN EREN EES U WE LIEREN (EEEN UE D
en ns LE EEEN EERE ;
PR
hou-ten kruispaal sloeg,Was’t aandoenlijk om't aan-
aarden he-mel hing, ZagHij nogZijn lie -ve
onschuld hul-de deed,Vond men Hem,hoe af - ge-
dik-ken mist om -toog, Die den mond der spotters
\ Te _e
Er
4 FR N as Ne
LS ATTENDANT ETON Aan me |
paie VE rammen antenne rn
A bh FeS Bee Hea f nt as
DOEN PEEN EEEN GENSEEN … GNEE D ERG RE B dE ze GEENEN
zn y, r) ER * | k ú
schou-wen, Hoe Hij smaad en smart ver-
moe - der En Zijn lief - sten vol - ge-
mar -teld, Nog tot liefde en troost ge-
ie snoer - de, is os hart ú met schrik be-
ss de
droeg. Bij het
ling. „Vrou-we;
reed. Ja, die
woog, Toe in
jef
Die Hám hand en __ voet deed
Zo - ne, Als Hij toog op de - zen
hoo -ring: Heer, ge - denk hier-na aan
nauwdheid, he een pie - lijk „8e-
klin - ken van den
sprak Hij, „zie uw
be - de vond ver-
tui - terst der _ be-
Sprak Hij: „Va
Daar -na: zo - ne, zie uw
„He.- den zult gij“ sprak de
Riep de Heer het „B - li,
dep ven
geef hun, Die niet we - ten wat zij doen.
moe-der. 'tWas voor hem_ en haar ge - noeg.
Hei-land,„tPa- ra -dijs__ zienaanMijn zij.
E - li, La - ma Sa - bach-ta-ní® uit.
sd
5. Als de Heiland teind genaakte,
En het scheidend levenslicht
Nog de laatste flikk'ring spreidde
Voor hun half verbleekt gezicht,
Sprak Hij voor de vijfde male,
Uit Zijn diep vermoeide borst,
d'Eerste klacht tot Zijne beulen,
Met een deerniswaard: „Mij dorst.
6. Toen was toogenblik op handen,
Dat een eind’ maakte aan Zijn lot,
“Oogenblik, dat aard’ en hemel
Ons verzoenen zou met God.
Als de profetie vervuld was,
En het vlekloos Lam geslacht,
Riep de Heer met groote stemme:
„Ss Menschen redding is volbracht
7. Nog één woord klinkt van Zijn lippen,
Eer Zijn hoofd terneder zijgt
En Zijn afgesloofde boezem
Van den bangen doodsnik hijgt.
„Vader!“ riep Hij, „in Uw handen
Geef Ik over Mijnen geest:
Daarna stierf Hij; smart en lijden,
Dood en doodstrijd was geweest.
(Overgenomen)
— 197 —
No. 96.
De Ure des Gebeds
-bed, Gij
En
van ge
bid
ijd,
t
dens
’
ure
heid
1
©
e
NS
5
>
e
zaal’- ge
Gij leidt mij tot des
Blijf im-
%
uit der zor-gen net,
der werk en strijd
bat on-
rukt mij
Sab
mer ster-ken
m'ontviel! Tot
tal
Den Hel per,groot in trouw-be-toon, Die
- bel
Waar hier in Ba
Va-derstroon,
iel,
en
198 —
Mijn …
reed,
Kz
Red
es
hell
E:
m
Lj
®
&o
a
8
©
ke
woord ge
’
ik
voor Zijn kind tot
de -
op
än bij mijn werk en
En dan mijn voet zet
8
B
8
GE
G8
ie,
k=
B
pe,
=|
[<D)
©
8
zi
5
SS
)
-rol als een kleed
aäm
-te s
RK
&0
ep
5
Lo
rg
ks
Eee!
1
©
&o
$
ro
®
ln!
|
jj
-ge Va -der -
tee
strijd tot staf U,
land der rust.
aan de kust Van
(Uit den Sankey-bundel.)
— 199 —
No.97.
ions.
Dochter Z
Er af
- heugd!_
-vids Zoon!
Gij___Da-vids Zoon,
a
Gij_— Da
ad
Wees
1. Doch-ter__
2. Ho - si
3. Ja,
na, —
Ho - san-na,_
an
volk;
-Za - tem!
Zijn
Vre -
sd
„- ru
J
GE Ren
et EER
We KE
ma Be”
Le /
|
Rn af
e
ze - gen zij
d
Juich thans van vreug-de,
Heil en
Wees nu__ ge- groet, o
de - vorst!
mien
Benen
B
Br
Heer! Uw
- wig staat Uw
ch
E
©
e
&p
Bi
Ee
se
Sticht ____ nu,
Eeu -
— 200 —
toe.
de - vorst!
U
Vre -
komt
na
5
5
8
aé
Kl
en,
*Blij ____ Ho - san -
Ja,
an -na, Gij Da-vids Zoon,
Ho - si
0
Wees _ nu ge -groet,
at Wien
No.98. | |
Het Licht des Heiligen Geestes.
Andante. GEO. CARELESS.
y |
AvA: D HBN ASH KI EEN KEG Ga
_2.Hij wascht ons door Zijn bloed,Geeft oo -gen
8 waar-heid zegt geen mensch,Dat Je - zus
„Wij zien slechts gE ge Geest De kracht van
wil__ van God; Dat wij__ ge - tui - gen
om te zien; Hij, die_ voor zon -daars
is___ zijh Heer, Dan door_ den Geest, die
Je - zus’ bloed; Dies roe - pen wij ver-
d
van __ Zijn leer En van ons za-lig lot.
leed __en stierf,Wil mij ook hul-pe biên.
hem_ be -tuigt De waar-heid van Gods leer.
heugd en blij: „Gij zijt ons eeu-wig goed:
5. Och, dat de wereld kenn’
Het alverzoenend Lam!
Gods Geest, bewerk geloof, en toon
Dat Hij tot redding kwam.
6. Dat door genàâ zij zien
Den weg tot zaligheid,
Die voor een ieder menschenkind
Uit liefde werd bereid.
7. Geef hun een vast geloof,
Dat, wie Zijn wil betracht,
De kennis in zichzelf bezit,
Ten val nooit wordt gebracht.
O,hoe schoon!**
4 L\ N AN
LEENE GEEN KEEN 1e’ BCA VEREN so ED
LL @
Poen
1. O0 hoe schoonzijn Zi- ons vel - den,
2.Waar de kin-drenGodszich bui - gen
3.Waar de jeugd, in rei-nen vre - de,
4.Waar pro - fe - ten we-der spre - ken,
het beek-je kab - belt
tge - bed, bij dag en nacht,
Kuisch vol-trekt den eeuw’-gen bond,
Aan - ge-daan met Go - des macht;
tie - ren,
tig
-den lus -
„gen als reuk-werk stij - gen
en-glen haar be - hoe - den
Wou
Smee - kin
En Gods
de
Waar de
-lijk -prij- ken, -
©
5 D
eó ;
"5
8
perd!
©
led
En
lacht.
lijk
Tot den troonvan'sHee-ren macht.
Daarstaat men op heil-gen grond.
En het bloemp-je lief
O hoe schoon
O hoe schoon
O hoe schoon
Rijk ver-sierd en pe -ne pracht.
O hoe schoon
O hoe schoon,
ROES
Re BEE
nn EE EE
waar de wouden staan, 0 roe schoon, 0 hoe
Go-des kindren zijn, O hoe schoon, _ Ohoe
Zi-ons hei-lig land, 0 hoeschoon, 0 hoe
Gods pro-fe-ten staan,0 hoe schoon, 0 hoe
en
ge, À y, y. | | Pp
schoon s _het‚,waar de wou-den staan.
schoon tLand;waar Go-des kin-dren zijn.
schoon Is dan Zi-ons hei-lig land.
schoon ‘tLand;waarGodspro-fe -ten staan.
|
tt
Ae” Î
5. Waar de tempeldaken helder
Glinstren in de middagzon,
En den heilgen wordt gegeven
Water van de Levensbron.
O hoe schoon, o hee schoon |
47 ene bis
t Land, waar templen weder staan.
6. Waar de Heer Zijn uitverkoornen
Samenbrengt van heind en ver;
Boven Zions eeuwge heuv'len
Blinkt alleen de vredester.
O hoe schoon, o hoe schoon,
Lion, waarheen wij eens gaan.
— 205 —
| bis
No.100.
Vertrouwen.
we - gen, Al
ver - trou-wen, Be -
„Wel kan Zijn hulp ver - tra - gen, En
L\ Cd
wat u'thar-te deert, Der trou-we hoe-de en
geert gij d'uit-komstgoed; Op Hem uw ho -pe
tschijnt of in den nacht Geen licht voor u zal
ze - gen Van Hem,die ‘tal re - geert;
bou-wen Bij al-les, wat gij doet. Niet
da - gen, Als - of geentroostu wacht. Doch
Lif
- den Wijst
ren! Draag
pal - men
den
de
% lij
zal
eens EN Hij
5
42
5
B
el
@
al
î
penal
©
ed
lang
-gen —
Kan ook wel we
spoor en loopen baan,
nog een poosuw kruis! Wel -licht slechts wei-nig
u
Zelf in
-we hand, Dan zingt gij vreug-de-
thuis.
eeu - wig zijt gij
‘teeu-wig Va -der - land.
d
3
0
nl
js
=á
©
2
Ei
ks
‚Waar -
den
- ren, En
„men In
vin -
u
psal
— 207 —
No. 101.
De Boodschap der Zaligheid.
Wijze. No. 100.
1
Wat is het Evangelie,
Dat u zoo zeer verblijdt?
Wat ist, en wat zal t blijven,
Voor nu en voor altijd?
Het is een eeuwge boodschap
Van vreê en zaligheid
Voor hen, die zich bekeeren
Van ongerechtigheid.
2D.
Waartoe is het gegeven
In onzen levenstijd?
Zal ik er ook naar streven, .
Mij wagen in den strijd?
Het is een blijde boodschap
Tot kennis van uw lot,
Opdat gij, sterflijk wezen,
Zult worden als uw God.
3.
Laat ons dan dankbaar strijden,
Gehoorzaam aan Zijn Woord;
Laat ons elkander steunen
Door daad, gebed en woord.
Weet, als wij steeds volharden,
Dan is aan ‘teind ons loon,
Dat Godes hand zal geven:
Een overwinnaarskroon.
A. de Brij.
ROB
No. 102. | j
_ Het Oprichten des Koninkrijks.
_… Jos. J. DAYNES.
. Na- bij is reedsdie zaal-ge dag, De
2. Des Hee- ren woor-den fa - len niet, Hoe
3.Haast valt dat groot ver-meng-de beeld,Goud,
4. Dan wordtdoor Jood en Hei-den saâm Den
groo- te dag van on - zen Heer, Dat
ook de Sa - tan te - gen - werkt; De
zil - ver, ko - per ij - zer, leem; De
Groo- ten Schep-per lof ge - bracht; En
el Pe /
Hij, met de__ver.- los - te schaar Zal
steen rolt van den berg nu— voort, En
heer-schap-pij— van bij - ge - loof Vliedt
ton -ge - loof wordt dan door Hem Ver -
En EEE df ESS ENE LE |
En WAN OMVAL OP ON WER MEE EE Rn
ASU Ep anne ese ze bnr el
ko - men tot deez’ aar - de neer.
wordt steeds groo-ter on - be - merkt.
voor het. licht der waar- heid _ heen.
ban - nen in een eeuw’ gen nacht.
Ó 7 Oj
mt u” Pe err" | |
EERE RLR AE EEE Ze
EE 0D CUE WEE MN RLG AE LE IN OE ELRO EER DRS
EMT OPEN —MTECRENGDE ODE EN EE WEES O0] EN EE EEEN ELN BETEN Zei TE
|
Van Oost tot West, van Zuid tot Noord
Zal ’s Heeren Koninkrijk eens zijn;
_ En kindren veel van elk geslacht
_ Zijn dan verlost van zorg en pijn.
No. 103.
De Wereld ligt in t duister.
H.H. PETERSEN.
„Heel de we-reld ligt in ’tdon-ker;
aat den In- di - aan en Ne - ger,
L
„Geef aan hen, die zijn in ’tduis-ter,
Heer, ver -
Geef, van
55
@
©
ei
=
En _ dat dra de
Hun, die blind zijn,
el
kb)
od
an
=|
(<B)
x
I=
eb)
en)
Le
KS)
er
5
sE?
md
gn
(sb)
Leb,
5
2
a)
5
keb)
me,
Ld
kn
ind
@
=
ua
mijn ziel en vraag:
de
won-der-ba - re red-ding On - ze God hun
vul Uw Woord met luis-ter,
d’Oos-ter-kust tot’t Westen,
Ja, laat al
+5
5
(3)
5
es
(eb)
(eb)
5
z
ee)
S85
ï t t
2 A
JS 0
| ere)
ende
SE
eb)
cö
SS 5D Î
Ea es
5 bn =\ nl
Rn. &
A + JI I
ap
gen daa
aan komt bièn.
weêr 't ge- zicht.
Mor
dig, kom,ja kom.
Wordt ge - hoord van pool tot pool.
licht-glans Bre-ken door hun don-kren nacht.
No. 104. |
Het Sterven onzer Geliefden.
JoHN. S. LEWIS.
1. Als ge - lief- den zijn ge - roe - pen
2. Wel keert ‘tli-chaam weer tot deaar- de,
_8.Hij, die hen hier met ons plaats-te,
4. Daar zien zij hun vroe-gre vrien-den
EN el 7 d EC
ed Br oe a F rr nd
EO a an ann a nn mea B E dd
Zar a aam
is z ENE DV” EEEN ENT BOT DEED OET CEN EE
p UAE EN GEN KEEN BEEN +” PEEN LOES EERE EE DOE TSE
ET on VA EES DEE ND CE MP 2
£) e) B NEN MENE EE REDE AED EE Ee
an _— Zij - de tot het graf,
Maar de__ geest keert naar om - hodg;
Sneed het aard-sche le -- ven af,
In. ’tvoor ons ver - bor - de oord;
Ld QI
Weet, dat zij slechts, bij het ster-ven.
Weet, dat zij niet zijn ge - stor- ven,
Want Hij heeft hun ar - beid noo-dig
Daar gaan zij, in— hun- ne roe-ping,.
Leg-gen deaard-sche zor -
Maar ver - bor - gen voor uw 00g.
Aan de an - dre zij van ‘tgraf.
Tot een hoo - ger le - yen voort.
5.
Laat ons dan niet langer treuren,
Drogen we onze tranen af,
Want de Heiland heeft verbroken,
Ook de boeien van het graf.
eh 6.
Dat wij ons nu toebereiden,
Want straks breekt het tijdstip aan,
Dat ook wij als onze dooden,
Naar de andre zijde gaan.
— 213 —
de wo - ning van
1. Een en- gel kwam neer uit
i
ed
@
D
zi:
5
id
rij
©
>
2
(<b]
®
&
el
5
te}
zL
=|
te)
o
o
®
Es
©
ua
ee
[eb]
s
|
®
S
S
(sb)
5)
eN
hoort nu de bood-s
3. 0,
ligt
om ge-
0)
Eike
n
1
5 ®
> ‚5
in |
N=;
5
ja |
e=
ua
TE)
KE
S A
SR
et
[eb]
. [eb]
ME
Ene |
S 5
ae;
wenscht
-nen-de hand
dd
Een zeeg
ve - len;
er_— in Com-mo-rie;” tVer - kon-digt Gods
loof — op te bou-wen
Een __ stem van den
rd
©
E 5
je
DE Ps
as) I=
k=) ®
&
E À
aaf ®
en 3
5 fe
| 83
8d
s „E
et Del
8
BE
2
=| A,
Ee dE
' S bo
® &
® ES
"5 > ©
1 0
E &
& 32
ze
keb)
ee sg
© ©
e=
tn
| 38
SÀ
z EL
| z 8
Eee
as
(e)
* @
1
Ean
Si
vm len,
SE
rn B)
S=
fj |
ee)
©
=S
1
feb]
dee
AR |
2
Se
Se
hd |
Gd
ie
3 5
1
dial
58
5 ro
‘DS
SS
IE)
RENE
2
zal plan-ten, Hij
in Zi - on
Chris-tus
id
stel E ling van Is - rel
richt we -der
Chris-tus als
het - geen was ver-
en
)
al
op
ga - dert d'op-rech-ten door
2
Is - rel,Waar
rel, o
Ot Tere
— 215 —
gij
No.106.
Israel, Israel! *
God _—_ roept u, Roept u
1. Is- rel, Is - rel!
| Ek
v © o
ln
En
es 5
mA
s -&
82
a
dee
5 Hed |
2 Se
=e
SE
[S&D
ERR
55E
SS
if
DO ©
Sad Sl FA
| | |
WW wr Ul
jm pf
ee
keb]
Kk ®
' t '
eg
=— 216 —
uit zonde en
stem van Je - zus zoet. Dag van
en - gel tot u neêr,— Om uw
dik - ke duis-ter - nis? Go - des
ded
Ba - by -lon zal val- len, ©, val
heer -lijk -heid en glo- rie, Kom Zijn
kin-d'ren te be - die- nen Met een
oor - deel na-dert spoe-dig;-Stel u
bood-schap van den Heer. Kom tot Zi-on,kom tot
zelf geen hin-der-nis. Kom tot Zi-on,kom tot
Zi - on Kom en kniel aan Je-zus’ voet.
Zi - on En leer van Zijn we-gen meer!
Zi - on He -lof -ten zijn ge - wis.
dn
No. 107.
De Bron van mijne Vreugde.”
Andante. | we G. CARELESS.
A 5
1, Mijn God, de bron van al— mijn vreugd,Mijn
2. Als Fin mijn don - kren nacht ver- schijnt, Zoo
3. Hoe vei-lig maakt Uw hulp, als ik De
4, Kon ik ont - vluch-ten Hee huis, Bij
È S
’ EE as HE |
Je - ven en mijn vree, Gij richt mijn
breekthet dag - licht aans. Gij zijtem'een
le - vens-zee_—_ door-klief, Als Gij mij
zulk een vreug - de - woord, En stiij-gen _
lot be - schikt mijn heil, Sterkt mij bij
hel - dre mor - gen-ster, Een zon-licht
Uw ge - nà be - wijst, En fluis-tert:
langs der en - glen rei_—_ Tot vreug-den
ded
Kd
f) men SE DE me A8
LI AT EEE dt EF EEN GEEN EU EEN BEERTA ED ORN EE |
ET EEN CEN EET EO EEN BEEN Art EN PE RE EON ESTEN (CEEER |
ASV Le Mam | Sed
ie-dre schreê, Sterkt mij bij ie - dre schreê.
op mijn paân, Een zon-licht op mijn paân.
kHebu lief, En fluis-tert:kHeb u lief.
on-ge -hoord, Tot vreugden on - ge-hoord.
TE, een
5 Ies
Gn ee SE
5.
Geen schrik blijft mij, voor hel of dood,
Geen vijand houdt mij neêr;
Uw liefdevleuglen en ’t geloof
Doen m'overwinnen, Heer. (bes)
—_ 19 —
‚No. 108.
„En ik zag eenen anderen Engel.
Openb.44.6. ER
} EVAN STEPHENS,
1. Wat zag men daaraan den he- mel? Vlie-gen
2. Had men dan geen E - van-ge -lie?— Ve - le
3. Was het wa-re E-van-ge-lie Aandeez’
| ind s pr De D)
kod De
UQ CET 6 RRUEE EN MORE MEE A WI EN
ED an an <a _e-H $ En Baseer KEZ EOL: 0
CE IE IN EL ORD OG KT VORMEN NCR ionen Ed É nn SEN
kwameen En - gel neêr. Had hij ook wat meête
door den mensch ge- leerd …— Maar hetwelk bracht dan die
aar- de dan ont-
en
EE em RRD )
brengen?—’t E - van-ge-lie bracht hij weer. Ja, met
En-gel?—’tIs het ou-de weer-ge-keerd;’t Werd ge -
hoorden? Wees met Godes recht vol-daan, Zoek Ds |
ee died Je: ee
Sam NA 5 5: Bm in
macht wor -= de ‘tver - kon -digd, O - ver -
leerd door Pau - lus, Pe - trus En door
oogst, waar niet ge - zaaid is, Noch een
al zoo klonk zijnwoord, Aanelk volk en taal en
Chris-tus on - zenHeer.'tIs hetstre-ven van de
dag waarheerschtde nacht. Nu de waarheid wordtver-
Re Nd
Leke EEP GEE ME ED 1 EE EERE en
De EE A EE LTD EER DA Gl GEENEN SP VEN EL
ENE EE EE AE OE Jen ei NO B EEEN 15
TE A zal md. Wen BE BEEREN "EET
na - tie, Tot in * verst ver-wij-derd f
Heil'- gen, Stipt te _vol-gende- ze leer.
kon - Med, Laat ons blij - ven in haar macht.
No. 109.
Kindertjes, bemint den Heere.
1. Kin- der- tjes be - mint den Hee - re,
2.Vroom en nee -drig, als de Zoon Gods,
3.,Eert uw va - der en uw moe - der,
Leert Zijn heil-gen wil te doen. Hij wil ie-dren
Bid-den wij den Va-der aan, Op - dat w'im-mer
Leert de Hei-land u en mij. Helpt uw zus-ter,
EON MRM RIIK EE
ed CO EN EN EEE BN DALEN REE EERS
En
dag u lee- ren, U metspijs des he-mels voên.
van den troonGods Krachtontvan-gen on-der’t gaan.
helpt uw broe- der, Staat el-kaarvol lief-de bij.
he - mel
an - der
den
waar - heid - min- nend,
deugd ge - win-nend,
van den
tein - de
Klem-mend ons, trots ‘taardsch ge - we - mel,
d'een
dan
Ee
ls
=|
I
el:
CS
AR
Ee
—
>
dd
keb)
eb)
let)
Ü
B
eb)
5
rei -- zen,
Bid - den wij
min-zaam,
oor - zaak
Je - zus
het nau - we,
Kracht en moed tot _
Eer - lijk,
Ee
Zoo - als
On - ver-flauwd aan
Op
Zorgt daar - om dat
zig Jak
No. 110.
Feestlied.“
| Moderato. ©.J. THOMAS.
Ò_ | j | |
Hr Den
INV ge f) N land Ee 5
1. O Heer,keur goed ons fe ge - tij, En |
2.Stort U - wen goe-den Heil’- gen Geest Op
3. Dat on - ze Zon-dag-school eens zij Ons
maak van âl- le zorg ons vrij. Laat,wijl wij hierzijn,
_al -len uit,hierop dit feest.Maak on-ze har-ten
al - lertrots,dat bid-den wij. En, Heer,dat elk, tot
elk gemoed Ver-vuld zijn van Uw ‚ ieflet oed.
één, o Heer, Dat wij ver-staanUw rei-ne leer.
%tein-de toe, Ge-wil-lig Uw ge- ie den doe.
«
No. 444. Bn
8 O Jezus, Gij Gever!
Je- zus!Gij Ge- ver Van wat ik ge-
ELP koud als Dè - ecem-ber In zon-den ik
niet, Ont - vang thans het er : fer Dat
lag, Ge - denk ik met blijdschap Den
„werk; U heb ik ge - vonden, Tot
de 2 &
s
| en kind hier biedt. Voor im- mer ver -
heug-lij - ken dag, Toen Uw E - van -
_trouwmaak mij sterk. Uw Gee ek Vi mij
heugd zifgt Mijn hart van Uw naam, Uw
ge - lie Mij za-lig-heid bracht, En_
schra-gen, Ge - lei-den Uw REE Om
s a d
goed-heid,Uw grootheid En lief-de te zaâm.
ik, mij ver-need-rend,Er - ken-de U-we macht.
uieen-maal te bren-gen In Zi - on, Godsland.
a
No. M12.
Vlug naar de Zondagschool! **
W. G. BICKLEY.
1. Vlug naar de Zon-dag-school, Kom, kom, kom.
2. Vlug naar de Zon-dag-school, Kom, kom, kom.
3
ar: « EE CRE CEE CAT o WEE „OE EED
ATL EEE EES VEN DEE URN ENEN A CE bh VRED D EN & MN EE RN
DO Len GEE CEES D ETEN EED ES 2 EEEN ON GEE NE EDE OO A ER NEE
en DN ON EN ND ON BD MV MN
Waar-om te wach-ten-staan? Kom,sluitbijons u aan, zl
Hier ge-venw'eeren lof Hem Die uit’t he-mel-hof
Hierleeren wij van twerk in 's Heeren Rijk en Kerk,
bi
Graag zien w'u me - de-gaan, Kom, kom, kom.
Zijn Geest ons zendt in ’tstof, Kom, kom, kom.
Zoo on-ver-wrik-baarsterk, Kom, kom, kom.
AP
_ 0, wachtniet, ka-me-raad, Aanstonds is het te laat,
Waar-om te wachten staan? Kom, sluit bij ons u aan,
Van lee-raars goeden wijs, Kom, kom, kom:
Kom,’tis uw ei- gen baat, Kom, kom, kom!
Graag zien wu me-de- gaan. Kom, kom, kom!
a |
De Sabbatdag.
THOMAS C. GrRIGGS.
|
.Stijgons lied nu zoet en teêr, Want de
. Heil-ge dag, van zor-gen vrij-tEeuw-ge _—
. Lief.lijk ruischt het plech-tig lied, Wijl een
4, Dankbaar klin - ke’tblij ge-zang,'t Spoor Gods
|: =
hd ==,
Sab-bat is__ er weer, Voor’s menschen rust, Voor
le- ven zoeken wij, Dat loon zoo groot, Dat
elk zijn ga - ve biedt:tGe-bro- ken hart, t Ge-
volk met zach-ten drang Tot bid- den aan, Tot
rl es
Pan)
8 N _s Le Î
k zet
CEV END te EN SOE OENE EE | LOE B) EON IJ A EE EN ON ED RN WEE
wv AES FU OER KEN GEEN EE CEE Dd BP NR OMEN
AL ENAME ER LN ER BEE BOR | WENT
mA AN BED UP SED | OON UPS p=
| |
’smenschen rust, En op-dat__ hij dank’ den
loon zoo groot; Nemen brood en wijn, want
bro - ken hart; tOf-fer dat__ de Heer graag.
bid _ den aan, Dat het steeds Zijn gunst_ er -
le N
ON TN EEDE EN BED | EEEN PL TOE KD GALEN. E
EN ea Eed
NRE EEE EN A ES | PEEN CERES WSD WT EE EN
LEN EN LE EE OLO B ER EEE COR CI DETESEEREN GEN
HRE |
P)
’
EE VEEN NC ed ee EM. and
ENT EEEN Kea bee aM
EN CE U EE ER ED ON EE EE
ar FE GEN ST 2 CH DNO OE EERENESEN EED
VP de
Heer, Van Zijn goed - heid zich be-
_ Hij Heeft ge- zegd:__ Ge - denkt Mijn
ziet, Die ons vreug - de__ geeft voor
lang! Wijl de Sab - baf_ blijft be
A FN Tel id 0
| 4 REN FT ab ia RK TH -
Ren Le lais MV Dd dede nd ;
WE ERR TEN UN a ME LTR EN EN i ER
ee GIN AREN EG NN PEEN EIN EPEN re EN Ei Fiend Sc
7 WEI Gen en :
ddie te EED LUL MADRID KEN WEEG Ene 2
hs EENES WE
IANA PIE OP EN ER EI EEE WEE REN "EE ME REN |
REE See
maag, LE nn EN KI EEEN pdf Pc} ps EEEN à
# Kd
De
„wust, Van Zijn goed-heid zich be- wust.
dood, Heeft ge - zegd: Ge-denkt Mijn dood.
smart, Die ons vreug-de geeft voor smart.
staan, Wijl de Sab -bat blijft be- staan.
7% Ca EN SRU OKE DE ETTEN ERE SEEN ON ENT LTEN [
mt NDT EEE BD ee SN en
pellen z S— EE LEEN ENE MEE)
Ee ERE WT OE TEEN ON KOST ZEER U GOPEGI OO EN
wees stil!” **
No. 114.
H. R. PALMER.
je
1. Meester, de storm win-den woe-den! On- stui-mig is
2. Meester, ver-sla- gen van gees-te Buig’khe-den in
op
tig
zet-tend pik-
Is rus-
- ver, t.
de
lucht is ont
deschrik is nu o
PPE
3. Meester,
hart is ten diep-ste be-
zon kiest het meer tot ha,
Mijn
De
vloed;
ar
bá
©
AAA)
„ven of hulp na - bij.
Heer!
eis in mijn ge - moed.
ded JT
A
ker, Geen ha
ar
5
en
[«bj
El
5
5
ler
E
2
vd
Ss
Ee
sel
En
:
©
„5d
don -
-ven? ”Hoe kunt Gij
kom-mertU dan nietons sne
EEP
S & En
Ees IL
Kb eer
sE ik
ij
N=
8 5
25 d
AT
DO Sm
En
Sm. MN
si
En D ES
(sb)
A Ek
L
enke
Ei
B iP
5
28 B RED
Heer? Nu elk óa=ten- Blik aak ie ons
Ik ver-ga hier!’kver-ga! o mijn
dd) PA)
zink,
hand _ En ik an-ker met vreugd in Uw
red mijeer ik__ ver - drink.
— 231 —
0
ha - ven, En rust aan het
dd …
@.
bas
©
5
ae
=
kh)
re
|
©
zi
>
®
e=
5
Gha
GS
Padt
le)
5
Se
©
5
ens
10)
eme
keb)
Gem)
en,
Mees - ter,
+2
5
za
fsd
®
=|
1
Kh)
Kn
s
0
t
LD)
®
ÈS
ke
6
iS,
BRS
E
qd:
®
EL
e
% Zij het de woed
Zwijg, — wees stil!
weesstil, zwijg,wees stil!
Zwijg,
Kd
d End
mel en
Die Heer is van he
DÛ
Hij mee vaart
ki
ae
mek
A=
ijg, wees stil! Zij
BEB
)
8
dn WEEER
5.
Zwijg,
— 233 —
Het Sacrament.
Modersho. JOHN DETTON.
1. Kin - der- tjes, de Hei - land mint u,
2. Hebt gij mis-schien on - be - zon - nen
3. Wilt, wijl geet en _drinkt,niet spre-ken,
4. Kin-dren, mint den Za - lig - ma - ker,
ds
Ook vooru gaf Hij Zijnbloed, En de we-der-
Broertjeof zus-je leed ge-daan, Zijt gij on-door-
Bidt veellie-ver zachten stil: ’tSacrament toch
Ook vooru gaf Hij Zijnbloed, Weet het: ie - dre
da
5 BEESEN EEN WIE RER Eel
Pi MEN EE WEN) NEN CROSS EAT POPERES VEN PEUT BEREN El ee
Ula MERE VEREEN EREN WONEN OENE CEE AE GERO MEREN AES
EI WEE ES BOV ENEN MERAN PE IEEE OEL
ER |
lief - de bindtu, Dat gij Zijn ge -bo-dendoet.
dacht be-gon-nen U- we ou - ders te weerstaan?
is eentee-ken, Dat gij doen wilt sHeeren wil.
kwaad ver-za - ker Wordt met vreugd door Hem begroet.
Komt naar Zon-dag - school als ’ttijd is,
Moet er iets ver - be - terd wor-den?
Bidt tot God, want dan hoort Hij u,
Vreest geen woord dat u zal smar-ten,
dd
_ ‘tHartvan spe-len af-ge-wend, Daar de Sab-bat
Zorgt dat gij Gods wet niet schendt: Brengt dat al -les
Waar-op Hij ZijnGeest u zendt, Goe-de en-glen
Wordtmet Godsge- nà be-kend Komt hier met be-
ds 2 a ee
E
God-ge-wijd is, Ook door ‘thei-lig Sa-cra-ment.
eerstin or-de Ber gij neemt van tSa-cra-ment.
zijn na-bij u, Wijl gij neemt van tSa-cra-ment.
keer-de har-ten, En neemt deel aan tSa-cra-ment.
116.
No.
int reine harten.”
_God m
J. M. MACFARLANE. |
1. Dier- bre
dren,
ges
E
a)
©
5
b/
bre kin
2. Dier
3. Kin-dren
Hij houdt dag en
Let - ten
wacht,
ân;
uw da
streeft
gij
de
_ nacht
op—
als__
al - tijd
ster „ken,
u gaar - ne zeeg-nen,
Hij wil
EEn
les
wen - ken
Trouw wordt al
Steeds de
= 2386 —
tgoe-de steeds be - tracht.
Nooit kunt gij hun oog ont- gaan,
Die Hij door Zijn geest u geete 8
Stelt ver - frou-wen, Stelt ver - trou -wen
Rei - ne har-ten, Rei ne har - ten
Weest stand - vas- tig, weest stand - vas - tig
No. 117.
Der Kinderen. Gebedslied. hot al
EVAN STEPHENS.
2. Va- der, dk en ee-re voor de ze - ge-
3. Ze-gen on - ze lei-ders, Uw ge-trou-we
| /
din- gen, Zie Uw klei- ne kin - dren
nin-gen, Die zoo ruim wont- van - gen
knech-ten, Die met U - we waar-heid
Hoor hoe wij, zoo
en Uw milde hd Voor het licht der
on - ze geesten voên.…__—_ Ze-gen on-ze
dat Uw zen-de - lin- gen
8
&o
|
dz
ES
ë
"5
5
A0
jong nog, —
Waar - heid, —
ze-gen al d'op- rech-ten.
ou - ders,__
O__ wil on- ze dwaasheên nu- vergeven, Heer.
Zoo belang-loos brachten in ons va-der-land.
on- ze plich-ten nauwgezette doen.
Sla in lief -d'ons ga-de, Schenk ons Uw ge-
asl
ED ER EREN EN
An
®
t Mt
ommen
Je
EES EN tE
BED Ti ES
5
HEE iS ZE
— 389 —
Zes
ib « Al
Sf
gl)
‚5
N
ke)
te
u
S
He [ee
\ >
keel
(he
|
En
a
| B
Met tge-zangder en- glen,
mannen:
dr | u
(DD EC hb
nm PD, bo tle | ,
ee | SEV ||
I | 5 &
HI EE
BEN ld}
all 4e is,
Re HN
— 240 —
'No.M18. zt Le
Dat ons Hart U behoore.
Langzaam | |
| EME ENOR EMDR WAELE BATEMAN WRTS EAS PAN
LMA les de | TELEN EEEN CAERE WEEDE MOER" CRALESCOER ERA ETEN WET KEER
{. Dat ons hart U mag be- hoo-ren, A
2. Ja, dat geeft ons vreugd van bin-nen,
3. MN min - de ooit zoo tee-der,
ro
Dier-bre Je- zus, voor al - tijd! Dat Gij ons hebt
Stil-le rust en vreêvoorGod, Als weaanJe-zus
Als die trou-we Hei-land doet; Nie-mand was tot
d | en Pi}
TE EN TE EEN ed EE $
4 B
Gn el Beene dee
_weêr-ge-bo-ren En ons’thoogstge- luk be- reid;
hart en zin-nen Toe-be- trou-wen,heelons lot.
hulp ge-ree-der, Trekkend door een lief-de-gloed.
nk tee
nn en perd we mt
ed GENE Ms DRS BR ee nt ee
—_ 241 —
‚Ot! dat doet ons har-te jui-chen,Doet ons smee-ken:
Als wij aan Zijn hand zoo wand'len, Luistrend naar Zijn
Hij ont-vangtons, arm van gees-te, Deelt met ons Zijn
|
s
we Heer,
lief - de-stem, Wor-denwéén in wil en hand’len,
pe)
a)
En
E
©
2
E
=|
u
a)
a)
en)
>
ui
ee)
2
pe
=|
Oe
®
e)
id)
Maakt in s'Va-ders huis de mees-te
er - fe-nis,
Trou-
|
a)
4
Et
ej
dl =|
ua
ss
ee)
fe
Ea,
lo- veen eer’, Geef, dat wU steeds
Ld
Eén in geest en macht met Hem, Wor-den wéén in
die- naar is, Maakt in s'Varders
Wie hier al - ler
emd nd
dank be- tui- gen, En ons hart U__ lo- veen eer’!“
wil en hand'len,Eén in geesten macht met Hem!
huis de mees-te Wie hier al- ler die- naar is.
dat mijn Ver- lós-ser leeft,
in ma-jes-teit om - hoog;
„Hij leeft! ver-re-zen uit het graf! Hij
Hi
leeft, EN ER JE PRS dn reidt. Haast |
is het‚wat mij troost hier geeft, Hij leeft,die voor mij
leeft, op Hem rust steedsmijn oog; Mijn Hei-land pleit voor
leeft,diet le-ven voor mij gaf! Ik zing van Hem die
komt Hij weer in heer-lijk-heid, Dit geeft tot jui-chen
Ë Dog B 5 /
stierf! Hij leeft! ‘dit maakt mij al- tijd
mij; Zijn lief: - de vult mijn kin - der -
leeft. Hij leeft, die mij zoo teêr be -
stof. Wat vreug-deis die ver-zeek-ring
ann 2
2 _\ EN _ LN
EE EEN EEDE Ch OP RENS 3 BEERD DD BAS IE EE MEE WEEET SE!
fd JOSE" WAT NE PR EN ende
AE CE ES f $ EP TEEN SL
eh @
z EE
hart. Hij leeft! dit le-nigt al mijn smart, Mijn —
mint. Hij leeft, die mij,Zijndierbaar kind, Het
mij, Dat mijn Ver-los-serleeftvoor mij! Zijn
ae
| blij, Hij leeft, mijn Hei-land,dievoor mij Een
|
Ld
\ \ \ \ \ sl e
TAC EN EN DN MEK MON BON AN re
EE EN ZTR OCT
ADI EN ON ON ON OT EE A EN MEN ee. 1
MENE PV” AUERE: SC WIELEEE
ij leeftl___
‚le -venskroon ver - wierf.
Hei-land leeft voor mij.
eeu-wig le - ven geeft. |
naam zij eeu-wig lof. Hij leeft!
A
egt, TE weet, dat mijn Ver-l
leeft!
e
Hij 1
eft!
A
Hij le
_Hij leeft!
n
©
ue
Îî
ua
=)
ann
Î
Ze
®
>
=
se?
si
E
TS.
_ weet,
nig
©
©
5 20
Oats
mee
Een en)
_SSIJ
Lr!
OT ss
Laar) A0
‚BAH
ese
Z56
ERS
Ds a
ss 8 ©
sh
SE
8
or
DZ
Hij leeft! Hij roept u: komf tot Mij!
Hij leeft! o vliedt nu aan Z
ijn zij,
j voor Hem.
enz
_ Koor. Hij leeft!
Dan leeft ook gi
Wit den Sankey-bundel.)
—_ 245 —
No.120.
Ik rust dan veilig.
1. Als de le- vens-stor-men woe-den Om mij
2. Wil Hij soms be-proe-ving zen-den, Is het
3. Hoe de vij- and ook moog zoe-ken, Mij te
4, Ja, zoo- lang ik ’tkruishjer dra- ge, DoS
d 4 ds dei
kwel-len in ’tge-moed, God zorgt,dat ook zelfs het
ruw-sten storm of wind, Wil de Hei-land voor mij
zoe - ken |
lief - de | ij mij kas-
kwa - de Meê-werkt tot___ mijn eeu- wig
zor - gen, Hij be- schermt -Zijns Va - ES
Engeen kwand —_—_ komt ooit na-
er
es)
dekt
’k Rust dan
mij!
-dekt
Hij be
ES
mi
iij
duw vanGods hand.
(Wit den Sankey -búndel.)
— 247 —
A dilegro. JoEN TULLIDGE
_ Ld 5 El mep a
ne
rp EE Ae |
1. Wij {ZR:88) lie- dren Zi - ons In
20 Zi - on, lang voor- speld door De
3.Sinds Zi - on werd ge - ves - tigd In
4. De pracht en glans der weel - de, Die
ee
En en a en mmm ann EEn EE
een ver - wijderd land, De harp leer aan niet
knech-ten van den Heer! Wij krij-gen van uw
het eens woes-te oord, Brengt het zijn gou-den
we-reld-sche oo-gen zien, Zijn hiets EN ver- ge -
# nge ej L\ 8
dn dna Sman omsten OD EOEMEEN Bn
LIMA Va GEE WEN MENEER BEE PRL ET
lig - gen Naast o ze ij - die
ze - gen En dee |
schat - ten En ook ge - zond- heid
lij. - king Met al wat gij kunt
ide
EE
De wind en zach-te brie - zen, Zij
eer. Uw mu-ren bie-den vre - de, Uw
voort; Waar’tlandwas dor en droe- vig En
biên, Be -gaafdmet al- te prach-ten En
dd
…_ gin-gen lof tot Hem, En wek-ken in ons
haard een plaatsvan rust; {B32) bid-denwij in
scheen als mach-te-loos, Klinkt nu eenlied van
Bee ar De
rags GEE
Per PARE lee
ee nn on ee
SOE N
a aren a Ee EE men en En Nr Bla GE EE
ar „anr 5 mi k, JEL ED EEL AES
TAS 5 A
AAE is ie EU SEE MEN BEW PEEN
/ / VEEN sE
har - te Een wel-lui-den-de stem.
_ stil - te En die-nenGod met lust.
__blijd- schap,Bloeit al- les als een roos.
krach - ten Bo - ven al aard-sche eer.
t
EE LEE Ma HEER IE EE ON EE ES MORELE RES 5
EE GERE LEE U REC EE WH OEE HNE BED VELE ZEE 0
CLE PES EA AEN LEENE AREND REED GARE Î
No. 122.
| „Komt tot Mij!“
’kHoor een stem zoo zacht en tee-der,
. Op Zijnwoord zien blin- den we-der,
. Lam van God! Uw zoen-bloedredt mij,
. Groot is Uw ge - nà, o Hei-land,
Bo - ven al _ het aardsch _ge-drúísch
Doo - den le - ven op Zijn stem;
Maakt mij gansch van zon - den el
En Uw lief - deis zon - der pefl;
fra an nr BORSN ° LOT
de stem van Je - zus, spre-kend:
Hijspreekt, geeft Hij mij vre- de,
ook Sa - tan zoek’ te kwel-len,
Gij schenkt mij door Uw zoen-bloed
d | |
vliedt voor Hem.
ver - heugd
en blij
wig heil.
eeu -
Le)
keb)
ks?)
a)
'
ksb
B
Kom tot Mij!“
bid
’kHoor Hem roe - pen:
ik kom nu
Heer,
bundel.)
Wit den Sankey
—_ 251 —
Komt die Naam mij toe?
No.128.
. Ge - loof ik, dat er is een(Gdod, En
8. Ben ik ook tot be - rouw ge-bracht,Tot
4. Voel - deik mijn zon-deen schul-dentoen Ik
EN TE
| 5 Ben Heil’ gel!—Komt die naam mij toe, Of
8
slechts in schijn?
goe - de Heer
schuld en zond’?
daal- dein ’twa - ter - graf
!
dien ik— door al ‘tgeen ik doe— Om
hem die na-komt” Zijn ge- bod, Geeft
ik ge - zocht be - kee - rings-kracht Voor
Je - zus_ wou mijn schuld vol - doen, Ver,-
Ver-dien ik— al ’tgeen ik
Aan hem die na - komt Zijn ge -
Heb ik ge - zocht be - kee-rings
Daar Je - zus wou mijn schuld vol -
= 202 —
EE EEE SEE EERE el
ns EA AND GEREMDE |
5 P, B Bs ei
Zoo ge - eerd te zijn?
eeu - _- wig licht en. eer?
hart en oog en mond?
ge - _-, ving bood voor straf?
ene ane nn nn emt)
Ten eene ee en eme ||
doe Om zoo ge-eerd te zijn?
bod, Geeft eeu- wiglicht en eer?
kracht. Voor hart en oog en mond?
doen, Ver - ge-vingbood voor straf?
DE
_ Verkreeg ik ook dien Heil'gen Geest,
_____ Beloofd met licht en macht,
Hem, die gelooft, en die God vreest
En s’Heeren komst verwacht?—
6
— Geloof, bekeering, en de doop
In water en den Geest
Begint den waren levensloop,
ien gij, o Heer, ons weest.
wE
Nu moet ik hier niet blijven staan,—-
k Heb ’t fondament gelegd, —
Maar tot volmaking voorwaarts gaan,
Zooals door Hem gezegd.
8.
Dan is er aan het eind een kroon
Voor hem, die overwint,
Als Christus aen Zijn macht ten toon,
Geen plaats de zonde vindt.
— 253 —
No. 124.
‚ hoog in Eer!
God
Wiee! ke E-|
8254 sbs ZEP
=S EE een p=
8e ed En
ej 9 Urs > SS
An LD. eg .
K and © 4 .
5 ® ER Sid
ike 5 EE
dg ZEP ELD
al 1 42 e
in EEM S 82
1 en} +
E59 EE sE Eu
Os 8 va
a ë SAA EES
©» p B das en B
MC sò SU SDi
Se ZEE 885
EER EE 358
ao EO Er eh Sy Ger
bn eZ ee 282
5 5 Bes AEN
S3 5 mg 8 ZEE
& AE RGeE Se |
et GV CD
— 254 —
buit he Se-rafijn, Die God zal mij tot Va-der zijn.
Va-der weet ge-wis, Wat voorZijn kind het nuttigst is.
bo-ven al-les min, Zoo voert Gij nieensten he-mel in.
2 En ke ziel is_ vrij
re - de maakt den man,
Een ie- der staat_ ’tge-loo - ven _ vrij,
„Dat wij ge - nà _—- niet mis - ver - staan,
.N
wij ver - wer - pen Zijn ge - boôn,-
«
Zijn weg te zen, waar ‘took zij;
Ont-neem hem dit, wat is hij dan? —
__God roept tot al - len: „Komt tot Mij!“
Zij moet met werk en wil steeds gaan;
Met ‘theil'-ge drij - ven_ spot en hoon,
No.126. De
_ Herdenkt het Sterven van Christus.
GEO. CARELESS.
ed
1.Danktal uw heil aan Je - zus’ naam,Be-
2. Hij o - ver-won de hel en dood,Ver-
3. De wijn en “tbroodstelt ons nu voor, Zijn
4. Dit Sa-cra- ment vervult de ziel Met
brak de boei van'tgraf, Ver - mor - zel -
dood voor on - ze schuld. Komt, Heil’- gen
vre- de, en met rust; Het ies e
”
Sf |
heil den kruis- dood stierf,Zijn le —- ven
de_ den kop der slang,Waardoor _ Hij
volgf Zijn voor beeld na, En dient Hem
Heil-gen van__ het doel Des le - vens
lei ter neêr,Zijn le - - ven lei ter neêr.
vrij-heid gaf, Waar-door__ Hij vrij-heid gaf.
met ge - duld, En dient __ Hem met ge- duld.
hier be - wust, Des le_— - vens hier be - wust.
5. Dus roem en lof tot onzen Heer,
Die reinigt door Zijn bloed
En door dit heilig avondmaal
Ons aller zielen voedt. (Gís)
Het Zaaien?” a
H. A. TucKETT.
jie, wij zaai-en, zaai - en daag-ijks Zoo veel
aad dat vaitwaarheerschtde stil- te Van het
PP 9 DT
zaad van goed en kwaad,Wijd verspreid op vlak- ke
vreedzaam,lief-lijk dal; Zaad gestrooid in druk- ke
loos op goedengrond Zaaddat leeft en groeit en
weet hoe zwak wij zijn! Eng-len wacht ie en 5
N e
id
ij & Ee an ®
d Ee ï An Wd ABO ma EER a RE ORD REE EN vt EE var GB
EB AE 7e Tan mt HH
oee een
lan- den Of waar’tgrootschge- berg - te
plaat-sen Waar'tver - tre - den wor - den
vrucht draagt Na- dat ‘tgraf den zaai - er___
ak- ker, Op- IJ tkost-baar graan niet
/
staat; Zaad dat valt in rij- ke groevenVruchtbaar
zal; Zaaddoorttrarge hartver-ge-ten, Doel loos
bond. Door een fluistring zaaitmenze - gen,Door een
kwijn; Tot het veldeensprijktin glo-rie, Rij - ke
doorden re - gen mild; Zaad dat ligt op dor-re
in den wind ge - gooid;Zaad door an-dren trouw ge-
a- dem-tochtsoms haat- In de daadden blik, de
oogst eens wordt ge - maaid Van het zaad ten se rep: gen
VREE DENN GEEA ACE GRE EMT u
OT ED DS) SDE (VOE ws OE (EEEN END an
han nnn zeeen aam me aanne dennen - 2 fp pL DE
vlak-ten Op aar - de woesten _ wild.
koe-sterd, Bid-dend, liefd'-rijk uit - ge - strooid.
woor-den, Ligt het doods-of le- vens - zaad.
le - ven, Dat in tra-nenwerd ge - zaaid.
. Wat is tGe-bed?-Dop -rech-te wensch,
2. Bid-den is ‘tsla-ken van een zucht,
3. Derwoorden kin- der - lijk- ste vorm
4. Bid-den- des Chri-stens le - vens - kracht—
‘
Si / :
Door'thart tot God ge- uit, De gloedvan een ver-
Het val-len van een traan, Of ‘top-waarts blik-ken
Best voor’tge-bed ge-schikt,Doet tril - len zachtdie
is zijn na-tuur-lijk recht, Zijn wachtwoord aan de
a | |
bor - gen vuur, Die tharttot Hem ont - sluit.
van het oog, Tot God die bij kan staan.
e - dle snaarWaarop God liefd*rijk blikt.
poort des doods; Met haar wint hij tge-vecht.
Dd
Het is de stem des zondaars, die
Berouw van schuld bezit,
Wijl d'Englen juichen in hun zang,
En spreken: „Ziet, hij bidt!“
6.
Bidden vereent de Heil'gen steeds
In hart en daad en woord; |
Zoo wordt gemeenschap met den Zoon
En Vader nooit verstoord.
7
In ’t bidden ben ik niet alleen —
De Heilge Geest bidt meê;
Als Voorspraak bij den eeuw’gen troon -
Zoekt Jezus ’s zondaars vreê.
8.
Gij Leven, Waarheid en de Weg,
Door Wien wij keeren weer
Tot God, Gij zelf betraadt dat pad—
0, leer ons bidden, Heer!
— 261 —
No. 129.
Geef ons Uw Genade!
h
Gro. CARELESS.
de, Niets
1. Heer, geef ons Uw ge - na
de In
0,
3. Uw
2.
geef ons U-wen vre
ge
ze-gen wil ons
Leid ons op U- we
zijn wij zon-der dat;
En ’theil-tis on-ze
Zoo kun-nen wij ons
de - zen le - vens-tijd,
die onsster-ken mag,
-reid. Heer,
-tren ie-dren dag. O0,
s
pl
ROA
©
den En tot des he-melsschat. O0,
de — Uw kruis heeft zulks be
ven Ver- be
a
e
le
b
dat Uw machtons ster - ke— Gij weet hoe
schenkons U - wen Geest, Heer, Met ken- nis
jd if PN e-R _ zal
, LEER "AE TELA EERE ERE Dd
LEES. BREN “EN ES) EEL KO OREN CNE UE EG AE
EE CEN A TES BEELEN
in__ den nacht! Door U slechts wordt ons
zwak wij zijn. ©, dat zin ons steeds
en_— ver - stand. Uw licht, o goe- de
klaar - - heid Tot on-zen geest ge-bracht.
wer - - ke, Op - dat wijkrachtig zijn.
Mee - - ster, Ge - leid'ons hart en hand.
IRD
Door U wordt klaarheid Tot on-zen geest ge- bracht.
Datz'inons wer-ke, Opdat wij krachtig zijn.
Uwlicht,o Meester, Geleid'ons hart en hand.
klaar - heid Tot on-zen geest ge- bracht.
wer - - ke, Op - dat wij krachtig zijn.
Mee - _- ster, Ge - leid'ons hart en hand.
mn OR
No. 130. Ee
Besteed uwen Tijd nuttig.”
tijd steeds nut- tig, Ver -
tijd snelt als op vleug'-len, Hem
co - als de win-ter - tijd volgt Op
. Be - steed uw tijd steeds nut- tig, En
bebt.
jee ete HH
| 7 Be en
beu-zel hem toch niet; Maar werkt ter-wijl de zon schijnt
hou-den kan men niet, Hij komt envliedtsnel he-nen,
‘tvroolijk zo-mer-weêr, Zoo kun-nen on - zevreugden
vei-lig zult ge zijn; Wantstiptheiddoet u _vor-dren,
PPP:
ABD
De nacht is in tver-schiet. Wij kun- nen niet ge -
Waar-bij hijnietsont- ziet. En zoo wer niet voor
Val-len teraar-de neêr. Moet mendaar-om niet
Geeft ze-genrijk en rein. Voor-zich-tig zij uw
bie-den Datde zon niet on - der - ga,
zor-gen, Ver- dwijnt dra on - ze kans; Kort-
stre-ven Om steeds voor-uit te gaan, Meer
Been, Op - recht zij steeds uw hart, Zoo
scha-duw niet ver- zoe-ken Dat zij van ver-re sta.
ston-dig is het le-ven, Als een dag is zijn glans.
nut-tig nogte we-zen, En vrij van eu-vel-daân?
zal Gods liefde u zeeg’nen,Z 5 hul-pe zijn uw part.
pedel dd Se E
1. Gij, lof en eer der we-reld, Ik roep u toe:Vaar-
2. O mag’kintBoekdes Le-vens Mijn naam geschreven _
3’kWil'tkruis met lief-de dra-gen En wor - den ge-kas-
4. Al d’aardsche Se En el Zijnslechtseen oo-gen-
wel! Vaar- wel, zon-dig ver - ma- ken, Gij
zien? O heil-ge Va-der, zult Gij Meen
tijd, Ik wil ge-rei-nigd wor-den Van
blik. Heer, dat Uw liefd’ ons een- maal Een
brengt mij slechts ge-kwel. Want ik wenscheens te
kroon der glo- rie bièn? Voor zulk een eeuw’gen
on - ge-rech-tig-heid. Ik zie een vuur-gen
glo-rie-kroon be-schik’. Men zal ons hei-lig
_wo-nen Op gind-scheeeuw-ge kust, Bui-
rijk-dom Wil ik ge-dul-dig gaan Door
o -ven En voel het lout-rend ' vuur; De
noe-men Als wij der eng’-len . lot In
om den troon van God.
Van zon-deen booze lust.
En’t goud wordt echt en puur.
Rond
®
a:
®
©
an,
’
hei-lig,
de e-len,
s
rust
tbe-reikvan Sa-tan,
ie - de-re be- proeving Die’tlot mocht op mij laàn.
vrucht er van is
vreugd en lichtglans
Ene
ten
_No.132.
komst!
ijeen
Zegen onze B
GEO. CARELESS.
Heil’- gen Geest
5
2
5
| 5
EEN -
_ Sl Ad
E)
|
38
„8
Leb)
[se
ns
EL .
® —
© 2
Ea
nn
ES
Uw
En als wij
$ Dat ie-dre |
ê;
ons neêrs
Vul-len elk hart met vre
Ùe
De waar-heid op
uit dit Gods
en
we
Geef
gaan,
stem
huis
ie - dre
Ver - kon-di -
lip
—=R68 =
3 f d
Î ie
den 5 5
Èdë de | 5 s 8
INEEN EME ne
mb © LER
7 hit 59 N Xi a PI | $ e £
Mika 06 san & 2 | jn
OE E
(1 © Di ed) © © B ©
he je Ke ie
HE ll 9 ee
RT zn En Ee
HE S® Wi Pd © 23
5e eb) he 58
Sr IL mm | = 60
AE © 8 AEN ne ee Bee
U A Han Re, K 52
ON ZE od = PE: S
TN ob Ss 2 5
li EA. hed es A 5
MB
u
Dat Hij
lot; Dan zien wu weer, wat
’
‚En steedsuw’ we-gen ga-des - laat.
9
straal’
beurt, Het oog dus droogen niet ge - treurd.
m
gaat
d
2
pl
el
d
134.
No.
ee
Liefelijk Zion!
- des - stad!
Go
mel God zijn licht,
de
-lijk Zi - on,
he -
3. Schoon rust de
Lie - fe
2. Schoon is
Í.
bi
ie - der hoofd
kroon op
=_ 70 —
’
en - glen aan - ge - zicht,
wit - te kleed be -loofd
-lijk Zi - on, hoog ge- schat,
Schoon is der
__ Schoon is het
Lie - fe
4
—y
_Q
—y
Gr
4
a
4
Schoon is uw poort van
Schit-trend is
kost -baar steen,
ver - lo - sten rang,
Schoon der ver - win-na
der
heen.
tem - pel— ’kwil er
Lie- fe-lijk klinkt hun harp en
„Schoon is uw
zang.
Schoon rijst tot
God hun vreug-de- psalm.
ank Seen
en
stem in
zon - den
met ver - lan -
85
PE
TE
se 0
an
5 LJ}
en El
EE
©
eke
5
©
Md
hl
5
Zk
3
ee
Hi
8
dees)
ee
0
A
stof.
en.
schoo-ne poort voor
steeds tot. dan - ken
zoe - te
k heb
tland der
’
’
pent die
Hei - land
’k Wil
rust be - tre
mi ine
bÒ
Dat
diep ont - zag. Dat
stem. Dank,
Zij - ne
t
=|
kn
kn)
Sd
Ee
E
em
8
jd
Ee
©
4D
ua
ren
uit
zij, me
hoo
vroo - lijk
Geop mij
’kook mag
Ont -
Waar-
’k nooit Uw Heil-gen Geest be - droe-ve, Maar
’
2
fe \
BETE
WE
EEL
IS,
ven
le -
na - de
en dat
heid
r, dank voor die ge
de
«
licht, die waar-
Va -
Ja,
zijn,
ed
jj
kel
I=)
©
=|
Lj
en)
20
ik deel -
van
naar Zijn
vang
ie
D
Zoon, Tot
tren mag,
18 -
KS
=stem lu
in U - wen
roep
dien dank
BNL ROER RI WED AE DREES WELEER TITS
BD ENGE
-Dá —
Dat
En
,
goe -
de
wij - ze U
MEEL
ge - ge - ven
leidt ten
hebt Gij mij
al - les
roep-stem, die mij
eb)
hen
8
ei
Hr!
(as!
S
'
asl
©
>
Ba
ken)
ua
=|
lsb]
[=b]
2e
Ned
8
"5
schijn.
dag.
dank-baar
al den
plicht leert
’knim-mer - meer on
mij mijn
troon.
U - wen
mag voor
- ken
dan
%
No. 136.
an,
—_ BO
+2
Ei
Fn]
As
E
a
®
id
ed
ua
t
Moed en Vertrouwen.
Ï
Wil u
Zijn e
Grijpt de
5
Fd
1
©
Laman,
h=Î
Lal
ken,
hand
Li
ua
eem
jn}
k=,
1
5
ed
sl
©
sl
LI
en mat ge
uw moed ver -
-fling aan uw zij - de,
ded
Zijt gij moe
(Hebt gij al
Is het licht ge
Is ver-twij
en re
niet meer voor-waarts gaan,
door - nen op uw paân?
vrees der nacht u aan,
tlot ter - ne - der slaan?
EEE CE PONT
Werp dan tochdien last niet ne - der;
Weet, uw Va-der kent Zijn maak-sel,
d
Neen! vat moed,bid God om __kracht;W:
Hij ziet im-mer op u neêr;
moed, bid God om kracht;
im - - — mer op u _neêr;
— 276 —
luk wil Hij be - wer - ken, Want
sterk - te ’tbest vol - - bracht.
mint u trouw en teêr.
Wat uw lot ook zij op aarde,
Zij het vreugde, zij het smart,
Tracht uw plicht steeds te volbrengen
Met een willig, need’rig hart.
Weet, dat hun, die steeds volharden,
Is beloofd een heerlijk loon,
Want zij zuilen zijn gezeten
Met den Heer in Zijnen troon.
— 277 —
in uw groo-te zwak - te Wordt Zijn
Hij
E.BEESLEY.
dt heen.
1. _De Nacht vlie
13
No.
1. Ver - heugt ui
nacht vliedt
de
dan__ een
nu, —
18
vlied heen
Pep
bi)
tijd
Ver - lost
8
kl
|
5
5
5
S
LI
3
©
=
|
®
5
at
4. 0
3.
‘lie - licht ver--
van-ge -
heen, Het E
vol - kren
ver
de
woord, En brengt het tot_—_
ste
niet meer
het
bij Het uur, waar droef-heid
land, En ’tvolk, zelfs van
DS
waar-heids - zon _ ver - licht wel -
scheen; De
tijd wel - dra_ ver-
Op - dat de
b]
voort:
strand;
naar den
al - len luis tren
on - ze
Zij
’
re -
A
vree
Hee-rein
Dat
zij,
IS
n.
- nä.
dwij
ge
ver-
tniet
den we-der-keert.
-loof__ in__
e
Heer, En een wil - lig_ voor Hem neêr.
‘tvroe-ger E
5
5
8
el
B
5
|
8
kend
zi
ijn,Dat on -
dra
schij
geert En
- de
Heil brengt die blij
Heil doorhet E
-komst kalm en schoon,
toon.
ge-lie! Zingt ver- heugd op blij -den
RO
Looft Gods Verlossing.
No.138.
E
>
2
pd
ed
2
'
b>
Dee,
er
|
g
„®
E)
®
©
fs
2
©
1. Looft God!
2. H
3. Hi
dood En
ne waar-heids-kracht En
o - ver
ge - vier «de
door Zij
ons aan_— in
ne - licht_ in
‚Nu wacht Gods volk
»
ij bracht,
iN _
ij
Zij- nen he - mel-troon Zag Hij —
bod, Het zon
-tans macht
door Zijn rein ge
hel
ont -
>
en Sa
En zond ons Zij- nen
ons te-rug tot
Een eeuw*-gen,blij-den
’
nood
|
8
Lj
==)
me
El
=|
5
5
5
ua
5
hd
Eey
Zijn ge -
zet__ van
— 280 —
ar Damn = E zn mn mn
GRE Dn ee en Gn
| deed &
Zoon, En zondons. Zij-nen Zoon, En
God, En ons te-rugtot God, En
dag, Eeneeuwgen,blijden dag, Een
- | |
va or: nn annen
Gi DELE EE VE ENEN RENNEND SED
A
ETE : ED EEN PEN U ENEN WAE CT EENS MNS DP AEN V HES tb nt
zond ons Zij-nen Zoon, En zondons Zij-nen
ons te-rugtot God, En ons te-rugtot
eeuw gen,blij-den dag, Een eeuw’gen,blijden,
LN
zond, en zond ons Zij-nen_ Zoon.
ons, en ons___ te - rug tot God.
eeuw’ - gen, eeuw’- gen, blij-den_ dag.
Hij opent ons weldra de deur,
En wij, wij zijn bereid.
O, broeders, groot is ons geluk;
Looft God en weest verblijd, (&es.)
Looft God, looft God en weest verblijd!
= 281 =
No.139.
1
ige Geest!
il
He
Kom,
der Als |
‚Hem
ne
land ken - nen
daal =
Geest
3
1. Kom
ten _
har-
- ler
feest. Maak ve
ster
op het Pink-
J
E=|
keb)
5
Z
ae
5
R=!
ord
AI
is
GS
3
D
ke)
ez)
B
(sb)
(<b)
e=
5
Ba
keb)
D
S
5
5
DD
rd
5
r, o Heil-ge Geest! Hoe
Dien kie-zen Ee: 5 Pr si
Daal nee
tee - der,
wen - nen,
— 282 —
B | RS
STN ERE ei K
— : ei ed
5 5 )à
SEN B E N
Ee i 38 8
82 5 È
s AQ rl B en
zie 8D S bo 8
e Ld) 1 sj
c B & S
v = ej
hes dn EN
' S 8 S
5 Gos + U NG
Nl iepen S 8
Si e=
el :
B Pt ae ®
EN, 5 5
| | Ei
zijn nog ve
hen den Va
Maak
— ge En
Zoon slechts mint
d dl
heen
— 283 —
No. 140.
Een lieflijke Naam.
{, Daar ruischtlangsde wol-ken een lef -lij-ke E
2. Dien naam is naar waar-heidmijn Je -zusook E
3. O, Hei - land,wat komtooit Uw lief-de na-_
4. Bens buigt zich ook al - les voor Je-zus in E
naam, Die he-mel en aar-de ver-ee-nigt te —
waard,Want Hijkwamom za-lig te ma-ken op ES
bij? Hoe hebt gU ver-ne-derd voor zon-daarsals —
tstof, En 'En-ge-len zin-genvoortdu - rend Zijn —
Pj
V VE EEEN md LE GE 7 à ì BEW
B NAS BE U DE NEN ERN ES EN ME EO
ZE FS WER VI KOEN B EES EEN É CE AE BE EES Ee 3
A) EE KE Cl EDE EE EENS Ii ENGE BEG ALE EN EEN EEE
Eire à
EEDE ED EN NER AE 5 0 KE EEN ED en EE
EV ZP EE ON EE UD EE EE OEE B
EEE ACE EEN CE _ANBSE …EE E an B EDE 5
/ Beam. deen vaamts er zoe- ter en be - ter voor
aard. Zoo lief had Hij zondaars,dat Hij voor hen
wij? Uw krib-be ge-tuigtvan Uw lief-deen ge-
lof. O, mochtenweom Je - zus ver-heer-lijkteens _
”, Gd )
A CEE LE WEET MM ZEER mn
El ORTE A OD ON 7 EEEN EEEN U U AE EN 0 |
EV PE EN EDE SEN CUE VC ENEN REE KORE) Sj EEN AEN EN ES Î
EEN 5 EEE FE BOERE GEE REEN EI ERN RE BLAD
Î
de
GO
iN
Í
AME
en de f
Bihat Hij bal-semt de won-den en heelt al -le
stierf, Ge - na - de hij God door Zijn zoenbloed ver-
duld, Uw kruishout ver-kon-digt ons vrijspraakvan
an hie- -ven we jui-chendden ju - bel-toon
he dd T_f TÊTE
Mt INL EK ME ES) U 7 EEN ER GENE WB
. smart. Kent zij, kent gij dien naam nog niet? Dien.
wierf. Kent gij,kent gij dien Je - zus niet? Die
schuld. Lief-de, lief-de,gzij hebt ge-daan Wat
aan: „Je-zus, Je-zus,Uw naam zijdeer, Want
|
naamdraagt mijn He'-land,mijn lust en mijn lied.
om ons te, red-den den he - mel ver- liet.
eeu- wig de ken-nis te bo - ven zal gaan.
Gij zijt der menschen en En - ge-len Heer.
TG VE MENT 7 DEE DAG ON KEN SO OE EE EN OEE EEA VN |
AR EN VEE EUT ARE OCMEEN JD MOONEN OOC CN EP EK ME |
LTD EEEN OEE U ENE ARE CN OD SEVENDE ON ESE NE
Ef EE KEEN EN WEN NT SEN LOE LN DEN REE
No.141.
Es
je
ep!
5 4
8 8
>
©
5
ân
in
B
=)
el
sl
ke
D
©
en
pe
de en
de - zen
Heer Voor
4
df
toe -
Hij
lief -
e®}
raal he
D
Ehlakeliks 3
Le) die
oa Bo. a
Rell jl == ©
+ -E-|
Vaas 05E N
Ss O0 | Dv ©
ie ! '
e 3 } ;
© © © So
e Orel « PME
Bebe S5as «
t PS A a
| 5 Eg
BD & & ESES
en] eh) © © © S
Lear) :
ne SEEN
el OV OD af
' L 1 or
Ss os 3
© OR >
. a f]
rt En
Eos == 0 wen
ZN mA 8 8
588 dl dS
el !
© _i BO
© =| 8 en
S= | Ss.5 2
ik
lei ter neêr.
= zen uit het graf.
Voor al - - len, klein en groot.
le - - ven Hem ter eer.
DAZ.
De : De Herders van Bethlehem
1. Her-ders hoort, her-ders hoort! Luis-tert
#4. Richt uw schreên,richt uw schreên Naar de
3. Al - ler Heer, al --ler Heer Ligt daar
4. *tIs Gods Zoon, ‘tis Gods Zoon, Neêr-ge-
5. Men-schen-kind, men-schen-kind, Weet, dat
naar der En-glenwoord:„Vre-de zal op aar-de
stad van Da-vid heen. Daarligt in een krib-be
op hetstrooter neêr, Dit zal u ten tee-ken
daaldvan Zij-nentroon. Geen pa-leisvan ee -nen
God u teër be-mint; Hij heeft U zijn Zoon ge -
R\
God heeft in den mensch
De Mes - si - as, klein en
strek-ken, Dat slechts doe - kén Hem be -
Ko - ning Is nie eer - ste aard -sche
ge - ven, rn gij 5 eeu - wig
: Her - ders. gaat en zegt het
tee - der, U be - loofd reeds lang voor -
dek-ken, Gaat en brengt Hem lof en
wo=ning, Maar een stal strekt Hem ter
‚Door Zijn zoen - bloed een - maal
voort, Bander, gaat en zegt het voort.
heen, U be - loofd reeds lang voor - heen.
eer, Gaat en brengt Hem lof en eer.
woon,Maar een stal strekt Hem ter woon.
wint, Door Zijn zoen -bloed een-maal wint.
Naar de Zondagschool.**
mor - gen el É
oog- merk Ko-men
voort-gaan, ZR
de
er_
goeden e - del_
p-p
Se te
3. Laat ons koenen da
s
WO
5
rd
ord
pd
(eb)
E
8
5
ua
>
Leb]
ed
<
mi
2. Voor een
jan
a
ie En
==
nae
Been
ERN
aen
en
eoa
Ied
erg
Ee
Bei
8
pl
oe - den strij- ders
wie - dren Zon -dag
N
PN zel
00
p)
- MOS -
te
maen
P)
à
EEEN
Dn
d'At
In
ee
Bakas,
En
dd
best
DD aad
NIN SHB NN
NSE NH
Ì [
Emp
IN Ald Ii
| 8e
he -
be as - den,
me
SEE
a
Ls
za - lig - heid
voog’- len
19
Zj
nt.
od een trouwe Vriend.
8
t
re)
«
Ee
ua
5
1
rheids-lief-de too
_geuren't Me
He
laat ons gaan
bj
Laat ons gaan
; Laat ons gaan, n
g-school
nda,
pl
chool.
it
gaan naar de Zon-dag - s
2
ee
No. 144.
_In ons Zion, ons zoo waard.”
ons 1 - On, ons zoowaard, Waar zich.
al - tijd ge-zond te zijn ‘Schuwt men
„tWor - de hun alvroeg ge-leerd Hoe men
En ook hier- opdient ge -let, 5 ka
van God ver-gaart,
ster - ke drank en wijn,
he. de A re - geert, Mees - ter
m5 - RE Ee bed Smee - ken
EEL ER … ATEN
GEELGROENE
eg
nig - te van kin - dren o - ver
| en:-thee cen .kof- fie …@ ven
blijft van boo - zen lust en kwa - de
dat de Heer hun Lahn ge - zond - heid
/ ) /
al; Zij zijn ferm en flink gebouwd, Met een
zeer; Vleesch ge-bruikt men wei-nig maar, En een
drift En dat im - mer ie-der kind Al-ler
geev, Dat Hij im - mer hen ver-sterk’ En hun
ziel meer waard dan goud,
ie - der streeft er - naar Goed en
lef - den ach - ting wint Als
har - ten zoo be - werk, Dat
_lee-ren wat de Heêr Zijn volk be - val.
wijs te zijn in d'oo-gen van den Heer.
le - vendheid in 'thar-te heeft ge - grift.
ie - dernaar oh rei - ne wet-ten leev!
24 —
EvAN STEPHENS.
1. Va- der, Uw kin-dren ver- hef -fen nu
2. Stij-ge dit lied_tot Uw troon om-hoog,
Ontvang ons Vreugdelied.”*
No. 145.
ij-zen
pr
Een dankbaar, vreug - lig ge-zang tot U
on - ze
Dat
stem steeds U
rs
em
5
NE
er
7 |
Voor Uw be-scherming én liefde en zorg;
À
Ee
Ze
mn
— 295 —
o-als_ Gij ge-trou-wen leidt,
4
y,
Leid ons
ns
EREA
kod I PE B
re a
SE REE NN 3E
on shin PM ad:
El IES — 58
Vr é | |
B sin ii oe
8 ag REET
ë Are DR 2
jn Jr == zi || DAP
ER lid At 5%
a> f
| A Van. | zen
: e ® 6 me Ô PD sa
A | ee le
Ar : B 5 | 5e
ue 5 HI ES EE
88 35 iii 38 Ales Ee
> IN E | |
E e 5 5 ij en . 15 en à EREN
de 59 Ee
® pe Lj +2 eu |
A5
2e
En ge-ven U, Heer, ons
Dat U onshar-te hier
No.4146. | |
Welkom, Sabbatmorgen!**
E. BEESLEY.
ate À
1. Wel - kom, wel- kom, Sab- bat-mor - gen,
2. Hoort de Zon-dags - klok-ken lui - den,
8. Nee- drig bui- gen wein aan-bid - ding,
4. Hier ont-moe-ten wij veel vrien-den,
Ruk ons uit der zor - gen net.
Met een e - cho klaar en schoon!
Daar ons hart Gods lof be - vat;
blijk,
Een - heid geeft van lief - de
N\
on EE || st ap eD
5 5 Se AET SNE
bos Md | En
Anal pere) d eee,
o H 7 ES Md 9Lsoe
o® v Sis TTK se af
SEEN 2835 lii ah
© | VW, l=D)
Hs d bor je EN „ig ar
An Ee 5
® 8 ©
Aas SE oe Da or5
PE
|
n +2
Son GMS Ii <3 58
ahd BESS 4 ET
1 Rt LJ 1
© 5 Sem8 Wi oen
Sso U DEED A88
SA SIS ij Se
'
\ : \
ee a D) LE
ao E nn
entend TRR) So d
WD gn je)
Si SESS it 258
5
Ss
hels
>
SH
af >
S'®
9
‚À 1
A B
o 8
SI S
in de jeugd,
dan_ een kroon;
in
D
zons zien
ons: komt, en
Lee - ren wi
Zegt
P î en
dsg
BEER
; ee I
Í od, & |
| @ ken}
In eet
Gl | 3 @ ma Et
Iilhimnolekea Ie
bog BEE
Ei end |
TM © T h
id
5 oma OO
SO: 0
men
„a > U OA
Penn NS dE CSN
Bee
gr es en
EN md
Ex Ik
I 5 |
DE 0E MA:
zj! il
LS CHMP
am Ia
EL tal
5 5
SIL zate
pda |
ISES ì Ì
|
/ Ea 50 |
h \ SS 85 BOI
UN „gez Ik
D
os ® |
Mie Ce me
Ii e= s Il
í bed} 3
hete)
eig l
hes
48 =| wm gd IJ
Ine ES Ja
U 2288 |
8
IA888
Herhaait de eerste vier regeis van het eerste vers als Koor:
— 295 —
147.
Dak
U terug?
wij
Len
Wanneer z
No.
ke)
5 bon E
8 Sen
zel In nk:
Z Ja
3 Ii ERE
5 IEN
IRE
Un ale
ll m\ Zet
el
fe E55
eN
behgdalelo
its
SU E58
RN EEE
U — ad ed
w Uw |
Uw
bij
zicht?
heer - lijk --heid,
toond,
be
aan - ge
Wen
Gij ons
den wij
Wan - neer zien
Toont
Wor
f
Wan-neer
el Ads
0
aats,
1
If
ten wij
gen bij
-gen heen naar die pl
in lief-de be-groe-
d
>
'
EE
ken)
keb)
oi
r
en
ao
E
5
md
'
ord
dri
E
rd
keb)
fl
ke)
a,
5
c8
— 300 —
dat hei - lig,: he - melsch licht?
ge-kroond zijn aan Uw zijd?
Gij bij den Va - der woont?
Is on-ze zen-ding vol- ein-digd al - hier,
Als Gij zult ko- men in glo-rie en macht
Wan-neer ons werk hier op aard is vol-bracht,
IJ, |
Zijnwij vrij van’taardsch gedruisch, Neem Gij ons werk aan;wan-
En re-geeren zult opaard, Mo-gen wij hei-lig en
't Levenslicht,is uit - gebluscht,En on-ze da-denvoor
hd 5 g
LG TE EEEN EEN RN OEE EEN GE ON EN
PLD EDS NEE B OENE DV Rd ESSEN SS ZE 0
VAE OE EEN EN "ONCE EEE (RET VO EEN GE
EEZ ED AED a CEN LE EE EN EAN EEE / 4
Ae ROI ef pd ni
ATA EREN KE BEN AEN BEEN MAD EE EN
B 0 AE TE EN … RNI ed TENEN PEN
UL VAST BEDE Le RE NGR ENT MELDT EE KEE TEN Toru re
NU Le (e
neer wij dan gaan Naar onsheer-lijk Va - der-huis.
reinzijnvoor U En Uw za-lig spreking waard.
ons zul-lenstaan, Á, die eeuwge,schoone kust.
heb à :
[raun
: EAK 7
PDB aff je | U
EE PE BLOED „EEN … EDEN … BETIS ee ORE … MEE EREN NS AE) nr u re
ALD EP BEEN ETEW GASEREN WV OEREDE BELEDEN 7 GEE) 1 nd EE EN Ke
Koor.
/
) ls h A
20% pl Eend ADEME
AET IKN SRE
A a SE
|Navs.4-2Wan - -neer, o Hei- - -land,zien
Na vs. 3. Dan zien wij U, dier - bre.
Wanneer, o Heiland,
we? BREE … MEN … GEEN … OENE LEE |
hi Ova EE ee 70 5 MEN ATEN IV BORON VAT POE
ars EEE de Es EE PSE NGE EN
GN A) AN Ae ME
Hei- - «land, te - rug,
dierbre Heiland,zien wij U te-rug!
zienwij U, dier-bre Heiland, te- rug,
ij te © ES
- neer in
Wan
Le
8
5
Is}
5
en)
Ge
5
iS
B
0
5
8
5
2
3
:
E
Wanneer
Danzien wij Uw aan-ge - zicht?
ig, he-melsch licht.
No.148. pe mijd is zeer kort!**
1. De tijd is zeerkort!Gaat, en pre -diktden
2. Deinst niet voor uw plicht trug— moog’ zwaar die ook
3. Weet dat al -le din-gen Je - ho - va be-
4, Staat palsteeds,want Sa - fan zal u__ nog ver-
d. Uw eeuw’-ge vol-ma-king zij'tdoel van uw
EPR PEE
Ge OF WANEN REN
WAOCN MEN ON ON EN DEN ON EE AN EEN
ED NW
â ,
vol - ken: Be - keert u, het Ko - nink-rijk
schij = nen, Maar volgt u-wen Red- der, uw
kend zijn, Neen, niets is ver- bor - gen voor
zoe - ken, 'tGe - wicht u- wer roe - ping ver-
stre - ven, Zoekt ’s He-mels be - loo - ning met
ED TEEN EED ELEN PEEN an GN EED EE) PEN EEE
PA EAN INE EEN PEA RN
14 CD Eea tan
NSA mm Nn GD B GT ED bd
rr EE AE
Gods is na-bij. Spoedt heen, gij he-rau - ten,spreidt
Voorbeeld en Vriend! Weet dat de be-proeving— hoe
Zijn al-ziendoog. Vreest niet,wantZijnoor zal tot
staat hij ge-wis. Zoo door-nig uw Dae is en
een vast be-sluit, Want en
been.
\ N \
oh 4 Pe pl @ 6! Te
Er ar à
_
np
rn np ) AZ
uit_ als de wol- ken, Ver- breidt gij de
scherpook de pij- nen— Voor Gods kin-de-
uw_ beê. ge - wend zijn, Hij hoor - de Zijn
dui- vlen u vloe-ken, Is Je - zus na-
hee MEN ; = vr BS ee - zg iS
y, ) SNE # y y
__waar- heid en Gods heer-schap-pij, Ver-
_ ren tot ver - hoo - ging eensdient, Voor
volk steeds dat zich voor Hem boog, Hij
bij u tot uw la- fe- nis, Is
Je - zus tot Zijn feest-maal uit, Dan
\ 1 1
he | ZEER CERN FEEN _f EEE
5 BEEREN En EE WES Sem raten ZENNE ARD
EEEN Ë 5
5 PEEN FEE EN ; EE ee
\ LN En Ws EN _ EN
LEE ETE CUE EN ee nm map WD DEE 0 ne eas
2E EE ME EEK ME Et
5 PA EN … GEEN … ENEN MDG GE … ON WE E : - __dR? Ld
) WW y, D, p
breidt gij de waar-heid en Gods heer-schappij.
Gods kin-de-ren tot ver- hoo -gingeensdient.
hoor - de Zijn volk steedsdat zich voor Hem boog.
__Je - zus na-bij u tot uw la- fe- nis.
noo-digt u Je - zus tot Zijn feestmaal uit.
EE
EN
JS eN à
Sn |
7 ET / P, Ed 4 B
— 305 —
n de Zendelingen.*
E. BEESLEY.
vR AN vR
de zon in luis-ter Zendt haar
E - ven- als de schaduw weg-vliedt,Waar de
‚Staat gij te- gen-o- ver vor-sten, Vreest niet
0, hoe heer-lijk die be- lof - te, Door pro-
Gij he- rau-ten,pre-dikt blij- de ‘tt E- Ei
dd
Sens UE BE MS EE EE VAREN A ihn
DE CEE" LE EE EN ETA NEE
Efa EEE AN SEN REN WED" BEDE EP OUD WIN ZT
Sl B 8 le DEN ME CED EN OEE
p, ) | r | y, / y,
f /)
gou-den stra-len uit__ Eneèn we- reld toont vol
blij- de zon-ne schijnt, Zoo zal waar-heid voorwaarts
voor hun toorn of dwang, E- del-moe- dig draagt ver-
fe-ten u ge-daan, Dat de tong der te - gen-
ge- es macht,Wantgij zijt van Hem ge-
©
/)
schoonheid, Duis-ter - nis ganschbui-ten - sluit.—
schrij-dden, Tot de val- sche leer ver - dwijnt.
vol-ging, Om te ster- ven weestniet bang.
stan-ders, Gij doormachtbrengtstil te staan.
roe- nen, À Rn met licht en kracht.
is. À
A8 & e Rf . hk
— 806 —
fi WE | EEG B ZE EE PANNE
Ld 4 hed 1 ) p
Pi) / / y 7
Ko zoo rijst het E- van- ge - lie Met een
Mach-tig is de eeuw’- ge waar-heid; Ziet, haar
Ja, be-strijdt den reus, uw vij- and; s Her- ders
„En hun werk zal niet ge - dij - en Welk een
De ba- nier derwaar-heid wor- de Op - ge-
nn
7 | 4
won-der- ba-re kracht,Werpt zijn stra-len hel-der
stan-daard is ont-plooid! Volgt hem, hij zal o-ver-
slin- ger en ge-waad Leidt Gods kin-drentot de
moed-woord in den strijd! Hun kom-plot-ten la-gen,
richt in ie-der land, EN EN glo - zn o, des
lich - tend n der we - reldduis-tren nacht.
win - nen;’t Wachtwoord is: Mis-luk-king nooit!
ze - ge. Spreidtzijn leer metwoorden daad.
lis - ten Val-len weg terech-ter tijd.
he- mels, Heel deez’ aar - deeens om - spant.
Le
he EE ZE DN De” ENE t
BENE Á 9
EDR DRE D EEL EN GREEN ONE SEN PER EEN REE
/ \L/
| No. 150.
Gebedslied**
Jos. J. DAYNES.
4. Heer, ver-hoorons vu-rig bid-den, In oot-
2. Help ons naarUw wil te le- ven, Sta in,
O, moog’ons ge-dragbe-wij-zen, Dat wU
PAREN ND
moe-dig - heid ge-daan; Stort Uw vreed’uit in ons
die-nen dag en nacht, Geef ons, als dedoôûnver
a EN ee \
want ae ART nne
Cd __ f nanny”
PEET EN UE Nn WEE VES
id ZES WE ED IP LED
) TT
mid - den, Sehenk ons vreugdop on-ze paân.
ge - ven, Door des le- venswoes-te- nij.
rij - zen, ’tLoondat de ge-trouwenwacht.
1 OER
#daaglijkschwerkons bij, Wil UwGeest tot Gids ons
8
Ke 072 WSC DEE S___&-__ RTE
hein Ea EL pmm see
BAE SN EE ED ENEN INS ge a Or
EE PT van
P)
L/ L
Laat o aat ons im - mer
Hoed ons im - mer, Hoed ons im - mer,
Im-merword’ U, Im - mer word’ U
Da DAD
Laat ons im-mer, Laat ons im-mer
Hoed ons im-mer. Hoed ons im-mer,
Im - mer word’ U, ’ Im- mer word’ U
Age STe re
ma ER Peeter pt
L/
Strij-den on - der U- we EE Laat ons im - mer,
Tot destrijd ge-wonnen zij, Hoed ons im - mer,
Lof en ve- re toe-ge-bracht,Im-merword’ U,
3 en dd
A ee PL pIE eere si
EE EN ED en L/ IE BETTER EF EP AGE ERF
Laat ons im-mer
Hoed ons im-mer
Im-mer word’ U
a
nd
î
SE 1 enn BNR neder: va EA INN DEF OG |
vann Om BORRE ES |
nnn en
et Ed F ze Ser
Laat ons im - mer Strij-den on-der U-we vaan.
Hoedons im - mer, Tot destrijdge-wonnen zij.
Im-mer word’ U Lof en eere toegebracht.
|
vn de Dn
EEEN NEN
nn en ad
Laat ons immer
Hoed ons immer,
Lm - mer word’U
GAN
ed
— 309 —
Leid mij tot U! ***
_No.151.
S.P Hursu.
iP
EN
uE
ON eG
zn
)
mij t
t
0
Dt
t
Leid mij tot
e-vangt,
de mij b
-vens strijd-ge-woel Leid mij
te
Deonet
- zus, mijn Hoofd en Heer, Leid
2. Door sle
3. Als zon
AREN
s ET a VAER
% BREN
Á. Je
t
4. Als’'tuur van ster- ven slaat, Leid mij to
\
Leid mij tot U.
bi
een hooger doel, Leid mij tot U.
DD
Ri
Er)
a
S
ke}
a
k-b)
Dee]
ej
kb}
keb}
E
d
e=
keb)
Pe]
ua
le
Wees Gij mijn toever- laat, Leid mij tot U.
Als smart mijn boezem prangt
Wijs mij
Houd mij intrech-te spoor,Lichtdagen nacht mij voor,
Laat Uw ver-los-singskrachtMom-rin-gen dag en nacht,
Als al-le hoop verzwindt,Mijn ziel geen vreugd hiervindt,
Dat Uw ge - na - derwoord Dan door mij word’ gehoord:
dd Jd
—310 —
Heel taard-sche e ven door, Leid mij tot U.
Wees Gij mijn trou-we wacht, Leid mij tot U
Sterk, Hei-land,dan Uw kind. Leid mij tot U.__
„Ga in, in ’the-meloord“ Leid mij tot U.
No.152.
ank zij God voor ‘t Lichtherstel!
í. Kin - dren van de heil’- gen Zi - ons,
2. Nee - drig, min- zaam als de Hee- re,
9. Mo - ge God ons im - EN zeeg - gs
re): Art en En man me
eed ERE GE u EEA
0.
PE NAT Nd DWG AO BEE EEN a EADE
TD 2 EENS EEE OEE Mt BEE OE ON ES EERE U MEIN COEN EE GEER U EN BEES CRS ES
nn za B Gn a
Zingt uw lied vol zoe-ten lof; ’t Is Gods groo-te
Vrij vanwaanen val-schenschijn,Wil-len wij in
aa ons Zijn wil be-tracht,Dan zal onsZijn
Ees BE
ens-stof.
manen Ees a en
ee 4
) LP
Jui-chen wal-len
BEESTEN
WEE AT
BEREA rel
SEE EEL
ET
B an |
y,
t lichtherstel
nd
== Si
\—
|
b}
Dean
EE EL EN
EE EE £ OPENEN
BURST Tali el
CEE
y,
Nek
an BN
GEER MER BEE …
ge p,
God voor
jeeg-nen,‚Geeft Hij licht in on-zen nacht.
)
gunst Ni
Er EET
EE …
y,
lu - ja! Dank zij
e
che
Hal- le -
dee
ei
Sf
Ee
Dn]
Dat van lof ons har- te zwell’
deugd en ee-re Too-nen kin-drenGods te zijn.
goedheid die ons Blijdschap geeft en dan-k
el
à. DO
Lama,
:
vem
3
sl
gd
EUA
kl
N. D
|
re
ne]
3
el
o
Ban
en Naad AE aag
ch > pel MP bl
PD
Ins4 is Ne €
_ Gethsémane.”**
GEO. CARELESS
nn ennn tn nne ze
Ge nn T_RILZELBE
1. Het was een som-bre, stil - le nacht, Toen
2. Maarvoor'tbe- gin dier snoo - de daad Nam
3. „Ik word ge- slacht tot een rant-soen,Neemt
4. Ja, tot ver- ge- ving on - zer schuld Werd
D.„Doet dit; roept Hij, „ten ein - de toe, Ge-
te - gen Je zus, Go- des Zoon,
Je - zus ’tbrood, en dankteen brak;
brood__ dat u_ ten le - ven voedt“
Je - zus’ dier - baarbloed ge - plengd,
denkt uw trou - wenVriend die stierf;
abd
Li
be LP eenen
Weer opstond al
Wat lief-de straal - de uit Zijn ge - laat, Toen
Den be-ker ze - gen-de_Hij toen:_„Het
En daar-om gaf___ Hij met ge - duld _ Het
Wordt dit her- den _- ken nim-mer moê.__ Daar
De
ver-ried_ voor loon.
dit ge - na - de-woord Hij sprak:
nieuw ver - bond__ is in__ Mijn bloed!“
of - fer__ dat___ ons'tLe- ven brengt.
wig heil ver- wierf:
1. Wij, kin-drenvan Zi- on,wij héb-ben veel
2. In lie-drenzij im-merGods goed-heid ver-
3. Wij wil-len ge- trouwzijnaan God en Zijn
4. Al d'eeraanden Va-der, Zijn macht en ge-
stof Voor ied van vreug-de, dank-zeg-ging en
teld,Want Hij heeft ge - na-dig Zijn heil-leer her-
Kerk, Be - vor-dren den voortgang van Zi-on’s groot
zag, En dankvoorZijn ga-ven van ie- de-ren
lof. Ge- luk-kig en vrij En ns zijn
steld; En wij,schoon nog klein, Ge - tui- gen z'is
Werk,Want daar-in is heil En vreugd zon-der
dag. Daar-door zijn wijsterk In ‘thei-li-ge
wij, En Zi-on, Zi-on, Zi-on blijft bloei-en;
rein, Want Zìi-on, Zi-on, Zi-on blijft bloei-en;
peil, Dus Zi-on, Zi-on, Zi-on blijft bloei-en;
werk, Wijl Zi-on, Zi-on, Zi-on blijft bloei-en;
i-on, Zi-on blijft bloei - en.
i-on, Zi-on blijft bloei -en.
ì Zi- on blijft bloei - en.
‚ _Zi-on blijft bloei - en.
155.
No.
ek
idding
Aanb
EVvAN STEPHENS.
IN 2
ih |
iEK
ah
Kk
en door
geest_ in - wen -
tot dien God, Wiens macht__ kan
ERR
Oo Heer, __
Daal neer,
Nu,
2. Schenk on- zen
3.
u
1
loof ___
DES
kracht; lend hart
_— ‘tver- stand__
En
Ons
doen__ Meer
E
sf
8
5
5
ef
Es
S
in
bon!
sE
boe
A4 OEE
wenscht
— 316 —
on - uit- spreek-lijk schoon, Uw
‘vreug- den
0
Van
A
en__ ge - nà,
d
©
©
Kes
ke)
va
zel
en
es
®
el
… Ma
va
|
Beel
=
|
5
ke)
lief - de
ò,
we
vreug - den
Kerk haar
Ma
A
nä.
ge
eeu - wig brengt.
en
lief - de
We
hul - de
Kerk haar
317
__ No. 156.
| _Aanbidding.**
u Lr WAE A GD PN OA PS GND A ET EO EN fl OEE HC ES 1e DE
WALES MENE MAN NE ERD EEE A L_a EN ED EN Eel
1. Daal neer,_o__ Heer, en door_ge-
2. Schenk on - zen geest in - wen - dig
8. Nu tot dien God, Wiens macht kan
DS a END EKE OREN 2 Sted A
LJ) Pe) P) ee
1. -Daal: neer, 0 … Heer, en door de -
2. Schenk on - zen geest in - wen - dig
3. Nu tot dien God, Wiensmacht kan
loof En liefd’ in ie” - __dren
_ kracht; Ons zwel - lend hart be -
doen Meer dan ’tver - stand _—_ ooit
WEL
5 EE GEE PNG GED OE BEL WE WEE LNE
BL aen DEERD EEE ANEN MEE EEN LEN EN EE
B EERE ACER GEEN 2” MOTT EN OO EN
4 Ce) ge , U
loof En liefd’ in jie - dren
kracht; Ons zwel - lend hart be -
doen Meer dan. ’tver - stand ooit
74 CRE an
RETRAITE WGE ASEAN BEE
RLD Ln
en en
leu
45
LJ]
en
gea
nn aw
d Ln
a (en)
de S
tt |
SS At
o,s
dd
| bre
S ©
zn ln
e 4
8 sx
oo A
Ed
‚S
5
D Cm
Se
ï |
Ss gE
2 NN O0
2
EEE Inl
En
0 A
EES 9 Ô
Te 8 Ull
Ees
kane
OD B _\e
As MA
Se biij
sid
Sel ll
oz ij
A, Ik
Gn
Se EEN
diit II
Se)
EER DN
eN 5
Ee
Uw vreug- den on - uit-
voe - len wij
he!
| | e
en
IE
je
fe)
ES
bd
5
D hd
So
Si
1
N=;
ank de
» oe
Ln |
E
Ss
Ba
onder
2
de
we lief -
Zij - nen Zoon, De Kerk haar hul - de
5
en,
5
=)
5
KS)
d
p
B
>
zelfs — Van U
— 819 —
voe - len wij
leng - te
U
Kerk __ haar
vreug - den
Van
schoon, Uw
- lijk
ge
spree
en
we
na,
brengt, De
à wig
een
we
haar
PE
FEST
pe
ERR
U
A
ma
Kerk
brengt, De
HA
schoon, Uw vreug - den
Van
EE A dE
BE Ei
nn BE
EEE
spreek - lijk
en - ge -
eeu - wig
e)
re,
en
ES
Eem zen
Zen me
— (8202
No. 157.
E. BEESLEY.
Geest des Hemels.”
lig
3
UCS
Ze
..
Ii dol
IN ZB:
HN 2 |
a
Eer
L_a
4. G „Geest des he-mels, spreid al-om uw lief - de,
2. GeestGods,daal neer!De teek-nenvan de pij- „Hen
En
Ae]
Ont-vangons of- fer, neemons in be- zit;
weêr;
ii
“án- nig’ har-ten
Nut- ti- gen wij met
Ee
U 5
Ih De Ui
jl
ld se IN &
Ih A8 Ee
IN | à in
ie 554
TT £S
> D
a E |
ERE
ECE
VIEL
Eed
Tot rein- re
Dat we on-der
EE.
TLE
Msn
5 HETE gd
21
— 321 —
’
d
0 de
zon - den
G
Heil - ge
Geef kracht om
Hoor,
al
©
®
en)
5
„ad
t -
KG:
NJ
Î
©
>
©
nd
u
we
el
Ei]
ao
epa
Eu
zi
a
kb)
kb)
ä
E:
Dn]
©
ers
nf
om
lijk en ge -
ken wij
- nen
tra - nen
min
— 822 —
>
ua
keb
[sb]
B
f
Ls®)
&o
Le)
EP
RI
a)
B
nf
arl
“5
En maakons be- ter
_Wantzwaaris 'thart be - laân metzondeen wee;
- nie- ten
ij ge
Leer ons ver - ge- ven, zoodat w
-ten
ze gees
EE KOR EN
meest.
-te hoopen vreë.
U-wen troon ge - na-deenlief-de
Van Go-des troonkomt zoe
EE
de
RN
A Pd
Pd
Van
md den
No. 158.
Rust en Vrede.**
GRO. CARELESS.
1. Rust, rust Ue de moe-de. ziel, Rust,
2. Rust, rust, dáár is strijdnoch twist, Rust,
vreê, hoort gij - die immu- ziek? Vreê,
’
ÀL CA ADE 1 BEDE a UN BEEN ROOG WRS MEE BEEN EE
va EE nn Ut EN HE MON
rust in het vreedzaam dal, Rest, rust on-der
rust voorwie hoopt op God, Rust, rust,wanthet
vreê, tis der En-g'len zang. Vreë, vreê isvoor
ra Cms E Sf ME VEEN MEENDEN BLT MODE EN IKS
hf TUN. 2 MD HN EN MEE, | SEEN 5 MERE |
le | ad U EN OW BE CE 1 Ve EEE OE IE OT U CNE CE
EN % WE DN OD ORT 1 1 EEDE U EEDE WEL,
twil-gen- loof, Bij 'ton- tel-baar doo-den - tal
eind is daar Van des le-vens woe- Hg lot.
be- reid Daar in der ver- los-ten rang.
: \
S &
(on è Sas ce
> é © bn A 8 @
wa w P 8 N
SS eij 8 Én e
PA AS me Te 1
Sn 5 Rr ft
RS dE @ (5)
E) » © Ms =d D
_… a Á 5
' SES » S
8 dae
> 5
D
A '
eh)
pe
Ne)
5)
el
®
a
voor ver-druk-ten vre
Aa
vreê,
rust, slaap in vre- de voort, Rust,
jl
@
dend
ar)
En
of
va
orn
Ns
ua
=|
Pet
de) +
>
ui
5
á
u
vm
0)
E
keb)
am)
B>)
5)
Kal
&l
5!
Lans!
©
emi
ki
5
se)
"5
(B)
je)
&o
=|
(< D]
ed
|
b]
zi
LJ]
si
je)
Lan
ei
ksb)
ri
oml
OT
EE
oes ®
M=
pe
©
T 5 &
1
se 5
ZES
ua
rust aanhet eirid der baan,
rust, voor ver- moei-den rust;
rust, totdeop-gaan-de zon
— 325 —
GEO. CARELESS.
Weent niet alleen.**
bi
ze smart,
aan,
vindt;
leed
nen mee,
zegt u
of
fer
Een re-gen - boog om- spant ons
D
dren traan
ze - gen werkt;
bit - ter wee—
licht het hart:
ij wee
W
en
een
smart,
dood
proe - ving
- dacht dit
ge hoop ver -
kracht,droogt ie -
weer de
atGods be -
Niet één be
eeuw”=
eeft it
Hoop,
Hij 2
1
im
©
ee)
ksb)
©
Lel
ele)
>
ui
©
©
lem)
NN]
0D
©
5
ref
(<b)
or
NJ
el
c3
S
Zi
ed
S
lsb]
[b}
pemael
1
Lampe!
cs
+2
al
En)
>
5
[<D)
E
vet
3. Dit heelt uw
— 826 —
Hij
Zij
Hij
Zij É
Hijzorgt met lief - de on - be - perkt.
werd door al - len hier
wordt met glo- rie eens be - kleed.
hem,
haar,
Is wel met
die henen ging;
Zijn
Haa
En toen den oproep
5 licht scheen steeds in volle pracht;
hij
zij
Snelde e ee geest, waar heerscht geen nacht.
ontving,
9.
Hoe zacht ontvlood En de aardsche kluis,
Onder een glimlach afgesneên;
Gods englen leiden naar hun huis
De reine geesten veilig heen.
6.
tIs ijdle faam, ’tgeen rijkdom geeft;
Zijn
Haar
Zijn werk spreekt nog alsof El leeft,
naam hoeft geen beeldhouwerskunst,
Haar
Zijn . zijns
Haar deugd verwierf Ee Heeren gunst.
ee 827 —
Vrijheid, Liefde en Vrede.**
nn NEEDED IA NEED MANNEN BRUNE en De
ETEN eN elen MRSE NE ed
UZ WN o DENS DE BEEN A ESE as
INN Pan end : ed
LE y, ) )
A. Hoort! Luis-tert naar de zach-te bries Op
2. De voog’-len bren-gen hun ge-zang En
3. Het groe- ne woud, de ber-genhoog,Waar
4. Maar al- ler-meestwerd o- pen-baar Eens
FCT: OW CS EN OE A OE TE EEN ED GEE LER TEM
B OPTA NEL U AED U EER VEEG TOGT B EON EET PDE ER
EP ER s OE Co NN EEN GETEL BNNLEER ° MATTE MOTEN WEE BREN 0) ELEN BIEN IT
EN, 1 RK op SE NEN BOE ROTE "ARAC LEES 40E
2E : « bm L\ \ d m
BED” AP 31 LEON TEE DEN" ME DN DEN OON EES IE EN EET WEN EEE U
DELI TET EE NEEM ERD MEE ET MOE BELT
Ufo ED NEL EEN VRED MN WE BEEN
DALLAS CAN … OEE … EEE Gi Ll 4
i) ) E pi
y,
berg en heu-vel, land en zee; Zij fluis-tert
lof tot God,die ‘tal ge-biedt;Hun tong en
zil- vre mor-gen- dauwvaltneêr, Zij prij - zen
Hei-lands lief-de zon-der peil; Hij stierf, ver-
y, y, y j-
in des men-schen oor De stem van vrij-heid,
stem-men hef-fen aan Het vrij-heids- lief-de-en
met hun zacht ge-ruischDen God der lief-de en
rees ten le- venweêr, Om on- ze vrijheid,
If Si # RP ete
epe Ee rn
lief-deenvreê. De bloemen in het woud en
vreug-de-lied. Ziet hoe de fris- sche, hel- dre -
Vre- de-heer. Nu rose-pen aar - de, zee en
lief-deen heil. En d'ar-me menschdie eer-tijds
1 ©
# s - Ess L\
EIN FRN El En
eN LEEN A EE GEE BONES DN BRG A EEN
ED GE B EE MN OE CNN B ONE
y Ú
veld, Zij staanin or-deen har-mo-nie; Zij
stroomSteeds voert on- tel-bre vis-schenmeê; In
lucht, Met d'En-glen omGods troon geschaard En
werd Door hoogmoed,nijden haat mis-leidWordt
ken - nen haat, noch waan of nijd, _ Ver-
stil - le blijd-schap le - ven zij In
d'Heil- gen Geest, het „In den mensch een
nu door. Je - zus’ bloed ver- lost, In
lief - deen vreê.
lief - deen vreê.
il
mel - den vrij - heid,
„vre -
vrij - heid, een - heid,
be - ha -
wel -
blijd.
8 de op aard? …
IJ
vree
gen,
he
lief - deen
vrij - heid,
hoor toe.** |
Jos. J. DAYNES.
’
O God
ik
ter - wijl
slechts de
dag,
nâ
‚— hoor toe,
God
ste
ee
min -
Ko)
ik
kleed
2. Be -
n
ns
zijt
en
8. Gij maakt den
ge -
4, Gij— gunt
ning
dig
deen
W wo -
el - len -
ons uit
LD
®
a
5
ad
As
ua
5
©
el
©
ee
ui
s
©
De vreugd,die van
plaats Daar in___ Uw huis, ge - na
Be - hoed
graag, Ver - lost
prijs
zon;
— 330 —
| |
daalt; Eén dag_ met U is be - ter
God, Geen weel- deof egoed,geen troon of
waar Van al - le list en macht der
smart,Schenkt al - les, en__ ont- houdt ons
dan De pracht,waar-meê de we - reld praalt.
macht Doet mooit ver- la - ten Uw ge - bod.
hel, Van vij - and, angsten elk ge- vaar.
niet Wat goed is voor ’top-rech-te hart.
A | jl P
BEK
\ EE î
Bf ELEN EE OE EN pl ee
| EET VEE ED A EE EN WT BEEN WE GOED REE BEER RI
ELD GE EN ED RE GN EN Ki EEN EAR EED ERR AE U
\m/
O, heilig God, Gij die gebiedt
“Heelal, dat steeds Uw macht ontvouwt,
Voor Wiens gezicht de duiv’len vliên—
Gezegend hij, die op U bouwt!
— 331 —
No. 162. 4
Morgenlied.”**
|
GEO. CARELESS.
7 3
me a. |
Sfsa U
KN
El WER AEN EI
EN DET WETEN VEN EEE BEEN Fe?
WIVES EN EN LEER „LEE U TTE WEEET MN OE RT ER
1.Ziet hoe de mor-gen-zon Haar loop-baan_——
2. Dat ookmijn ho-pend hart Van ’sHe- mels___
3. Ver-trouwend legd’ ik mij In Zijn be -=
4. Zoo nee-d'rigwensch ik, Heer, Te le - ven
5. Om mij te lei- den, Heer,Geef mij dan
EN URE eee 7
el PE
schit- tren doet, Ver - digt steeds haars
… Va -.der zing, Van pool tot pool de
scher- ming neêr; Ik sliep, ont-waak-teen
hier op aard, Dat Gij, in eeuw’- ge
U - ven, An har - te, in - nig
Ma: kers lof, Ver - kon - digt steedshaars
waar - heid spreid,Van pool tot. pool de
vond op-nieuw, Ik sliep, ont-waak-teen
za - lig- heid, Dat Gij, in eeuw’- ge
en — op-recht,Mijn har _- te, in- nig
_ Ma - kers lof, Ver - kon - digt
waar - heid spreid, Van pool
op - nieuw, Ik sliep, ont-
za = lig - heid, Dak Ge
&
laa
=g
en op- recht, Mijn har - te,
Dd bf Ge C°
nn
ee Ee
eer nn en eenen
EA En MeT ore ot Door
| pool de waar = heid spreid’ Van
(__waak-teen vond op - nieuw Mij -
| eeuw’ - ze za = lig - heid, Mij
| in - nig en op - recht, Dient
| ran Ae Eler MONT
Cen Ennn
gloed.
ging.
weêr.
As
gaart
vreesd.
RE TN pr
*
J.G. FONES.
trouwe Werkers.
wij zijn
165
No.
wer- kers Voor der
len moe-dig wer
zijn wer-kers,trou-we
im-mer in
wij wil
1. Wij
2 da
ken,Strij-den
Naar der
s à
uit
ge - loof
pi
3. Wij zien
enke he
tijdsvoorspeld in
in ge-tal—en
ie- dre trou-we
Dat
tren dag Eer
8
md
®
oe
5
ed
c3
ui
ua
hae
ord
sj
|
Es
cd
3
B
sb}
=|
toekomstschoonen da
We
toekomst o - pen
de
hart,Trach-ten wij voort te
ker dan
EE:
Js - raêl Als
gaan.
zen mag.Gods
één van
wer-
£
winnaar we-
Ver -
— 334 —
Fa
®
Ln}
Ô
„6
©
pel
5
En
P
…
LJ
+2
rd
5
7)
‚be
42
ui
©
kb)
da}
de
*be-loof-
aâg,Ook in
gest
eg’ ne ons
mel ze
He
ih
Ih
Bn
EN
Sa
Chan
Elen Y
5
5
EN
dn
Fen
Eh
nig ons ver-bindt Met
2 tot
dd ed
een-heid in
ons den we
ijst
Wijl
bi
aard W
ok.
|
EA
nn
[nf
L: bj
[ss]
1
eb}
=|
4
a
&o
Lj
8
N
|
feb)
ed
1
Pr
t
[en]
Ft
Aad
ui
opel
E
land;
bi
Wijzijnwerkers
E
F
kel
À
W
%
5
kn
Land
5
heh]
E
c8
5
8
3
8
3
u
dl
5
É
8
8
5
Wij zijnwerkers,
— 8385 —
Es
werkers, Stre-ven naar een
dd.
; 5 ne
ki EE
trou-wewerkers, __ Strevennaareenzalig-
haidieen zaligheid. Voorwaar
wachtwoord, Want ’tis Goddieons geert
Dn
zi EE
1e. A 4 BE ME Me kdenk
ge n n De u . Been ;
is ons wachtwoord Want'tis Goddieons pelt
— 336 —
_No. 165.
| Voorwaarts tot Glorie!
J. M. CHAMBERLAIN.
Â. Wij nlar-chee- ren voort tot glo-rie, Wij
ê ne aan dâg gaan wij steeds voorwaarts, Ten
el welk keil, met de ver - los-ten Te
pari
wer-ken voor een kroon, Wij strij-den voor de
he - mel bliktons oog; Het weldoenbrengtons
bren-gen on-zen Heer, In_'sHe-mels blij - de
Ee heidAan teind wacht ons het loon.
na- der Tot ‘tVa- der-huis om - hoog.
za -len, Aan-bid-ding, lof en_ eer!
E k | Ee }
kek
E. BEESLEY.
hg |:
DEL
sE
bl
sal
eet
u
Es
-
— 838 —
rig en ver
’
Welkom, Heilge Zondag!
k pe)
5 IN 5
Ê 5
je Wies
5 8
5 AS
| 9 enz
= a Fe
, IE fi
2d ©
keb) e (‚eÂ
ee Kd bimme E
el TT pe
& Bien s (Sh en
3 Eh agr 5
PL
5 lg od Ee
À nme al
5 a 3% E
il En |
d A hl je
Shi
LA
\ Dnzd
No. 165.
1. Wel-kom,heilge Zon-dag,
5
Et
8 |)
EN L fa
jd AT Ee
5 U 2e
EE a „En 55 IE
p WE
28 HD S& |
8 5 Ki u
bo 5 | De
5 A) #2
dE hi EE jk
=H E ] ï
5E ik 2e SR
| eN
SE dll
b ie
el d : il
EE UN zE ul
E 5 5 tb ’
ri a IN
ui
Pi)
0 B
me En Dn
Gd ALARM MNEEEN CA TE GV EE FE
Zere
e
Je BP 4/1 WO |
hd EE U
ge dag van rust;— Bes-te van de
bel
— 839 —
bd
On-zer stem-men klank, Englen dragen
Hei
rijst nu
Sab-bat,
‘tot God
©
NS
NEL
=|
©.
Dz
er
IS
Ki
T5 q
ze - ven,
iden.
ik Sëne
No. 16 6.
ingen wij voor
Z
E. BEESLEY.
1. Zin-gen wij voor
2. Prijst Hem voor ge -
8.
3,
tscheiden Nog een lied ter
Voor uw gun-stig
bl
de
- der,
na -
Red
d
O geef ons ge -
«
on- ze
Je - zus,
dd
ler Va-der, Die, ons mint zoo.
Van onsal -
ot; Voor de ze-ge-nin-gen Prijstden Heer, uw
d 2
Nu wijvoorU buigen, Leeneenluistrend
— 340 —
b |
- ler -
- heid
zan - gen
- blijd.
goed.
= od
Zin-gen wij hier
Prijstden Al
ste
’
j lr
Maak ons: hart ver
rond
tijd,
In dit Gods-ge - bouw.
* Hier met hart en mond.
e3
2
a)
Dn
©
©
>
en
©
en)
zj
©
as
8 4
e=
$
1
5
Mg
sE
lar}
SE
®
GS
pa
Voor
gen—
nen
„ken in het
Leid ons al den
hoog - ste__
die
zan -
Voor Zijn lief-deen trouw,
Klin
— 341 —
No. 1677. Rn k
A AA Heiland, tot U.**
WILLIAM CLAYSON.
1. Na-der, mijn Hei-land, tot
2. Na-der, mijn Hei-land, tot
3. Na-der, mijn Hei-land, tot
4, Na-der, mijn Hei-land, tot
Hei-land, ik streef om te
na-der tot U! Loú-tert be. proe-ving, zij
na-der tot U! Mo- ge mijn lied im-mer-
na-der tot U!___ Breng mij, meer hei- lig e
en
, steeds na-der tot
leidt Na. der, steeds na-der tot
steeds na-der tot U.
steeds na-der tot
Gij zijt mijn
Ern-stig en
heel,
ver-trouw ik ge -
U
òp
hj
©
el
nd
ord
LV)
=)
Ee}
sn)
8
>
ke 0)
ú=
3
®
Zi
©
5
=
ee
A
Help mij Uw
5
8
£
83
E:
he
rijk Uw kind be - ho
dan be -
be -
Ò
Gi
_
Biedt
el
IE:
_
proe
…:
Is
ded
®
d
me
©
®
ke
is)
ef
5
5
®
8
rz
Min mij tee-der, breng mij
A
neer
wilsteeds te doen.
®
r5
|
5
3
1
H=|
2
loo-ning mij aan.
— 843 —
ijkst Oord
Het heerl
ee]
©
©
er
han}
ET
Lal
kb)
©
As)
z
LD)
©
ua
opm
5
>
|
e
Me)
1. Daar
kre wolk be - dekt de lucht;
don
2. Geen
vol van schuld,
. En __ schoon het hart is
hoon! o zooschoon!Daar wordt het Eng -len-
ZOO SC
Pp
0
Heerlijk land, heerlijk land! Geen boe-zem slaakt daar
Je -zus stierf,
Je-zus stierf!Schoon vloeken smart en
o_zooschoon! Geen
O zoo schoon,
Heerlijk land
lied ge-hoord,
ooit een zucht;
El
jm)
Kel
3
EN
#3
M=)
’
»
Je -zÜs stierf! Komt,
Je je stier
f,
angst het vult,
zon-de kent men daar om-hoog, De_—_
gloeit de lief. dein elk ge-moed,De_
val - len we aan Zijn voe - ten neêr, Hij
p : Ü
blijd-schapfon-kelt in het oog Des zondaars,die voor
Heer is daarhet hoogste goed, Hij, die vergoot Zijn
kroontons met Zijn lief-de weêr, En brengt ons in die
. de
Je - zus boog, O zooschoon o zoo schoon!
dier- baarbloed. Heerlijk land, heerlijk land!
plaatsvan eer. Je-zusstierf, Je- zus stierf!
dd
Uit den Sankey-bundel.)
— 345 —
No. 169.
Staat op ten Strijde!
GEO. CARELESS.
deed
EE Te
sta op, en om-gord u, o
‚ wordt wak - ker, be - wo - ners van
Zr wie zou voor en eed’ … le niet
he |
Zi - on, Waak, ont - waak! luidt des wach-ters
Zi - on, Werpt de wol. ken vanzorg in den
strij-den, Nu dat een ze - ge-kroon wacht de
vol- kren, A - 5 merkt door deon-hei - li - ge
ED GN TA ENEN EC GEELEN GEEN NN
Er ern a sma heem Le
BES IS EN NL f me Bm 5 7
5 7 P)
vel, Want het tijd. perk vansluim-ren is.
wind. Het trom-pet- ten -.ge-schal roept u
deugd? Zoo gij u met den vij - and ver-
schaar: En de dood eischtzijn of - fers zeer
ra CEE <4 ed CED GED WE AET EE
Bl DE EEU AEEI AAN ef EEE a EED EED a EREN et ETE ROR CB WETEN 7 CLLETD
Wi AE TRED BEEK SRO EES IF EEND 7 COEN EEEN 9 MERAN 2 BEN ETEN EDE ZAL
EEEN ETD GET EDEN OEE ALTE MENE
o - ver, De ver - der- ver. be-strijdt Is - ra -
sa - men,tZijn de laf-aards,die men ach-ter
ee - nigt, Laf-aards,weet, gij ver-zaaktal - le
spoe -dig Als de vruchtvan het ko-mend ge -
Wees moe- dig en -trouw, op_—
vindt. Als de vij- and tart in_—
vreugd; Uw arm zij als. staal dat_
moed, kin- dren Gods, ge -
, _\ NN 1 N \ «
EEP A EEG WEER (5 ARS a, DE MEE EEN KOE GLE NE EEL EEA en 5
rn EK KP EES OVEN GEEN ENDE DENK MEER DE KN
rl NO = ee an
God immerschouw,En werp ie - dre hin- der-nis
uw huisof hart, Be-strijdt hem, be-zwijkt niet in
geen u-wer faal'! Staat pal voor watgoed is en
bouwd op de Rots, we voor deugd, zij maakt rein en
INE:
she:
1 p
wac ® 5 EEE
Eed CE CN KB
De UND EED AEN CE EN EE OE DE EN
A DE ED
7
Om-gord u tenstrijd,wees im-mer be-
nood. God is aan het hoofd, dit heeft Hij be-
Ver - heft u metkracht, ver-trouwtop Gods
Het tijd-perk van sluim- ren ä ‚nu niet.
reid, Want de prijsis een kroon van uw Heer.
loofd;-Voorwaarts dus ter ver-win- ning of dood!
macht, Dan zal d'he-mel uw woon-plaatseens zijn.
meer, Maar het uurder-ver-gel- ding na - bij.
PEER
No. 170.
de -— vorst!
aan de zon - deeen eind,
zan-nas ‘gal - men dan
heb-ben w'U ver- wacht; Ons heilis in Uw |
zui-ver d'aard met vuur, Her- stel ge -rech-tig -
der ver-los - ten mond, En d'e-cho plant zich
| )
hand, Ver - los ons uit den nacht; Ge-
heid. “Uw vre - de vol be - stuur Wordt
voort Door ‘tgan-sche he -mel … rond. Het
ae …- EEn ze
wensch - te ve - ler vol - kren,
door der Heil — gen harp eer —…
TBE ver - vult
Gewenschie ve -ler vol-kren, ve-ler vol- kren,
Wordt door der Heil’ gen harp,der Heil'gen harp eer -
Het ze- ge-lied ver-vuit’t heel-al. ver-vult ’t hees-
=9-
J
“heel-
kom; Ver - ga-der Is- rel van al - om.
lang Ver- wel-komt,met hun vreug-de - zang.
al, Ons lof-lied Zi-ons berg en dal.
di: «
_No. u. |
's Heeren Dood en Opstanding. **
GEO. CARELESS.
1. Hij stierf,de groo-te Red - der stierf, En
2. Komt, Hei- li … gen,en stort eentraan Voor
3. De Heer des He-mels stierf voor ons: Hier
4. Des Le-vens Heer ver-liet het graf, Hem
4 CEN DE CN ON ALD IN TEE
Rel 0 ld Mi Ld
KE ZEE EE ET AEN ELI MI WEE
REN EEV Li CE NEN EEK EED
Is - raëls doch- ters ween-den luid; De
Hem,die wil - lig tors -teuwlast; Hij
'sliefdeen smart on - ein - dig groot;Maar
hou- den kon it
he - mel was in nacht ge-huld, En
stort- te dui - zend dropp’- len bloed, Waar-
oh!_ wat vreug-de werd ge-hoord, Toen
en - glen- heir__ge - leid - de Hem En
d'aar-de brak in worst-ling uit.
door Hij van uw zon - deu wascht.
Hij ver-rees uit graf en dood.
zong Hem toe hun wel - komst-lied.
Gij Heilgen, droogt uw tranen af,
Vermeldt, hoe hoog uw God regeert,
Hoe over hel en dood Hij heerscht,
Uw vijand slaat, bindt en verteert.
6.
_ Voor. immer leeft uw eedle Vorst,
Die tot ons heil Zijn leven gaf;
Vraag dan: waar is uw prikkel nu,
Uw zegepraal, o snoevend graf?
— 351
Eer de Zon verdwijnt.”
, No. 1272.
vloed, Eerde
W. J. KIRKPATRICK.
Heb werk in o - ver-
Ik moet spre-ken ’t vriendlijk woord, Eerde
8.’k Moet be - trach-ten ‘sHee- ren woord, Eerde
DN
el
2.
ver … dwijnt,Werk dat kracht vereischt en
ver - dwijnt, Op. dat men mijn stemme
ver - dwijnt, Schuld be-lij - den waar’tbe-
zon
zon, eerde zon verdwijnt, -
4 NEN
zon Ee
_ zon
p
ver - dwijnt. 'tZijn ‘voor-
het
Ik moet
5, é
’k Moet
Kd
dwijnt.
ver - dwijnt.
eer de zon verdwijnt. .
N |
BE
ver -
==
SSS
k*}
DAS $ 5
Fb ft
MAO © ©
mmm
hk
888
das
À 352 el
1-3. Eer de zon,
EA El,
5 MTS ETE EEE
8 LEREN
ME NE OE
tij?
& EA > EE A WERA
f GO
BEDE
naasten läst ver-
sh
eend
Ld
/
RET:
kMoet mij
NU
ET
‚6 ns *
p-blijden, Voor het recht der zwakken
_ hooren,zien en zwijgen,tStei-le padderdeugdbe-
ichten:
de
ze B UU
EED GE ER GE RD
- z Jl) /
na-me €-vensp.
treurend hart ver-
Î
2 TH
dE 3
ef
In Get II
dl
Ills ze
Pa 605
Ilha
| ee
er}
S8
vi)
(en)
Et
ze - en wil ver -
Áls’keen
î
È
W
ï Uk
Iles À î
Hiks
JUP:
Ö
td
EN hl Ies
DIN Mn2
zon
lei-den Eer de
S 4e HB
EEE
EEE Mi
Nrg ee)
en!
mm ei!
ES me
Za
(1 |
dd
En
38 S
5 B
Ea
je)
A,
zon ver - - dwijnt.
— 353 —
Eer de
nt
wij
- dwijnt, Eer de
d
ver -
Eerde zon verdwijnt?k Maet mijn dag-taak flink ver-
KE
5
es
ee
5
E
Sn
Sel
E
(>
ken)
be
keb)
Ke)
ej
ge)
— 354 —
Hope van Israël.”
WILLIAM ChAYSON.
1. Hoop van Is -raël Zì - ons le - ger,
2. Zie den viij- and sterk ge - le - gerd
3. Strijd voor Zi - on weg met dwa- ling,
4. Spoe- dig is de veld-slag o - ver,
. &
ê_
J-le macht;El - ke slag doet
En deez’aard van zonden vrij;Voorwaärtsjvoorwaarts!
uit het,Voorwaarts!‘En destrijd is in Zijn kracht.
Op! ten strij - de! Brenghen al- len nu ten val!
er een val-len, Ie -drestapbrengt onsmeerkracht.
deugd van Zi - on,Schaar u in den strijdren rij!
Ee
s
El
E
Ln
"5
k=,
d
5
Panl
ee
E
Ez
u
amd
Sd
Cen
VW =—
<ö
ET
B
5
De
mu,
(ee)
ke)
en;
3. ui US!
Ss ® As PS Ee)
E ss E'S
S) 7 |
an Z ddd
el Sl ®
® 5 nh
e Le <D K <>)
5 Gak
—ì Ep &b &o
BER
| reid
ie SdH
© ..D
5 & EEE
5
Uit
pn
3
moe-
moe -ten
- moe
uekracht:
s
ij ont
lij ont
Bli
geeft
1. Blij ont
2. B
3.
— 356 —
- dig
“Zon
Voor Gods
Ons ver-
em
hart!__
ver-eend van
|
Ef
®
pr
1
)
nT
|
©
es
va
k- >}
ed
‘
- gen Sab- bat - dag!
Plaat - sen,
nu neer ge - ze - gen, Voe - len
ge - la - ten,
stand __ neemt toe door ’tlee - ren, Ons ge-
-ken na -
t
5
5
troon
pra - ten,
- men zon
Zoe - ken
Laat ons
Wijl de
we - gen,
d
ks,
en |
t
6
H
'
2
- der
-ze zond - ge
loof —__ doen wij
ne -
_ won -
’twe-reldsche ver-la-ten, Bid-den zin- gen hier.
wij naar sHe-mels ze-gen, Voor wij huiswaarts gaan.
waarheid wij ver-eeren En ons'tLicht be - straalt.
No. 175.
jes
A. Broe-ders, komt! de Heiland noodt; Laat ons
2. Neemt en eet, gij eetZijn brood, Je - zus
3. Ja, tot in den He-mel klinkt Ons ge-
Zij-nen dood ver - kon- - den; Komt, ge -
Chris-tus werd ge - ge- - -ven Voor den
zang, met blij - de klan- - -ken, Waar, van
; Komt! door Hem ver -
dood; Neemt en drinkt, gij
Alerte za — 1 —
dood;
Zij- nen
in den
E
‘il
1
5
fel
‚5
1
®
&o
1
e=)
jc)
doopt in
zon-daar,
JEE BREN
2E EE EP OEE ENEN MEEK GX EN BE ENE EEK OUT 7
ra
stand.
-Wig
-bond houdt eeu
in den dood, In den bitt’- ren zon-daars- dood.
van ge - nâ, VanZijn liefd’ op Gol-go - tha.
Zijn ver
harten hand;
— 359 —
No. 176.
4 Ea 5 iS
anar ADEREN WEN GRECE: U DEN PERRE EN LEDE DRT
Ì ha ons des Hee-ren niet, Aan-
Je - zuskomt in vuur en vlam Met
. Wij ho-pen, als Hij komt om-ringd Van
„Ken nieu-wennaam, be - kend bij Hem, Een
ee,
bid - den Hem op - aard; ij lee - rengraag
der op-rechten loon, Kent men al-om _
al Zijnbei-lig heir, Alsd'aardhaarweer- -
sneeuwwit feestge - waad, Geeft Hij intnieuw
EN
A
_Hi ge-biedt
heil’- - - gennaam
boor- - -te zingt,
- za -lem,
Te es
’t geen Hij Bede En wat de ziel is waard, Wij
ijn heil-gen naam Voor d'Heilgen dier-baar, schoon,Ken:
e-boor-te zingt, Te dee-lenin die eer, Als
e-ru-za-lem, Met vreugd rte Geeft
L\
Wij schamen ons des Heeren niet.…* _
Jos. J. DAYNES. 8
d h =
ISEEN ZOU KEE MN CET U DA) EEN AN DEN GERNGENERS S
5
lisse ej
EN ll
> E
CEE MKA ASN OE
id
men__al-om Zijn heil-gen naam,Kent men al-
daard haar weer - ge - boor-te zingt, Als daard haar
Hij ___ intnieuw Je - ru -za-lem, Geeft Hij
EE OE Rd
; /
lee - rengraag’'tgeen Hij ge-biedt
EEN
Ae | Pd a)
SAP ann en u „ad
GSE! AP a EN U
Ki
Bel
Hi
RE): en
ren graag tgeen
om Zijn heil_gennaam,Kent men al-om Zijn
weer - ge - boor-te zingt, Als d'aard haar weer - ge -
tnieuw Je - ru - za-lem,Geeft Hij ín ’tnieuw. Je-
ge- biedt, Wij lee
Hij
graag tgeen
e
de ziel is
waard.
eer.
dee - len in die
ge-biedt En wat
Hi
=l
kn)
©
5
u
el
G>,
<8
5
Eet
3)
rd
=|
êp
'
z
En
in,
al
5
pe
S
Ei
ên
1
5
Ee
boor-te zingt, Te
ru - za -lem, Met vreugd dienooit ver - gaat.
861 —
s. J. DAYNES.
klad
ied
Avondl
Jo
1065
Het
»
’
- Zit
keb)
|
|
ei
8
ua
)
3
di
5
jen)
Le0)
ed
4
5
|
A
aÔ
5
sd
|
>
se)
p-
0)
5
8
\
treed _—_ ik graag in o-
vindt mijn hoop, _ mijn za -
Het
Met
In_—_
- mer
dl
5
5 |.
ie JA
8
E
EE
- mer doe,
nim -
Shart-- in
8
E
}
E
5
ê gebracht,
haar
Fe
„4
+58
DE Ng
LES
B 77
LE Ee
> 4 U.
© Leb]
He
ASB
Aes
zS
Ee Ren mijn
eg Ì
Ik leap, a Ù
Van Uwe t
— 363 —
No. 178.
Heer-lijk-schoo-ne din - gen zingt men Vaak van.
2. Daar ont-vlood men Sa-tan’s mach-ten, Was Gods
3. Zi-ons to-rensblon-ken hel-der Als de
4. Als de Hee - re weêrbrengt Zi - on En de
En
vips Pere pn
He-nochs Zi -on - stad Waar het volk, volmaakt ge-
wet in’thartge-plant;Daar in A -dam-on-di-
zon aand'he-meltrans; En de god-de-loo-zen
wachters roe-pen luid, Wor-den wij metHem ver-
me A \ (d \ e B
ill da AS | DA EN EEN LN MERE a
Bl CTH / ANEGRE. MNEKSESGE KEE N )EENE DUE MU OO OMEN OE On
waa”n je HEE … COEN Bi CERN) OEE DV BEN 0 RENEE EN EEE ET IL
—— BEC DD DEN VAE JD DEERN T
worden, ’t Prach-tig oord met od be-trad. Liefde en
Ahman Lag eens E - den, Zi-onsland. Bui-ten
beefden Ganschont-zet bij Zi-onsglans, Toen'tge-
eenigd, Stort Hij groo-ter ze-gen uit. Dan ont-
v, p) |) ) / Pp
Se
)
fd e
ra OR EEN WEER A EED CN
De TAGS ON DN CRN AE DAE … GEE … GEE … OE EEE ED ED
EG 0 EE ROE ME BEE (2) EA GP CEN 3 AGE EEE VEEN 5 AS) DP EEG (EEN
TED EI 9 BERN TE BENIN DA AEN AMER) EERE
deugd,geloof er wijs-heid Heerschten—ga -ven mild ver-
het bereikvan’tkwa-de, Zochter niemand weelde of
_ loof en werk volmaakt was, Stipt gediend werd'sHemels
moéten wij Zijn Eng'leú, Zien wij Go-des aan-ge-
dd
en En U EM … me GEN
EI GE KEEN PAN AG "AE En He KN RE BER WE
men nn a oe DE GE NEE NN AE
EED EEE GEE TE B MIEREN VEEN CERES / MEN
leend; Ie -der min-de oprecht zijn naas-te, Al-len
eer. Een ge - sta -digfeest van ze-gen Sier-de
Heer. Eind-liijjk rees de stad ten he-mel, En men
zE Dan zal d'aar-de zijn als ie den, dee
hart engeestver-eend, Île - der min-de bored) zijn
hen met vre-de zeer, Een ge-sta - dig feest van
riep: Zij is miet meer!Eindlijkrees de stad ten
. wij tvolmaakte licht, Dan-zald'aar-de zijn als
VERZ Jen DE
naas-te, Al-len hart engeestver-eend. _
ze-gen Sier-de hen met vre-de zeer.
he- mel, En menriep: Zij is niet meer!
E - den, Dan zien wij 'tvol-maakte licht.
EE
Sm mm: STE BEET 7 BEET |
vR? EE
No. 179. eef
De lieflijke dag.“
Allegretto. j WirLIAM CLAYSON.
omt,‚laat ons
Dan wordt ons
en
wakker, De da -ge-raad na-dert met stra-lend ge-
em-pel— Zijn hei- lan-den werkzaam, zoo-veel men ver-
prijzen De heil-wet-ten Gods,door voorbeel-dig ge-
le-ven, Ver-hoo-ging en glo-rie emnmachten ge-
ded ee d
je z [MH hE
5 = BIj
| | ben
E 5 ij EN)
gl á TD
Ez EERS
sb ll EE
ei Uk EE —
a Be ll
3 = je BN
en Ee Ì
8 en
JÒ
B 4
En
ua
=|
El
0
5
d
dl
8
a
Straks juicht ons hart
/
Lieflijke dag
vre-de en rust
PR
kust tot kust,
kust;
EEN,
EREN
408
No.180.
Kinderen van Zion, houdt moed! **
GEO CARELESS.
B
|
5
e=)
Rv,
&
B
ot
B
ee)
6
'
end
lr!
and,maar God doet hem -
Zijn macht zal God
vij -
Zi - on
1. Kin - dren van
2. Sterk is_ uw
- dren van
3. Kin
‚Houdt moed,want wel - dra schaadt geen:
droef -heid
bui -
uit -
te
ne le - gers
gen En jaagt zij
de
lied zingt lui -
dd eo
Haar lof -
too - nen;
vij-and u meer.
Een ster rijst o - ver uw
een wijden zijd.
Hun neêr-laag zal van Gods-
icht!
and zal
want uw vij
Ju-
land en ter zee!
24
— 369 —
nacht ein-digt
- nen, Ver - druk-kers ver-
schoon-heid, De
oor - deel ge - tui - gen, Ver-geefsch zijn hun
©
5
Fe
®
5
®
il
5
a
heu - vlen in
on heeft vreê.
wa - pens, hun sterk-tein den strijd.
dra,weestdan blij - de veel-eer.
gaandan, en Zi
= on, ont-waakt uit uw
Zi
droef -heid; Houdt
— 320 —
‚want wel
5
ij
=
de
EE
ri
pe
5
8
®
bo
5
5
3)
ua
8
Bei
a)
ienigheid**
Gods Voorz
_No. 181.
Jos. J. DAYNES.
God
terst wee wordt met
zijn wordt door
|
3
ft
5
S
B
®
Besl
angst _ en
klavw_ des
fel
= rech-te
twij
op 4
redt ___ ons
’
schijnt, U
duld Door het
Hij
tracht
uit den
— 31 —
nacht ver -
vrees! de
[-b)
"5
-
c8
|
'
5
ed
5
[==
ar:
|
le - vens -boot vindt
5
B
1]
|
[en]
ho
ME)
î
5
>
®
=|
duurd, Dat
kwaads, De
Vrind;
zie - nig - heid be-stuurt.
is. uw
pen,
In Zij -ne lief-deeen an - ker-plaats.
God hoortuw roe -
»
vuld--tWeet dat Voor-
dwijnt
nacht
deen licht. En_
Hij zendt van bo - ven lief-
Als schier on-draag
En als ons oo
-lijk is uw leed, Ver -
Zijn doel door-ziet, Dan
8
= 372 —
id E, Pl a
zoo het. wach-ten lan-ge duurt;Weet,ook be-proeving
vol-ging,haat gij vaak verduurt, Dit lot is soms be-
‚ plijktdit heer-lijk en volmaakt; Het eind,de uitkomst
heeft ge-wicht, En Gods voor-zie-nig-heid be-stuurt.
slo-ten-Weet dat Gods voor-zie-nig-heid be-stuurt.
in'tverschiet Toontdat de Va-der ons be-waakt.
No.182. de
aen Rots mijner Toevlucht.”
ESE
1.Wijl ie - de-re dag zoo snel he-nen vliedt, Mijn
4. Zoo moei -te soms komt,met angst en ver-driet, Be -
3. Tot d'En-gel des lichts mij tot U ont-biedt, En
ij Ne
tij,
smart mijn lot hier ook zij,
Leb]
a0
Dr)
Leb)
A=)
De)
Leb)
|
bef
par
Es
A)
-boot weg
op-waarts mijn geest snelt,dank-baar en blij,
le - vens
proe-ving en
zing ik dit lied
He -mel-sche Va- der, ’kzing U dit lied
ik dit lied
zing
der,
He -mel-sche Va
He - mel-sche Va - der,
— 874 —
mijner toevlucht en
zoo sterk
dd ò
in werk.
Poel
d
Pe is
di
®
ae
wd
3
oa
ie)
ken)
àl
5
=)
EG
©
==)
ej
fg
kb)
5
n°
S
2
e
m
toev.
ò
Rots van mijn
rust,_—
maak mij
De Oproep van Vrijwilligers.”
GEO CARELESS.
1. Komt,hoort naar het trom - pet ge-schal, Het
2. Het zet mijnhart ge - heel in vlam Om
3. Ziet men ons le- ger in ’tge-lid Hoe
4. zn les- ger is schrik-wek-kendsterk,tVer-
d dd
rof -flen van de trom: De op-roep van vrij-
een sol-daat te zijn, Yoor vrij-heidstrijd ik
__mach-tig schijnthet dan. Ge - wa-pendsterk is
„drijft het heir der hel; Hun wa - pe - nen zijn
s d d d. dd Sid à
wil - li - gers ú Zi - on klinktal - ,
moe - dig steeds Tot elk ty-ran ver- dwijn’?
het, zoo- dat Geen vij- and win-nen kan.
hun ver-leend Door God Em-ma-nu - êl.
_ Hun wa - = pens zijn zoo schit - - te - rend, Hun
Geen laf - - aard zij in ons le-gioen Die
Wij vol - - gen on - zen Ge - - ne-raal Die
Des Sa - - tans macht wordt dra ver - plet, Ver -
Hun wa-pens zijn zoo schit-te- rend, Hun
Geen laf-aard zij in ons le-gioen Die
Wij vol- gen on - - zen Ge-ne-raal Die
Des Sa-tansmacht wordt dra ver- plet, Ver-
schimmelsscheonen fier! Het moe-dig le - ger
af- deinst voor het vuur,Maar slechts de man die
is het Eeu-wig Lam, Zijn ei - genbloed merkt
nield met groot ver-toon— In vuur’-ge wa-gens
volgt zijn Vorst, Ge-schaardom Zijn ba - nier.
dap - perstrijdt, Niet vreest het ster-vens - uur.
Zijn ge-waad, En Je - zus is Zijn naam.
rij - zen wij Tot God en Zij- nen troon.
ee
No.184.
) )
1. Gaat, gij boodschappers van glo - rie, Snelt, he-
2. Gaat tot ie- drenstamen na -tie, Elk kli-
3. Pre-dikt al - len ’‚E-van-ge - lie,Spreidt het
4.Draagtook vrucht van he -mel-deug-den,Strooit het
ad
\ 7 L
# | en mi _…__ N en
WERT ED OE BU UE EE ON OTE ON EE MN CRE MEE BREE WENEN IE TATEN CT
Ld pp RSC LT EN EN EN
Ld
y,
rau - ten van den Heer, Gaat, en meldt Ee
maat en ie - der land; Brengt der waar-heid
vreug-dig nieuws in ’trond. Noodt, tot ie - der
zaad uit o - ver daard. Gaat! Je-ho- va
schoone waarheid Dat een en- gel Gods kwam neêr,
pro-cla-ma-tie Zelfstot op het ver- ste strand:
volk u hoo-re, Jooden Hei-den tot ’tver-bond
zal u steu-nen, Za-melt scho-ven goed en waard;
in
-tig, groot en mach-tig, Met de
=van-ge - lie, tE - van-ge - lie Wordt in
Van de waar-heid, van de waar-heid-Zij is
Tot metJe - zus, tot met Je - zus Gij
Groot en mach
*E
8;
ge - lie,
‚ tE-van-
ge-grond, Van de waar-heid,
r, Groot en mach ti
glo - rie heerscht ver-maard, Tot met Je - zus,
- plant
ge
ge wa - re lee
ve - ler_ hart
slechtsin__ God
bi
eeuw.
ri
HES 8
DON
Ds &
& 0E
PD OD
& boas
er
sRS®
ESS 9
See
Vi
ES
So SS
© > © A0
a:
SALE
>
DE en
EERESES
5 |
Log
rene
Ee
Dd
SG DD [<b)
EE
Ss So ®
os
Bn
ae)
zee
ao”
— 319 —
Dag van Rust.
hoalkaod
flijke
Lie
R. Lowry.
1. Wees wel - kom schoo - ne
Sab -bat-dag,
God den mensch,
-den dag gaf
Sab-bat - dag: welk dier-baar woord!
2. Dien goe
ss U
858
1 >
BE
ed VD ©
05
APN -
iK 0
sE,
he Lj}
Ee8
sl Fi
DES
GA
5 45 +2
338
B Ii Rei
SES
8 8 8
> > >
bp OEP
5 re "5
voo
ned en
anr pr)
ERR
PE je
bin-den mag,
rust
rust.
rust
ke dag van
lij-
=hoord: Lief-lij-ke dag van
=|
GS
>
ao
S
5
©
ad
L|
lg
en
pi
=d
Lief - lij
bi
hart en wensch
lied ge
— 380 —
u weer, Met
bui-gen wij Voor”
een ge-bod, Be -_
wij
ss @
EN
fn
ss
ans 5
[=|
Dv ©
EE
|
DO nd Má
Ek
SS
E95
ed
® ©
335
dat een ie - der
God,Wiensliefdeons is na-bij Met mil-de gunst en
steedt hem als verlangd door God;Zoo brengt u steeds een
dank-bre har-ten tot den Heer. O0,
hem waar-deer.
Dien lief-lij-kendag van rust.
,
)
ga -ven vrij, Dien lief-lij-kendag van rusf.
>
ua
len)
Fi
je
>
LeV)
así
lg}
feb)
„á
ers
ml
el
RS
©
|)
®
©
Ï
se
|
3
EE
el ng
Des
. Door Gods knech-
1
2.
xk
En
berg Stroomt.
EVAN STEPHENS.
zijn: ss
dag ____ Door
edagvan rust!
ijk
dd
ige R
de
lijk is_
ag, lieflijke dag, Lief lijke dag van rust!
d «
Ju -da van al-
ru-za-lem zal
d
heer
"Het duizendjar
ak
5
ch
ao
as)
a,
®
ze
oe
2
$
8
EEN
da!
om
a
eed
3. Van Zi-on’s heil - gen
dd
1. Hoe
2. Als
4. Je
Ne.186
En Is - raël
3. Stroomt le - vend
Des groo-ten
&.
£
REA et
nechten voorspeld, Wan-neer in har-mo
Is - rel nu verstrooid Hun ei -gen land be-
le - vend wa-ter voort; Ja, zoet is de fon-
groo-ten Redder'stroon, De roemder aar-de
ten: voor-speld, Wan-neer in har - - mo -
Do leen ver-strooid Hun ei - gen land be -
wa - - = ter voort; dJa,zoet is de fon -
== ders troon, Deroemder aar
nie___— Het volk Is - raëls h
woont Met lichten vreê ge - tooid,
tein__—_ Van Gods on - midd’-lijk woord
eens___ Zijn glo-rie en ge - boôn.
Zi - - - ons berg
Ze - - - gen uit
hee - - - ling van
eens het Kind
| LERT
r_n DEEL VON ENNE GE
Òp Ziìi-onsberg__ Hemzingtter eer En
Zal ze-gen uit —_ Je- ho-va’shand —_ Hen
Tot hee-ling van der vol-krental— O0,
‚ Hem,eenshet Kind __ van Beth-le-hem— Ziet,
\ Hem zingt ter eer
Je- ho - - vas hand____
der vol- - krental
van Beth - - le - hem
LÁ
met blij ge - schal.
- na_ tot
„ua
=|
©
'
ban!
AI
|
5
et
jd
5)
=)
Eg
an
toe
juicht: Ho - san -
ma - ken
treedt dan
Hem.
- sten die - nen
7
No8
De Overw
kerd.”*
inning verze
ÁÂ.C. SMITH.
ook de vij -and woe-den zeer, En
‚ Met
hij De
nig in ge -tal
haar kinds-heid poog-de
dren wei -
jar)
ie
ua
1. Moog
2. Reeds
3. Als
4. Wij
EE
5
3
ok
Saa.
©
©
am)
|
ksb)
ao
ua
ed
©
=
keb]
a
1
eel
keb}
>
ua
md
9
5
©
Er
5
Ee
N
-ken han-gen laag;Weet, hij voert.
ENE
ERS
re
EE =:
Bi,
CG -
5 Ez
er,
DO Op
hes,
Kd Na — |
Sea
SEEN
°° %
î
ms
SES
|
Zr (4
Oe
“> NS
N=
SEE v
KO
ee bas
sss
1
so
S58
=|
585:
ON
Se en i
© keb}
SS bop © & 5
' TPS
Si! 8 &o 5
EERS as
wa 8
' 588
RoR | Ë
A0 5 5 u
OSS en
Ss Sr Bn l &
EES 88
ASSR Ae
Te - S388
O om +2 and
ZESS Boe ro
” sds
Ass sG
E ie SES
SEE Ed
OREB os
SS® &
sid ve
Se REAR
Kas Te &
EN ' al ]
ETS gis
ze |
ke Gods.
be- kwaam
zich neêr,
b)
de wra
‚Blijft ons geen vrees voor svij - ands macht—
derf-God is
hem
|
tn aj
rd
Ò
Se
brij
ons
Heer: De vij- and buigt wel-dra
rots, Ver-
àm Tot
kracht
sa
25
— 885 —
Sa - tan, uw rijk ver - valt,
En redt ons uit hun macht,
En ze - ge- is______ be - haald,
Na - bij is ’tVre- - de - rijk,
En redt ons uit hun macht.
En. ze - ge is be _- haald!
Na - bij is ’tVre: ---de o- amikt
No.188.
Ontsteekt uwe Lichten!**
P. P. Burss.
1. Gods ge - na - de straalt van bo- ven Hel- der
2. Me- nig schip wordt heen- ge - dre-ven Naar een
3. Laat uw lich- ten nooit ver-flau-wen: Me - nig
ijvergtdat op de |
; En het oogz
oekt angstig,
-ven te be-
den nood Streeft om d’ha
lich-tend op ons neêr, Maar
woes-ten klippen - rand
EN À
||
p,
4
ke)
S
cs
Eel
re
R=
)
Eu
ua
Ss
en)
be
keb)
eel
Nn
4D
Ë
5
e- ven -
-ten op het
rei- ken En t'ont ko-men aan
bid-dend, Naarde lich
zee, Daar wordt me-nig-een ge -
N ô
Oe
ALE EEEN MER BE EEN
EEE OE WEN BP TR EE
EE EEN … EN LEN … CE … OEE CRO
Vâ pj) Wp, D, y,
slin-gerd In den storm van zon-
À N
_No.189.
4 EE Dt
BET er WEN REEN ID ED ERN ME EEN WEN NIE A
ARAP DP ET BEEREN KTA ED
BAAS: HI CNE IN MEEL 2 entel
y bj / y ) wats
1.Ziet, uw pad wordtschoonen licht, Vreug-de
2. Tot de ziel die is ver-stoord,Spreektgij
3. Gij kunt hel-pen klein en groot En ver-
4.Gij kunt le-ven heel ver-blijd, Zelfs bij
| wordt al - om ge- sticht, Als de zon schijnt in uw
| slechts het vriendlijk woord Als de zon schijnt in uw
lich- ten and- rer nood, Als de zon schijnt in uw
al dn A strijd, Als de zon schijnt in uw
N
P
EEE AEN AEN EI SEREEN DV EEK EREN NEEN U EEE WD BEE ER LE
Z
alde je Wines
8 55 Ù s y P) . y, ;
hart. Mist en duister-nis wordt dag, Scha- duw
hart. Schijnthet u toe als ge - ring,t Brengt toch
hart. Zoo gij las-ten me-de-draagt, Wordt er
hart, Daar uw ziel in lief-de groeit Door een
7 ope
Ta CE GETRDEN …N…_O
Lei) TU NEER
LANZ EEE ENEN EEEN ENEN ONE OE
É en as EEN EEN
vliedt voor zijn ge - zag,
'sHe-mels ze - ge - ning, de
_ me - nig leed ver jaagd, Want de
_he- melsch licht, dat gloeit, Zoo de
schijnt i
schijnt i
KREATEL LIZE
BEREN è
Zendt haar
de zonschijnt in uw hart,
ripe Lems
ee 3 |
Als de zonschijnt in uw _ hart,
@
ä:
|)
aan de mor-
uw zorg en
dwijnt
n-stond En ver-
LN eN
de zon,de zonschijnt in uw ' hart.
Als
2
El
er: 08
LE
me)
5 5
E ap
us
Lr]
Ui igegeven door K.0. FE. cell.)
__No.190. | Ag
Wij marcheeren naar ons tehuis **
5 jg _W. B. BRADBURG.
) vi
4. Wij staan intge-lid tot-dat voor-bij is destrijd-
2.Hoort,de oorlogskreet weergalmt zoo hel-der en luid;
3. On- ze vij-and is de we- il EN voor
+
“Is on - ze vreugd, ’t Is on - ze vreugd!
Komt in ’‘tge- lid! __ Komt in ‘’tge - lid!
Gods Ko- B -rijk, _ Gods Ko- nink- rijk!
Ger ESD EERE ORM CM EN ROOS RL HS Oran
Hfan OE KA IEN ES NN AEN ET: GE
ND sj CE KN _
P) / / |) P) DRE En 5e
Y) D,
Welk een schoone,schitte-ren-de kroon is be- reid!
Naar held-haf- ti- ge vrij-wil-li - gers zien wij uit,
_ Vroo-lijk in dit le-ger zin-gen wij dan dit koor:
NN Ee
EREN eN AN
_e OD ____(
en
ie - der held
‚ zijt niet traag,
na - bij,
vlug naar het veld!
ons
van
liest geen oo- gen - blik
Je - zus, de Leids-man,
de vic-to - riel
is
man roept u _ van-daag,
- vaar—geen vrees ken-nen wij,
om den stan-daard van het kruis.
ten strij - del!
ë
3
Lj
©
B
Ed
8
„5
=)
&o
|
8
el
8
ào
Ae
se
ke
LJ
Et
Ens
‚ on - ze Hoofd-
Na - dert ge
Ver -
Wel - À win - nen wij
Haas - tig
Waar-heid is ’“twa- pen
Schaart u
Hoort
Vecht voor het vaan-del, fier op - gesteld, Tot
Strijdt voor den Hei-land,dient Hem gestaag,Laat
Hij vuurtons aan, be-schermt, maakt ons vrij, En
wij met blijdschap mar-chee-ren naar óns te - huis.
ons met blijdschap mar-chee-ren naar ons te - huis.
wij mar-chee- ren met blijd-schap naar ons te - huis.
BER
1 ster vol pracht Heeft in en nacht Den
2. Zij reis-den ver Bij ’tlicht der ster, En
3. Tot ie-dre taal Is ’tschoonver-haal Van
4. De he-mel-ster Werpt wijd en ver Haar
TT
ht
Tie d5k
HI 25e
hant
a 58
: ©
sE
| li E88
ett
Es
ij FES
48 \
ina ER:
HIL 858
Cite E58
Ì sE
dj e-M-
ln SS
Rn
48 Le
ER)
id
=>
iet
EN
Gaat door daarmee Tot
“licht in al- le lan-
hoo-ger sfeer Werd Go - des naamge
in een stal, In__
nog ge-hoord Het
- pre- zen:
doe - ken daar ge - won-den.
lied datdeng’-len zon- gen:
ge vree Eensheerschtaanal - le stranden.
9
heil
de) Nd hehe)
Ho - san-na, ho-san-na, Ho-san-na zij Zijn naam!
EN
_No.192.
Mijn hart zingt Gode lof ”*
Animato E. STEPHENS.
1. Mijn nee-drig hart zingt Go - de lof
2.Prijst gij den Heer, mijn hart voegt zich
3. Ik vind niet in den mensch mijn steun—
4.Wijs is de an He KE 0
Zoo-lang de sterf - lijk - heid hier duurt,
Zoo gaar-nein zulk__ een heer - lijk werk—
Vor-sten der aar - de_ gaan tof stof,
„0 en raëlsGod__ Die schiep'theel- al,
In de-zen lof ver-flauw ik nooit,Door
Hier in mijn vleeschen als ik stijg tot
Hun a-dem sterft, hun macht ver- dwijnt Met
oe waar ge - luk or in __ dien God, Die
Abd en
IS sterk.
hof’
is
hun
ten hou- den
"7
p
TSN
ksb
ap
1
=|
5:
c8
z
É
EN
E
ter__
lief - de__
in_—_ Wien
luis -
Wa =
God —
: B den
Fe
van
zal.
halal
| Hoog op der bergen kr
E. BEESLEY.
gen kruin,
der ber
p
jz
E
'
sb
&0
5
ke)
5
0
1. Hoog
2. Want
3. Zijn
Daar
Geen
weer
De
bj]
bouwd
he
huis wordt daar
p)
s
wap-perteen ba- nier, Komt hoort naarde ba-
-ken had: Door waar-heid tri- om -
-len zien Zijn heer- lijkheid ont-
Hij ge-spro
volk-ren zul
dn
se
ded
— 396 —
zuin: De wa - re Je hier.
feer,. O schoo-ne Zi - ons - stad,
ee zal tot Zi - on vlien.
In Zi - ons schoon en vreed - zaam _
Uw godd’ - lijk _ licht spreidt gij ten _
„Laat ons op - gaan waar Is „+ rels
5 spreidt gij ten
In Zi- ons schoon waar ÏÍs- rels
„Laat ons op-gaan spreidtgij ten
Ei ed = B
| en vreed-zaam
Uw godd’ - lijk licht spreidtgij ten
Laat ons op - gaan waar Is- rels
land iriersop den
toon, Tot heel de
God, Ons leert Zijn
berg _is zij ge- plant.
we- relddient Gods Zoon.
weten Zijn ge - bod!”
Pe
Ied erd lop den
Tot heel de
Ons leert Zijn
erk: Pha
No.194. | |
Lof tot den grooten Redder”
Jos. J. DAYNES.
1. Hoort, tien-dui- zend, dui - zend stem-men
2.Schoo- ner, lui- der, hoo- ger rijst nu
8. Meer ver- he - ven, schoo- ner lie- dren
Zin -gen een nieuw feest ge-zang; D'aarde met haar
In ver-ruk-king het ge-zang; On-ge-tel-de
Zin-gen wij dan tot Zijn lof. Vrij vanal wat
ve - le volkren Heft het aam, ver-eend, eer-lang:
_ scha-ren juichen,Vrij van ti-ran- ny en dwang.
hier nog drukte, Wo-nenwij in ’t he-mel-hof.
ee pr
| "5
Be A Je
ij SEE EE
EA e= Ss ©
H OE il 3m. RSS
mn SES Cet mn Ens
1 | 1 | SEE
je | EEE ee © 5
ON , LR DD © ,
rde Tes Et
a an 1 1 7
EN een IN TIP … adrelje
Er RA SE 5 ©
Ze 228 | gn
hu Eb Eb bb. Eik Bie ziel
Ju ER „SE
keb
nt Ju SEE 683
ja OE | 1 1 Û eo
eh ® © U BO 5
d ded _A RN 5 aM
ae On \
dq 5 T 5 ER:
mn ® D-0 Dh É On
Hij A5 A5 AG Hi | „58 HBO
Ue SES 9 Sb
Rm 4e ID 42 _ f BS
eeen Liane | | en O0
ee, FeS Eier
see | OE SES
Eil SHE W | ES
SUI SPN
— 899 —
den
En T
E88 Se
Ee Bs
Sd msg
RS nn
Ja 2
î ® © ©
di SAS
1 VoH
: > e
DEE SE:
oee
+2
ben Eek
ee 5 NN
SS md SES
1 ° © àp
Dn 3
BE A88
„es êo eN
a 2 6
© se BO oe
S2 8 o Se
lenheir.
No. 195.
ijn werk.
en lijn
EE
E
Te
>
5
Ee
8
5
De Heer volbrengt Z
— 400 —-
g-nend
Blijft zee
J
sl |
’
chtte sterk
ie
‚der boo-zen
arm
be —…
ken. Het
P
n werk ver- za
2
as)
2
=S
5
5
8
NI
an
(eb)
ken)
Ei
keb
A
Tr EEEN EN EN EN EE EERE. 7 ETE
BRLRII EUD C EE EE EEEN Ws” EER ° NR
s Hoofd,
looft En nooi
5 © CE EEE 0 ZENE 7 EE
Gp
_ Ber
MEE" MOEN DY DN 7 EDE ED EE Nl PEET TA
b
Ì
|
É
i
|
WD Ap EN A REE
vmma
ks
ne-vel- grauw der dwa-li
De nacht van
wijkt;
ling
el
-zwijkt, Het Zi- on
ton-ge- loof be
— 402 —
dank-lied hoo
-
Ee
E
E
5
kk
De Dauw des Hemels
Jos. J. DAYNES.
BSE
ges
ne
SER
() D ©
SH ES
NN '
sien
TD Sp
|
Ee 8
le) 5
se
1 È ,
rein
ves
ESS
et
a (eb)
oES®
SSS
mA OQ mn
q ui
|
SRS 2
SS
ZO 8O
(rf
ebk
SAM
ei CV 5
se
+2
5
5
Ss
2
ui
a
Len)
ag
>
eb)
=|
z4
eme)
4. Wil
d
af
Y—.
- vloed nee
Op —
ons —
in
daal’
- ten
- dus neer-
Uw _ be - lof -te aan
Zend Uw zoe
— 403 —
ro rg 0 a
SES
D OE
A Ee |
o
ERg
LN |
NoE
8 op
|
nes
S OP
-dat w’U steeds recht aan - bid - den
eb ‚2
08
EEEN
Ke GE
22E N
LJ
1
58e
dl fd
Ero EK |
iel B Me
SAAS 4
b)
heid.
-… werk
meer.
le - ven meng!
en meer en
d
Pl
- zie - nig -
lief - de -
_— Uw
ver - vull’
steeds in ___ ons
Blij - deU zin -
ee ad
Hier
Zich
nl
8
ed
5
ro
Ez
keb)
Ss
|
ag
©
o
hazed
Gedankt zij God!
r, Laat
’
od
5 dankt zij
‚Zijn naamzij dee
2
_ B
feb)
AS
e=,
SE Ell
je) ©
ES
e= 1
SN
ele
N=
ON
: |
=
sss
ae 1
lu
le)
EE
Ss
ie
5 ©
BEA
Ee
SA nd
— 404 —
elk Hem jui-chend prij -
weêr tot ons ge - ko - men. En
men-schen leer moet zwich - ten! Gods
Zus-ters! juich’ ons har A
fe \
EEN ERE GEE
5 Led EE CERN ° SEE
OO TDL PEAR PLS MEREN OE U EREN
LEN PEEN EE IT” EAD °° GEEN BEE ENE A
in lief de op _— ons neêr, Hij
dit heeft on - ze ziel door- boord, Ons
„le- vend Woord, den mensch ge - bracht, Zal
af -zus en Zijn Woord ver - trouwd,Trots
Ce
Ì hot her - rij
in -. ge - no - men.
eens heel daard ver- lich E ten.
al: - le moeit’ en - smar 5 te!
ERR jen
be a
— 405 —
No.198.
Doe wat recht is!
1. Doe wat is recht; de dag is aan-brekend,
2. Doe watis recht; de ke - te - nen breken,
3. Doe watis recht;wees trouwsteeds en moedig,
BAS LS IR SR
Eee: nnn s
DEN AIM ITT
Hul-digt een toe-komst vanvrij-heid en licht.
Geen slaaf - sche vree-ze ver-vultmeerons hart;
Voorwaarts! spoed voorwaarts,de kroon is in ’tzicht!
|
)
En -g'lendaar-bo- ven zijn zwij- gend acht-gevend
Sterkdoor de hoop,gaan wij voort naar die streken,
U - we ver-los - sing die na - dert zeer spoedig,
ë :
= ee: Hf 0 # dn
SES EE UAE SDE A NEN EEE Den
LAS 0 1 EN DS EE NEE me
TN dS 85
Ì He &
|
êi sin
lnhasaate
e n ©
H SES
£
han-d’ling,
EA
EE
Sn
CEE
ke
Waar wij voor im - mer
ge-ning wacht u;
Op el -
Pike |
en
AN 4
LEDE
Ze -
E
feb)
ag
sn
ee)
lon!
ace
eb)
á
S
SI
ar
(eb)
eb)
en
eb)
ae)
=
(<D)
+2
E
eb)
Len
n-
nl
El
2
eb)
e)
za
gij voor vrij
Strijdt
-
r uit naarden mor-gen,
zie maa
En in ge- loof
recht).
:
ua
aan!
er)
fas]
Z
eb)
le)
am}
|
3
E
E
(DIE
u.
Ln
sd)
E
aa
keb)
N
5
©,
5
is Zion! **
ijk
No. 199.
Hoe lief!
Moderato.
Bas
H. W. FAIRBANK.
Solo.
=
©
5
ml
5)
NS .
LJ
==)
©
Ss
ae)
5
"5
ae
>
Le
Fi
le)
1]
dan
NN
Zi - on,
Li- on,
cí
u
eed
sd
emd
=d
|
Kn
Leb)
e)
He!
ld
3
©
LA
bi \m
Si
Ch
woont in _—
. Vreug - deen vre - de
409 >
— in
woont
keb)
e=
1
eb)
B
5
jn
eb)
eb)
5
Ï
els}
fam)
5
>
— 410 —
Es & lt | ;| Is ARL «+
EN Heal ee i 3 AL es
is Ne I dll
NE 5 5_®
IN: Ls ik nà Nl
Ce kb) _N
ES IND 2 el N ne: ERS a Wij B I
en ® IN il dann 5 f 5 ni
Pii IE aj sk HES HE
5 D 6 ke
a INS Bk RE Ie | NE sal
IE RESORT ANNALEN b
are) B :
Al Ell Airis Adi zgn =
Il 5 MEP ST dak Jeen ik Ie | Naus Ò ba i 5 ® Re
NIE En) in, 2 —ò Ui HE EN EE 5 úi W 5 Je 5
= ® IS) N
5 ib BI aL NE:
E Ee «HEL ed
se Een Ni, NEEN
IE hi AIEN hide
Ee 5 il
ET
& an EN « an
ie Hed Tk
| EN | ie Es äL NOP A BNL EN
Zi
IN
CS Pan
zen God!
on, stad __ van on
Ne)
ke)
dj
jen
S
LJ
d>
5
E
a =>}
EE
5
Leid mij pelgrim.”
No.200.
A. BEIRLY.
Andante.
En
ào
Leid mij - pel
— AZ —
door dit dor - re land; Ik _
ben vol-daan;
Brooddes he- mels, brood des
ster- ke hand.
Gij zijt
En
he -
mels, Voed mij tot ik
— 413 —
2 Mm ARS M
7 8: E, : Be
Sal AEE IN
keb)
Sgemnh SIN SE ZAK
Km fi
sa NIK E 2 « En
nl A INAS E 6 en
Ss © ket ig en U | En a
a ti 8 8
1 k ma 2 2 p e
Ee Hed
> ss 8 _hD
zn Shan ien waanh
5 ef
EN Ik EAN
5 ij _ U 2 3 WA.
eol Hist T
> Bi ze
s _® | IE |
at UN Se
e=
5 f 5 2 8 e
IFE:
S N ae
> \ 8 nl ä
DL NE
art
JM
ji
Ì |
)
en wolkko-lom - me Voorgaan mij zoo snel
ur
_ Laat m’Uw
_ vu
jà
wolkkolomme _Voorgaan mij zoo
vuuren
— 414 —
steeds mijn krachten
aan-zoom na-der,
ij
Wees
ae,
|
9
7)
5
keb)
N=
snel vermoeid.
INHOUD.
Eerste Regels der Liederen.
A.
Aanschouw, de groote Redder stierf ......
Als de levensstormen woeden. .........
Als donker, zwaar, de hemel schijnt. . .....
Als geliefden ENA BEROEPEN Ee he ero LO d
Als gij fouten wilt berispen ..........
Als het schoone licht der morgen . .......
Als ik zwak ben en vermoeid, Heer. ......
Als men Jezus’ heil’ge handen. .........
BeAls.mijn hart U innig smeekt . …….......…
Als ons d'Englen welkom heeten ........
Besteed uw. tijd. steeds nuttig . ooren zet
Bees gerust uw WEBEn tes Ione, mann dtat
Ge amieen wij te zamens ied Sn: enn wvenl
BEESERAD Op aard! oe vorod var oioen.
BREN OEEen ERS rr ene el. Haas
REE AE SCOFLER PE AOR vete elden ald.
Broeders, komt! de Heiland Roodten gtr ohne
Bron van Geloof, en Eeuwig Woord ......
Daal neego Heer, en-door. geloof 00: on vino
Daal neer, o Heer, en door geloof ..... .
Daar boven is een heerlijk oord .......
D'aarde met haar bloemenpracht ........
Daar ruischt langs de wolken een lieflijke naam .
Dankt al uw heil aan Jezus’ naam. .......
Dat ons hart U mag behooren . ......... 118
Dat's Heeten: zegen op u daal? 133
De: Heer is mia lieht ses paer 69
De morgen daagt, de nacht vliedt heen ...... 2
Denk niet, als gij opgaat naar Zion ........ 15
De tijd is zeer kort! oo ge one edoan EN 148
De zondaar volgt den weg sbs Aint un 46
Dierbre :kindren, God is:bij-u nn en 116
Dochter Zions, Wees nu verheugd! . ....... 97
Doe wat is recht. .... DEAN 198
E:
Een engel. kwam. neef: 1 On Orne 105
Een engel uit den hemel ....... area
Een Heilge! — Komt die naam mij toe? . .... 123
Een ster vol pracht. . …… starten nen en 101
Eere den man, welke sprak met Jehova ...... 65
Er:is schoonheid in: het;rond: io tie ace 30
Evenals. de zon. in. luister. Je: o0000 si Ga ee _ 149
G.
Gaat, gij boodschappers van glorie . ....... 184
Gedankt zij God, Zijn naam zij deer ....... 107
Geef ons plaats om eens te zijn. ...... ARE (ol
Glorie tot God omhoog, „osn „Aaen 14
God, hoog in eer en groot van macht ...... 124
Gods Geest brandt in ’t harte .......... 48
Gods genade straalt van boven .......... 188
Gods werk is ons zeer wonderbaar . ....... 40
Goede Hemelvader, Schepper aller dingen. .... 117
Groot was de vreugde op ’t Pinksterfeest . .. .. 15
Gij dwaze. ziel, die: doolt’ „7u rt 17
Gij, Geest des hemels. … ot en 157 8
Crij, tof enger det wereld 245. ae en 131
Gij Ouderlingen Israëls... An ete NE 17
Gij zijt mijn hoogste goed … wind ea dte O1
H.
Fleel de wereld:ligt in ’t-donket 25: Ai 103
Heere, laat nu Uw Heil'gen Geest. .. ...... 132
Heere, schenk ons Uwen zegen . . .
Heer, geef ons Uw genade. ....
Heerlijkschoone dingen zingt men. .
Heer, verhoor ons vurig bidden
Heer, wees nabij, terwijl ik bid. ..
Heer, wij komen hier tot U. .. ..
Heiland, als een herder leid mij. . .
_ Heiland, geef een avondzegen. ...
Herders hoort, herders hoort! . ..
CAS PORNO VAE TES
. . «
On EN EET A
se ee ane
enne WS De htt,
* .
a Marr serie Berg te
OUTE DI Sr PRI ee
Het brood wordt ons hier toegediend .
Het nachtfloers wordt zwakker , ..
Het was een sombre, stille nacht
Hier ben ik, Heer, om te vervullen . .
koe neerkijk is de dag . …. .…….. .
Hoewel beproeving kwellen mag
Hoe zal ik U naar waarde prijzen . .
Hoe zeer heb ik, dierbre Heer ...
Hoog op der bergen kruin RL
ea eman ISfael 0.
’k Hoor een stem zoo zacht en teeder
Hoort! Luistert naar de zachte bries
Hoort, tienduizend, duizend stemmen
t Hijgend hert, der jacht ontkomen .
Hij stierf, de groote Redder stierf
Peen een Fleiland
Ik heb werk in overvloed .....
Ik ken een land zoo heerlijk ....
Ik weet, dat mijn Verlosser leeft
In duisternis gebonden ligt .. ...
In ons Zion, ons zoo waard ....
eb istell God roept.u to.
J.
Jehova, Heer van ’t gansch heelal. .
Jezus is de Goede Herder .....
Jezus, mijn Hoofd en Heer. . ..
Jezus werd eertijds veracht. .. ..
Be ACORN ef
ENE oer Me 0
. . «
eN lg OON nie te
OEE eV ET
ENEN daneen MEN COMEN |
CT ORTE DALE OL DD
- „ . .
Elen e” vend. | et Die. Wet er 6
ein iste ie Simke de ve Waris,
eurie (SHEET mer nier)
« » .
aar ed RTE e
Syp ot Dek en
. « .
Kindertjes, bemint den Heere... ..... ad.
Kindertjes, de Heiland mintu. .........
Kindren van de heil’gen Zions .........
Kindren van Zion, ontwaakt uit uw droefheid . ..
Kom, Heilge Geest, daal neder. ........
Kom, Heilge Geest, kom nu …. …..
Kom, o Gij Vredevorst „oe
Komt, alle zonen Gods. ........
Komt, Heil'gen, komt: Sordo een
Komt, hoort naar des profeten stem. ......
Komt, hoort naar het HORSE RBE
Komt, kinderen :van:Zion. tte etna
L.
Laat de lampen helder lichten. . ........
Laat hen, die Heil’gen willen zijn .. ......
Laat ons trouw en koen het goede steeds doen .
Laat ons vriendlijke woorden steeds spreken
Beidsmij Peletin en ee
Leid ons, o Gij goede Meester .. .....
Leidsman van Isrels heir ........
liefelijk ‘Zion, Godesstad Aj. 15 «ont.
Looft God! o broeders, zijt verblijd ......
Loott; looft den Heert. >
Luisteren Glorie. <4: 5 en Te
Meester, de stormwinden woeden! .......
Moog’ ook de vijand woeden zeer .......
t Morgenrood begint te lichten ........
Mijn eerst gevoel zij prijs en dank .......
Mijn God, de bron van al mijn vreugd .....
Mijn needrig hart zingt Gode lof .
N.
Nabij is reeds die zaal’ge dag .........
Nader, mijn God, tot.-U - ,". soort, nz DOS
Nader, mijn Heiland, tot U. ....... er, NN
WE Beke >
O God, hoor toe, terwijl ik prijs .........
O God, verhoor mijn stil gebed. .........
O groote Heer, wij bidden nu ........ Ed
Dn Dergen zoo hoog ‚ven U Bert,
O Heer, keur goed ons feestgetij . ........
EE wi Brengen AU, on ei ee En
O, hoe lieflijk was de morgen ..........
O hoe schoon zijn Zions velden .:.......
BEERS Oij Gever... nanernmeier aon sshnoer met
Om Jezus’ disch zijn wij geschaard . . ......
O, mijn Vader, die daar boven ..........
O, mijn Vader, die daar boven ..........
Op! sta op, en omgord u, o Zion ........
Benast als een rotssteen in 0 uurs oui ai u
Orzaalge ure van gebed 5. ove «0 Bries
O zeg, wat is waarheid? .. ...... Dee onee
Bren wat is waarheid? Sti cipres le ate ess
R.
Rust, rust voor de moede ziel ..........
Rijs op, mijn ziel, houd stand. ..........
Sta even stil, o Roodhuid ............
BEE voor het recht ie on res
Stijg’ ons lied nu zoet en teêr. . ....... en
Te midden van verwarring .. ,........
Toen eerst het licht der waarheid kwam . ....
Triomf! de Heer volbrengt zijn werk . ......
u.
Uw dienst is zoet, mijn God en Heer! ..... LE
W.
Vader, Uw kindren verheffen nu .......
Verheugt u nu, de nacht vliedt heen
Verlosser van Isrel, onz’ eenige vreugd ....
Vlug naar de Zondagschool ;- vas zer vonk
Voor g’uw woning hebt verlaten . .....
ww.
Waarheid spreekt tot onze zinnen. .....
Waar men vriendschapsstemmen hoort. . ...
Waartoe zijt gij te zaam vereend? . ......
Wanneer, o Heiland, zien wij U terug ?
Wat is het Evangelie? ...... AA REE
Watis 't-Gebed Pers MAA STP A A
Wat zag men daar aan den hemel? .. ....
Weent niet alleen — wij weenen meê .
Wees gij stil, mijn ziele. . ...
Wees oprecht in uwen wandel . eld
Wees welkom, schoone Sabbatdag .....
Weet dan, dat elke ziel is vrij. . .. ..
Weldra zult gij immers komen ........
Welk een Vriend is onze Heiland . .
Welkom, heil’ge Zondag
Welkom, welkom, Sabbatmorgen ….. is
Werk, want de nacht komt dalen .......
Wie God mint, heeft geen stof . .
Wie zijn:’t die, in’t wit gekleed nne ad
Wij danken U, Heer, voor profeten .. ... inte:
Wij, kindren van Zion, wij hebben veel stof
Wijl iedere dag zoo snel henenvliedt
Wijl nu in ’s Heeren kerk op aard’ .....
Wij marcheeren voort tot glorie. . ....
Wik naderen:tot 1 oifleéer: ;. 00E EN
Wij schamen ons des Heeren niet.
Wijistaam in % gelidttr Ak. bi LE NR
Wij wallen zienden tempel oe Oe
Wij zingen liedren Zions ..... EERE
Wij zijn werkers, trouwe werkers .
Z.
Zegt ons, Heil’gen, waarheen gaat gij ?
Zie den heil’gen Engel vliegen ...
Zie, wij zaaien, zaaien daaglijks . . .
Ziet den heil’gen Engel komen ...
Ziet den hemeldauw ….......
Ziet den sterken God verschijnen . .
Lier hoe de-morgenzon … 1.
Ziet, uw pad wordt schoon en licht .
Zingen wij voor ’t scheiden. . . ..
Zion staat omringd met bergen . ..
Zijt gij moê en mat gestreden? .. .
UPB
En
Ke
Be,
eer
Te
IE,
Ke
Ae
NN
En
Liederen bijzonder geschikt voor dl
de Zondagscholen. À
Als het schoone licht der morgen. .......e. 143 |
Besteed uw tijd steeds nuttig . .........-. 130
Blijsontmoeten oe nn 174 |
Daar ruischt langs de wolken .......... 140
Dat ons hart U mag behooren .......... 118
De Heer: is mijn licht, …. ie 69
Dierbre kindren, God is biju. .......... 116
Ben ster. vol. pracht … zons 191,
Er is schoonheid in het rond. ......... ‚ 390)
God, hoog in eer en groot van macht. ...... 124!
Goede-hemelvader: sars oe 117
Heer, verhoor ons vurig bidden ......... 150.
Herders hoort, herders hoort . . ...-..... 142
Het nachtfloers wordt zwakker . ......... 179!
Hoop van Israël, Zions leger ..........… 173}
Ik heb werk in overvloed. . . . . . +. ee dâ)
In ons Zion, ons zoo waard …. -...… se 144
Jezus is-de Goede Herder …… „an 86
Jezus, mijn Hoofd en Heer , ........... 151,
Kindertjes, bemint den Heere . ..... RO 109!
Kindertjes, de Heiland mint u .......... 145!
Kindren van de heil’gen Zions ....…..… ee. 152.
Laat ons vriendlijke woorden steeds spreken. . .. 31
Liefelijk Zion, Godesstad ..........e 134
Meester, de stormwinden woeden . . .....«.=» 114
Mijn eerst gevoel zij prijs en dank ....... Re
Nader, mijn Heiland, tot U . . ......e-.. 167
O Heer, keur goed ons feestgetij . ....-.=.- 110
| O Heer, wij brengen nu .......
__O, hoe lieflijk was de morgen ....
__O, hoe schoon zijn Zions velden .
‚ Stijg ons lied nu zoet en teêr. ....
Vader, Uw kindren verheffen nu ...
Voor g’uw woning hebt verlaten . ..
_ Vlug naar de Zondagschool .....
„Waar men vriendschapsstemmen hoort.
Wees welkom, schoone sabbatdag. . .
_ Welk een Vriend is onze Heiland . . .
Welkom, heil’ge Zondag .......
Welkom, welkom, Sabbatmorgen .….
_ Werk, want de nacht komt dalen . . .
Bean kindren van Zion …. . …… …v.
_ Wijl iedere dag zoo snel henenvliedt .
Wij marcheeren voort tot glorie . ..
MEN aaa int eelid … 0, oe wi
Wij willen zien den tempel. .....
Wij zijn werkers, trouwe werkers. . .
BEER BREN 5 ee ie ete
Ziet, uw pad wordt schoon en licht. .
Zingen wij voor ’t scheiden. .....
- ” e
* . E is
END EN ND
SO tT ef Te!
Ln LANE Tel ve OGEN
LN en Wide IR, We Ae
EWE A
BR eN sE LOT ee
RIN ER: 0 RT BG
OEE BEA RON U ere
ere PE er ALE LEE
CAERE RR OAK VADER id
Gre LE Ter res
OG EN OO
kier enden ker we
eier ROE AS
eed AE DT en
tee mtr dE
a eri eter te
BR NE AEO Op Ke
Aanschouw, de groote Redder stiert .
Als men Jezus’ heil’ge handen. . .
_ Broeders, komt! de Heiland noodt.
Dankt al uw heil aan Jezus’ naam.
Gij, Geest des hemels ......
Het brood wordt ons hier toegediend
_ Het was een sombre, stille nacht
Hier ben ik, Heer, om te vervullen
_Hij stierf, de groote Redder stierf .
_ Jezus werd eertijds veracht . ...
Kindertjes, de Heiland mint u .
5 O groote Heer, wij bidden nu
Om Jezus’ disch zijn wij geschaard;
Waartoe zijt gij te zaam vereend? .
*
>